Overslaan en naar de inhoud gaan
verwerkt
Aan

Bij crises die het dagelijks leven ontwrichten, zoals grootschalige en langdurige stroomuitval, heb je meer aan de steun van buren en buurtgenoten dan aan een noodpakket. De weerbaarheid van een samenleving hangt vooral af van de verbondenheid tussen haar leden. Hoe valt sociale cohesie te bevorderen, zodat mensen samenredzaam zijn in noodsituaties? Wat vraagt dat van overheden en burgers? Een rondgang langs experts.

Leestijd:
18 minuten
Afbeelding
Twee vrouwen in ontmoetingswerkplaats De JoJo in Sassenheim
Ontmoetingswerkplaats De JoJo in Sassenheim. Foto: Michael Echteld.

Eind vorig jaar verspreidde de Rijksoverheid het informatieboekje Bereid je voor op een noodsituatie onder alle huishoudens. Het belangrijkste advies was om een noodpakket in huis te halen waarmee je je 72 uur kunt redden, met onder meer water, houdbaar voedsel, een zaklamp en een radio op batterijen. 

Afbeelding
Annerike Hekman
Annerike Hekman

Bij veel bewonersorganisaties veroorzaakte het boekje “een forse error-melding”, zegt Annerike Hekman van LSA Bewoners, de landelijke vereniging van bewonersinitiatieven. “Met die oproep om voor jezelf een noodpakket aan te schaffen werd een sterk individualistisch wereldbeeld uitgedragen. Alsof een voorraad ingeblikte bonen op zolder je door een crisis helpt. Ons netwerk van bewonersorganisaties, buurthuizen en collectieven opereert vanuit een heel ander wereldbeeld. We hebben elkaar nodig, zeker als het een keer misgaat. De geschiedenis leert hoe belangrijk het is dat je in tijden van crisis een netwerk om je heen hebt van mensen die elkaar helpen. Dus de uitdaging is om te bouwen aan die solidariteit in tijden dat het nog geen crisis is. Dan zijn we veel beter voorbereid op noodsituaties.”

De stellingname van Hekman vindt steun in de wetenschap. Zo maakten de onderzoekers Jeanette de Weert van de Nederlandse Defensie Academie en Mark Levels van Maastricht University een inventarisatie van de wetenschappelijke literatuur over maatschappelijke weerbaarheid in crisistijd. Daaruit kwam naar voren dat sociale cohesie veel meer bijdraagt aan een weerbare samenleving dan individueel preppen. Crisisonderzoeker Jori Kalkman, ook werkzaam aan de Defensie Academie, steunt die conclusie. In een opiniestuk schreef hij: “Sociale cohesie redt levens. In gemeenschappen waar mensen zich met elkaar verbonden voelen hebben inwoners een grotere overlevingskans. Dat komt omdat inwoners eerder naar elkaar omkijken, buren elkaar direct helpen, en er een versterkt gemeenschapsgevoel ontstaat.”

Altruïstisch overschot

Sociale cohesie kan niet bij decreet worden afgekondigd. Het vraagt om overheidsbeleid op alle niveaus. De Weert en Levels raden de Nederlandse regering aan om de bevordering van sociale cohesie expliciet op te nemen in de strategie voor maatschappelijke weerbaarheid. Zij pleiten voor ‘rechtstreekse interventies in gemeenschappen’, waaronder het samen met burgers ontwerpen van een aanpak voor de belangrijkste problemen in hun dorpen of wijken en het slaan van bruggen tussen uiteenlopende bevolkingsgroepen. Kortom: buurtwerk. 

Ook Evelien Tonkens, hoogleraar burgerschap aan de Universiteit voor Humanistiek, hamert op het belang van professionele buurtwerkers: “Zorg ervoor dat organisaties voor sociaal werk structurele financiering krijgen, dus niet om de zoveel jaar weer moeten concurreren om een aanbesteding. Goede contacten in de buurt zijn het enige echte en cruciale kapitaal van sociaalwerkorganisaties. Je moet ze dus in staat stellen hun werk langdurig te doen, zodat ze iedereen kennen en met elkaar kunnen verbinden. Zo kunnen ze ervoor zorgen dat er in tijden van crisis onderlinge hulp tot stand komt.” 

Afbeelding
Evelien Tonkens
Evelien Tonkens

“Buurtcentra, gedragen door sociaal werkers, moeten in mooie, centraal gelegen en uitnodigende gebouwen zitten, waar mensen gemakkelijk en graag naar toe komen”, vervolgt Tonkens. “Die buurtcentra dienen dankzij langdurige banden ook verbonden te zijn met bijvoorbeeld verzorgingshuizen, scholen, sportclubs en asielzoekerscentra. We hebben in ons land een altruïstisch overschot: veel mensen willen graag iets voor een ander doen, maar weten vaak niet wat en hoe. Om dat overschot aan te boren zijn allereerst goede publieke voorzieningen nodig.”

Ook de talloze verenigingen, coöperaties en informele clubjes in Nederland, gerund door miljoenen vrijwilligers, dragen bij aan sociale cohesie. De overheid kan zulke burgerinitiatieven subsidiëren, maar mag ze niet gebruiken als instrument voor beleid, zo waarschuwt Tonkens. “Het hele idee van burgerinitiatieven is dat mensen zelf iets kunnen doen dat zij voor de buurt van belang achten, niet dat ze een taak van de overheid gaan uitvoeren. Je haalt de creativiteit en het plezier uit deze initiatieven als je ze als overheidsinstrument inzet. En je maakt anderen te veel afhankelijk van hun vrijwillige buurtgenoten die er ook van de ene op de andere dag mee op kunnen houden. Waardoor die leuke sport- of yogaclub ineens niet meer bestaat.”

Zeggenschap delen

Anders dan Tonkens is Jos van der Lans, cultuurpsycholoog en publicist, niet beducht voor nauwe samenwerking tussen overheden en burgerinitiatieven. De buurtcoöperatie waarin hij actief is, De Eester in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam, heeft daadwerkelijk een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeente over, onder meer, het organiseren van inspraak voor jongeren en het ondersteunen van bewonersinitiatieven op het gebied van duurzaamheid.

Afbeelding
Jos van der Lans
Jos van der Lans

Van der Lans zou nog verder willen gaan, door bewoners een dragende rol te geven in de ontwikkeling van hun wijk. “Idealiter is burgerinitiatief leidend bij sociaal werk, ondersteund door professionals. De doelen – zoals op het gebied van zorgzaamheid, inclusie of duurzaamheid – worden door de gemeenteraad vastgesteld, maar bewoners hebben zeggenschap over de invulling en kunnen desgewenst ook eigen doelen toevoegen, bijvoorbeeld tijdens een BuurtTop waar een toekomstagenda voor de wijk wordt vastgesteld. De middelen kunnen door de gemeente aan bewonersorganisaties worden verstrekt in de vorm van ‘trekkingsrechten’, waarmee zij ondersteuning door professionals of ambtenaren inkopen. Met deze wijze van financiering zouden gemeenten kunnen ontsnappen aan de verplichting om het sociaal werk aan te besteden. Welzijn is geen handelswaar.”

Voor de door Van der Lans bepleite aanpak moet het gemeentelijk apparaat zeggenschap delen, controlezucht temperen en vertrouwen schenken aan bewoners. Dat vraagt om een forse omslag in de ambtelijke cultuur, constateert hij. “Maar als het lukt, krijgt de overheid vertrouwen terug, versterken we gemeenschapskracht en blazen we de democratie nieuw leven in. Alleen zo kunnen we de problemen van deze tijd, van polarisatie tot klimaatontwrichting, het hoofd bieden.”

Sociale cohesie is erbij gebaat als de verbinding met anderen groepsgrenzen overstijgt, dus ook mensen omvat die anders zijn qua afkomst, religie, opleiding, inkomen, genderidentiteit of politieke voorkeuren. Dat maakt mensen minder vatbaar voor polarisatie. Een divers netwerk vergroot tevens de kans dat je mensen kent die de kennis, de vaardigheden, de middelen of de tijd hebben om jou te helpen wanneer je het alleen niet redt – of mensen die jouw hulp nodig hebben in crisissituaties. Maar het slaan van bruggen tussen bevolkingsgroepen, waar De Weert en Levels op aandringen, is een opgave die je niet alleen bij het sociaal werk neer kunt leggen, daarover zijn Tonkens en Van der Lans het eens. 

“De overheid moet ook segregatie op het gebied van onderwijs en wonen tegengaan”, zegt Tonkens. “Het is cruciaal om mensen te mengen, want alleen dan kunnen verschillende groepen elkaar tegenkomen en samenwerken. De voorwaarden voor goed contact tussen vreemden die de Amerikaanse psycholoog Gordon Allport in 1954 formuleerde zijn nog steeds van toepassing: mensen overwinnen vooroordelen en wantrouwen als ze moeten samenwerken aan een gedeeld doel, daarbij gelijke status hebben, en steun van autoriteiten.”

Groene ommetjes

Een tweede manier waarop overheden sociale cohesie kunnen bevorderen, zo stellen De Weert en Levels, is door ‘actief vorm te geven aan de fysieke omgeving’. De publieke ruimte moet mensen uit verschillende groepen uitnodigen om interacties aan te gaan. Alleen al dankzij vluchtige ontmoetingen, de uitwisseling van blikken van herkenning en terloopse gesprekken voelen mensen zich meer thuis in hun buurt. Dit soort contacten kan bovendien de basis leggen voor hechtere banden en gemeenschapsvorming.

Daarvoor is onder meer ‘walkability’ van belang, want wie zich te voet beweegt – en af en toe even stilstaat of op een bankje gaat zitten – maakt het makkelijkst contact met anderen. De gemeente Utrecht deelt die overtuiging en heeft een ambitieus beleid ontwikkeld om lopen aan te moedigen. Zo moet er in de hele stad een doorlopend netwerk van voetgangersroutes komen, inclusief ‘groene ommetjes’ in elke wijk. Voorzieningen zoals scholen en winkels moeten lopend – of fietsend – binnen 10 minuten bereikbaar zijn. Het bevorderen van ontmoetingen is daarbij een expliciet beleidsdoel.

Ook vergroening van buurten vormt een investering in sociale cohesie

Groen in de buurt maakt mensen gezonder en gelukkiger. Het helpt tegen hitte en tegen wateroverlast door stortbuien. De Weert en Levels onderstrepen dat groene ruimtes, mits veilig en goed onderhouden, ook ontmoetingen stimuleren. Vergroening van buurten vormt dus tevens een investering in sociale cohesie.

Het werk van sociaal architect Ianthe Mantingh – zie het interview met haar in dit dossier – toont aan dat ook de bouw en renovatie van woningen kan worden aangegrepen om sociale cohesie te bevorderen. Het maakt veel uit of buurten en gebouwen interactie tussen bewoners bemoeilijken of juist faciliteren. In de woorden van voormalig rijksbouwmeester Floris Alkemade: “Je moet geen huizen bouwen, maar gemeenschappen.”

Weerbaarheidstoets

Afgelopen zomer riep de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de Tweede Kamer op om “het kabinet te vragen om aan te tonen hoe iedere uitgegeven euro óók aan weerbaarheid bijdraagt”. Zeg maar een maatschappelijkeweerbaarheidstoets. Zo’n toets kan nuttig zijn – ook voor gemeenten zelf – omdat de bevordering van weerbaarheid en de onderliggende sociale cohesie een opgave is die zich over tal van beleidsdomeinen uitstrekt. Ambtelijke verkokering en botsende politieke doelen kunnen ertoe leiden dat het streven naar een weerbare samenleving een dode letter blijft.

Neem bijvoorbeeld de ‘voltijdsbonus’, waar zowel het kabinet als de Tweede Kamer warm voor lopen. Om de arbeidskrapte te verlichten, met name in zorg en onderwijs,  zouden werknemers die voltijds (gaan) werken extra loon moeten krijgen. Maar meer betaald werken concurreert met mantelzorg, vrijwilligerswerk en vrijetijdsbesteding, zo waarschuwt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in de studie Meedoen in 2050. De burgerdeelnemers aan dit onderzoek, een dwarsdoorsnede van de Nederlandse samenleving, “vinden het moeilijk om alle ballen in de lucht te houden”, vooral wanneer zij betaald werk moeten combineren met de zorg voor kinderen of mantelzorg. Samen met experts werkten de burgerdeelnemers vier ‘wensbeelden’ uit voor 2050. Daaruit spreekt een sterke behoefte aan sociale cohesie. In geen van de toekomstbeelden is sprake van een vijfdaagse werkweek. De deelnemers verwachten juist van de overheid dat zij vrijwilligerswerk en vrijetijdsactiviteiten faciliteert “door flexibele werkafspraken en minder betaald werk”. Sommigen pleiten ervoor dat werknemers in staat worden gesteld om binnen hun betaalde werktijd vrijwilligerswerk te doen.

Het is dus twijfelachtig of de voorgestelde voltijdsbonus de maatschappelijkeweerbaarheidstoets zou doorstaan. Vrijwilligerswerk in de tijd van de baas scoort wel goed langs deze meetlat. Dit zou geen privilege van hogeropgeleiden moeten blijven.

Afbeelding
Lisanne de Blok
Lisanne de Blok. Foto: Sander Foederer.

“Beleid voor maatschappelijke weerbaarheid moet over de hele linie oog hebben voor ongelijkheden in de samenleving.” Dat wil Lisanne de Blok, onderzoeker maatschappelijke weerbaarheid bij het SCP, beleidsmakers op het hart drukken. “Mensen die drie banen naast elkaar moeten draaien om het hoofd boven water te houden hebben helemaal geen tijd voor onbetaald vrijwilligerswerk. Effectief weerbaarheidsbeleid vraagt daarom dat je extra moeite doet om kwetsbare mensen te laten meedoen aan de samenleving. Dan geef je ze ook het gevoel dat ze gezien worden, dat hun inzet en kennis ertoe doen. Daarmee kweek je vertrouwen.”

Migranten 

Sommige groepen migranten, zoals nieuwkomers zonder sociaal netwerk of ongedocumenteerden, zijn kwetsbaar in noodsituaties. Maar migranten dragen ook bij aan samenredzaamheid. Zo wees onderzoek in de ‘superdiverse’ wijk Overtoomse Veld in Amsterdam uit dat “de bereidheid om buren te helpen bij mensen met een niet-westerse migratieachtergrond groter is dan bij mensen met een Nederlandse achtergrond”.

Bij de meerdaagse stroomuitval in Berlijn, afgelopen winter, behoorden Oekraïense vluchtelingen tot de eersten die in actie kwamen. Ze organiseerden, naar Oekraïens voorbeeld, een ‘onverzettelijkheidspunt’ in het getroffen stadsdeel, waar bewoners zich konden opwarmen, thee konden drinken, een warme maaltijd konden bereiden en hun smartphone konden opladen. De vluchtelingen boden hun stadgenoten ook psychologische ondersteuning aan en deelden hun ervaringen uit Oekraïne, waar de Russische bombardementen de stroomvoorziening vaak lamleggen.

Verzorgingsstaat

In rapporten over maatschappelijke weerbaarheid wordt Finland vaak aangehaald als voorbeeld. Het land deelt een 1300 kilometer lange grens met Rusland, waarmee het in de vorige eeuw twee oorlogen uitvocht. Beducht voor Russische agressie, werken de Finnen al sinds de Koude Oorlog aan een whole-of-society-benadering van veiligheid, waarbij overheden, bedrijven, kennisinstellingen, ngo’s en bewonersgroepen zich samen voorbereiden op verschillende noodsituaties en burgers weten wat hun te doen staat. 

In een interview met de Green European Journal wijst Atte Harjanne, parlementariër voor de Finse Groenen en reservekapitein in de krijgsmacht, op de bijdrage van sociale voorzieningen aan de weerbaarheid van de Finnen: “De verzorgingsstaat speelt een cruciale rol in ons veiligheidsmodel, omdat deze wederzijds vertrouwen en een gemeenschappelijk doel bevordert. Mensen moeten het gevoel hebben dat ze deel uitmaken van een samenleving waarin iedereen een rol heeft en niemand in de steek wordt gelaten. Dan zullen ze niet alleen om hun eigen veiligheid geven, maar ook om die van hun samenleving.”

Mocht het in Nederland tot een maatschappelijkeweerbaarheidstoets komen, dan is het verstandig om ook ingrepen in de sociale zekerheid en de belastingen aan die toets te onderwerpen. “Naarmate de inkomens- en vermogensongelijkheid toeneemt, nemen statusangst en populisme toe en brokkelt de sociale samenhang af”, waarschuwen de onderzoekers Pickett, Gauhar en Wilkinson op basis van een vergelijking tussen landen. Zo bezien doet de overheid er goed aan om de verzorgingsstaat overeind te houden en de veelverdieners en vermogenden aan te slaan voor de noodzakelijke investeringen in defensie. Dan gaat grotere militaire weerbaarheid niet ten koste van onze maatschappelijke weerbaarheid.

Politieke polarisatie ondermijnt elk weerbaarheidsinitiatief  
Jori Kalkman

Tot slot zouden bewindslieden en volksvertegenwoordigers, met name die op rechts, hun eigen retoriek langs de weerbaarheidsmeetlat moeten leggen. Zoals crisiswetenschapper Jori Kalkman schrijft: “Politici die bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten of zondebokken voor sociale problemen aanwijzen zorgen voor maatschappelijke verdeeldheid. Die interne verdeeldheid ondermijnt de veerkracht van de samenleving, want mensen beginnen elkaar te wantrouwen en kijken niet meer naar elkaar om. Politieke polarisatie ondermijnt daarom elk weerbaarheidsinitiatief dat de overheid zal optuigen.”

Noodsteunpunten

Dankzij de overheidscampagne Denk vooruit en het bijbehorende informatieboekje is het percentage Nederlanders met een noodpakket in huis gestegen van 30 tot 44, zo blijkt uit onderzoek van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Maar de oproep om zich voor te bereiden op noodsituaties stuit ook op weerstand. Sommige mensen vinden dat de overheid te veel aandringt of de oorlogsdreiging overdrijft; anderen vinden het onduidelijk wat ze van de overheid mogen verwachten in een noodsituatie. Die laatste groep heeft een punt. Zo heeft regering, ondanks aandringen van de Kamer, nog altijd geen oplossing gepresenteerd voor de mensen die afhankelijk zijn van zuurstofapparaten en andere elektrische medische hulpmiddelen: als de stroom langdurig uitvalt, hoe komen zij dan aan noodstroom?

Afbeelding
Logo van een noodsteunpunt in Estland
Logo van een noodsteuntpunt in Estland

Ook mensen die naar aanleiding van het informatieboekje op zoek gaan naar het adres van het ‘noodsteunpunt’ in hun wijk of dorp komen bedrogen uit. Die steunpunten zijn nog niet opgezet. Wat voor steun ze gaan bieden – drinkwater? voedselpakketten? medicijnen? EHBO? een laadpunt voor je smartphone? – is nog niet besloten. Vooralsnog houdt de regering het op ‘informatie verstrekken’. 

Wel is begin dit jaar een pilot van start gegaan, waaraan bijna 70 gemeenten in alle 25 veiligheidsregio’s meedoen. Een van de vragen die deze pilots moeten beantwoorden is welke rol maatschappelijke initiatieven en burgerhulpverlening kunnen spelen bij crises.

Dat er voor burgercollectieven een rol is weggelegd bij noodsituaties staat voor Karen van Oudenhoven, directeur van het SCP, buiten kijf. “Het is belangrijk dat de overheid met concrete adviezen komt over hoe je jezelf in een noodsituatie 72 uur moet redden. Maar lang niet alles zal na drie dagen zijn opgelost. Dan heb je proactieve burgers nodig die niet wachten op de overheid, maar die aan de slag gaan”, legde ze uit aan NRC. “Als je dat vóór crisistijd organiseert, ontstaat er alvast een taakverdeling tussen wat de overheid en burgers kunnen doen op het moment dat het nodig is.”

Het beste noodsteunpunt staat al in de wijk 
Annerike Hekman

Zo’n taakverdeling is precies wat LSA Bewoners voor ogen staat bij de opzet van noodsteunpunten. “Het beste noodsteunpunt staat al in de wijk”, stelt Annerike Hekman. “Veel buurthuizen, buurttuinen en wijkcentra uit ons netwerk zijn wel ongerust over wat hun te wachten staat als het misgaat, want zij weten dat er dan meer mensen zullen aankloppen voor hulp, informatie of gezelschap. Juist ook mensen die wat kwetsbaarder zijn. Er komen nu al mensen langs met vragen over het noodpakket. En mensen die anderen willen helpen laten liever hun naam en telefoonnummer achter op een vertrouwde plek dan dat ze die ergens online moeten invullen. Vanwege de bezorgdheid onder de bij ons aangesloten bewonersinitiatieven hebben we als LSA een voorbeeldbrief opgesteld die ze naar de gemeente en de veiligheidsregio konden versturen. Dat heeft ertoe geleid dat zo’n dertig van onze leden nu echt in gesprek zijn met die instanties over hun rol als noodsteunpunt en over de samenwerking met overheidsdiensten die daarvoor nodig is.”

Dorpstamtam

Een van die bewonersinitiatieven is De JoJo in Sassenheim. Deze ontmoetingswerkplaats, gerund door vrijwilligers, draait mee in de pilot met noodsteunpunten. “Dat was een logische stap”, zegt coördinator Lisa de Blok, “want wij fungeren al als steunpunt, bijvoorbeeld voor mensen die een persoonlijke crisis doormaken. En als er grotere problemen spelen in het dorp, weten wij dat binnen vijf minuten. Dus wij kunnen de dorpstamtam aansluiten op P2000, het alarmeringsnetwerk van de overheidshulpdiensten. In een noodsituatie zijn er sowieso veel mensen die in actie zullen komen om anderen te helpen. Wij kunnen deze vrijwilligers vooraf organiseren, zodat niet iedereen door elkaar heen gaat lopen of de hulpdiensten voor de voeten loopt.”

Afbeelding
Lisa de Blok
Lisa de Blok. Foto: Michael Echteld.

Als beoogd noodsteunpunt schuift De JoJo aan bij overleggen met de gemeente en de veiligheidsregio. Zij doet mee aan crisisoefeningen met hulpdiensten zoals de brandweer. Dreigt daarmee niet het door Evelien Tonkens gesignaleerde gevaar van ‘instrumentalisering’ door de overheid, waardoor de creativiteit en het plezier uit het bewonersinitiatief wegvloeien? De Blok: “Het voelt niet alsof we een overheidsinstrument zijn. Ik zie het als gelijkwaardige samenwerking. Maar als ik te veel met ambtenaren mee ga denken, is dat inderdaad funest voor de creativiteit. Dan gaat het al gauw over de vraag welke afdeling van de gemeente waarvoor verantwoordelijk is. Daarom is het juist goed dat ik in de overleggen met ambtenaren nieuwe ideeën kan inbrengen en tegen de verkokering in kan gaan. Zo willen we bij De JoJo de energietransitie verbinden met maatschappelijke weerbaarheid. We zouden graag zonnepanelen hebben, gekoppeld aan een zoutbatterij. Dan kunnen we mensen aan noodstroom helpen bij een stroomstoring. Daarvoor is wel subsidie nodig. Er zullen zich ongetwijfeld meer buurtplekken aanbieden als noodsteunpunt, wanneer de overheid er iets tegenover stelt.”

Moet je een officieel noodsteunpunt wel toevertrouwen aan vrijwilligers? Die kunnen er elk moment het bijltje bij neergooien, zo luidt de tweede waarschuwing van Tonkens. De Blok benadrukt dat er op het noodsteunpunt ook professionele hulpverleners zullen klaarstaan. De taakverdeling met de vrijwilligers van De JoJo krijgt vorm tijdens de crisisoefeningen en wordt vastgelegd in afspraken. “De afhandeling van noodmeldingen, via de portofoon, dat doen de professionals. Onze vrijwilligers zijn er voor de zachte kant. Koffie drinken met mensen, dat moet je niet aan ambtenaren overlaten.” 

De Blok wil graag een wedervraag stellen: kan de samenleving wel vertrouwen op de overheid? “Wij hebben bij De JoJo een steun- en informatiepunt voor mensen met psychische klachten. Daar zijn we brandjes aan het blussen voor de overheid. Honderd weken wachttijd, dat is geen uitzondering in de geestelijke gezondheidszorg. En dat is in normale tijden. Dus in crisistijd zullen overheid en samenleving het zeker samen moeten doen”, aldus Lisa de Blok.

Haar bijna-naamgenoot Lisanne de Blok van het SCP wijst erop dat een overheid die haar burgers vertrouwen schenkt ook vertrouwen terugkrijgt. “Mensen zijn dan eerder geneigd de overheidsadviezen op te volgen in noodsituaties en bij de voorbereiding daarop. Daar komt bij dat mensen die wantrouwend staan tegenover de overheid, die zich afsluiten voor overheidsinformatie en niet gaan stemmen, soms wél dingen doen voor hun buurt. Samenwerking met bewonersinitiatieven biedt de overheid dus ook een kans om, indirect, groepen te bereiken waarop zij met haar voorlichtingscampagnes geen vat krijgt.”

Wij maken van de voorbereiding op rampen iets leuks, bijna gezelligs 
Lisa de Blok

Dat wordt beaamd door Lisa de Blok van De JoJo. “Dat informatieboekje over het noodpakket, daar zijn sommige van onze bezoekers erg sceptisch over. Maar wij maken van de voorbereiding op rampen iets leuks, bijna gezelligs. Ik denk dat dat helpt om scherpe polarisatie, zoals we die tijdens de coronacrisis zagen, te voorkomen.”

Van nood naar deugd

We moeten de sociale cohesie versterken om beter voorbereid te zijn op crises, maar de crisisvoorbereiding kan ook bijdragen aan sociale cohesie, zo blijkt uit de ervaringen van De JoJo.[1] De nieuwe weerbaarheidscollectieven die de afgelopen jaren zijn ontstaan wijzen eveneens op zo’n positieve feedbackloop. In veel dorpen en wijken hebben bewoners zich voor het eerst verenigd met het doel om samenredzaam te zijn in noodsituaties. “Daarbij komen mensen erachter dat ze er niet alleen voor staan of dat ze juist iets kunnen betekenen voor hun buurtgenoten”, constateert Annerike Hekman. “Een van de mensen van Praat met je Straat in Doorn (zie kader – red.) zei tegen mij: ‘Ik heb ontdekt hoe leuk het is om als collectief dingen te doen.’”

Praat met je Straat

Inwoners van het Ludenkwartier in Doorn begonnen in 2025 met het organiseren van buurtavonden over weerbaarheid. Ze wisselden informatie uit en maakten afspraken om beter voorbereid te zijn op noodsituaties zoals stroomuitval. Om de geleerde lessen te delen met andere buurten publiceerden ze een ‘inspiratiegids’: Praat met je Straat. Dit voorjaar kreeg het buurtinitiatief de landelijke Impact Award Crisisbeheersing toegekend. 

De positieve feedbackloop vormt een reden te meer voor gemeenten om met bewoners in gesprek te gaan over de voorbereiding op grote calamiteiten. Sommige gemeenten doen dat al. In Haarlemmermeer bezoekt de burgemeester alle 31 dorpskernen om met inwoners te praten over weerbaarheid. Zulke gesprekken zouden ertoe moeten leiden dat bewonersgroepen invloed hebben op crisisplannen, dat gemotiveerde vrijwilligers een plaats krijgen in crisisdraaiboeken en dat zij getraind worden voor hun rol – op een noodsteunpunt of elders waar de overheid handen tekortkomt bij calamiteiten. Zo wordt het altruïstisch overschot gemobiliseerd.

Afbeelding
Merlijn Twaalfhoven
Merlijn Twaalfhoven. Foto: Roswitha Zuiderveen-de Boer

Maar revelaties als ‘Het is leuk om collectief dingen te doen’ bevatten ook een diepere wijsheid. Daarop wijst componist en kunstactivist Merlijn Twaalfhoven. “Ze laten zien dat een verschuiving van waarden mogelijk is: van steeds maar groeiende individuele consumptie naar betekenisvolle relaties binnen gemeenschappen. Veel mensen zijn nu een groot deel van hun tijd aan het werk om dingen te kunnen kopen die ze niet echt nodig hebben. Ze voelen zich niet gelukkig en gezond onder het systeemplafond. Ze zouden liever meer tijd hebben om vriendschappen te onderhouden, vrijwilligerswerk te doen, zelf te koken, te klussen in huis en de natuur in te gaan. Bij een van mijn projecten, de Nationale Luistercampagne, heb ik mensen gevraagd naar hun opvatting van het goede leven. Dan hoor je mensen vertellen dat dat begint als ze met pensioen gaan. En dan voelen ze zelf wel van wacht even, hier klopt iets niet.”

Met het Sociaal Noodpakket – zie kader – probeert Twaalfhoven zelf bij te dragen aan samenredzaamheid tijdens crises, maar ook aan de waardenverschuiving naar meer gemeenschapszin en duurzaamheid. “Dat is een voorwaarde voor een postgroei-economie, waarin we klimaatontwrichting en conflicten niet langer aanjagen door het uitputten van natuurlijke hulpbronnen. Ik denk dat het kapitalistische en individualistische model sowieso op z’n eind loopt. Met een goede baan alles kopen wat je nodig hebt en je eigen ding doen en je verder niks aantrekken van de buitenwereld, dat gaat straks niet meer. We zullen terugkeren naar een economie waarin we spullen repareren en delen met onze buren. We zullen elkaar echt nodig hebben.”

Sociaal Noodpakket

Merlijn Twaalfhoven en ontwerpbureau We Are Social Rebels ontwikkelden een laagdrempelige methode voor samenredzaamheid: het Sociaal Noodpakket. Het helpt buurtgenoten om met elkaar in gesprek te gaan over wat zij voor elkaar kunnen betekenen in noodsituaties. Wie heeft wat in voorraad? Wie heeft vaardigheden of gereedschappen waarmee ie anderen kan helpen? “Vaak blijkt dan dat mensen niet willen wachten op die noodsituatie”, stelt Twaalfhoven vast. “Dat ze ook nu al veel meer samen kunnen delen, werken, zorgen en spelen.”

Met een ontregeld klimaat, instortende ecosystemen en een verbrokkelende wereldorde zou de toekomst zou wel eens kunnen bestaan uit een aaneenschakeling van noodsituaties. Maar van de nood valt ook een deugd te maken, als de voorbereiding op rampen bijdraagt aan meer verbinding in de samenleving.


Voetnoot

  1. Een vergelijkbare observatie doet het Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid: "We signaleren dat het ontwikkelproces rond noodsteunpunten zelf al kan bijdragen aan maatschappelijke weerbaarheid. Lokale overheden gaan in gesprek met inwoners, zoeken contact met mensen in een kwetsbare positie en werken aan gedeeld risicobewustzijn en verantwoordelijkheidsgevoel. Ook wanneer noodsteunpunten uiteindelijk weinig worden ingezet, kan dit proces de relatie tussen overheid en inwoners versterken." NIPV, Ontwikkelingen rond noodsteunpunten – Een snelle kennismobilisatie, 10 maart 2026
Afbeelding
Feestelijke (her)opening van ontmoetingscentrum De JoJo in Sassenheim
Ontmoetingswerkplaats De JoJo in Sassenheim. Foto: Edwin van der Wijngaard.

Oorspronkelijk gepubliceerd door

    Preppen doe je samen|Word vriend