Het woord doet afbreuk aan wat mijn familie en landgenoten elke dag doen. Het roept bepaalde beelden op: zwijgend lijdende moeders, vermoeide Oost-Europese gezichten, dooraderde handen, lege magen. We zijn moe, ja. Maar we zijn niet hulpeloos. En onze magen zijn, God verhoede het, niet leeg. De van generatie op generatie overgedragen herinnering aan de Holodomor [1] zou dat niet toestaan.
In de ogen van goedbedoelende journalisten, pleitbezorgers en beleidsmakers “blijven de Oekraïners volhouden”, ”leggen hun dagelijkse daden van veerkracht de basis voor herstel“ en “hebben de Russische bombardementen de veerkracht van het Oekraïense volk niet kunnen verzwakken“.
In de Kyiv Independent verwoordde de journaliste Elsa Court treffend wat er wringt aan deze karakterisering van de Oekraïners: “Hun veerkracht prijzen is alsof je vanaf de kust toekijkt hoe iemand worstelt om niet te verdrinken in een muistroom. In plaats van een reddingsboot te sturen, prijs je hem omdat hij zo’n sterke zwemmer is. Als je besluit dat een land veerkrachtig is, beperk je daarmee je verplichting om actie te ondernemen om dat land te helpen.”
Als begrip is veerkracht op zich niet slecht. Het beschrijft aanpassingsvermogen onder ongunstige omstandigheden. Dat is een neutrale beschrijving. Maar in de praktijk komt veerkracht nooit alleen. De term duikt op te midden van verhalen over doorzettingsvermogen, geduld en stil stoïcisme. In combinatie met de beeldtaal die ermee gepaard gaat, is de betekenis duidelijk: veerkracht, zoals toegepast op Oekraïne, beschrijft een passief vermogen om te incasseren en te overleven. Veerkrachtig zijn betekent niet handelen, vechten of opbouwen. Het is simpelweg ‘volhouden’.
Wij Oekraïners hebben een ander woord gekozen. Sinds het begin van de grootschalige invasie in 2022 staat ‘moed’ centraal in ons zelfbeeld, niet veerkracht. “Be Brave Like Ukraine“ werd een van de meest zichtbare communicatiecampagnes van de oorlog. De boodschap was bewust gekozen en de campagne werd internationaal ingezet. De oorlogscommunicatie van Oekraïne had zich ook kunnen richten op het leed van burgers, om medelijden te wekken. In plaats daarvan werden eigen inzet, moed en de actieve weigering om zich te onderwerpen centraal gezet.
Je kunt het propaganda noemen en dat is het ook. Maar elk land dat in oorlog is, schept zijn eigen narratief. De vraag waarom Oekraïne voor dit verhaal heeft gekozen in plaats van de andere beschikbare opties is interessanter. Daarover gaat dit essay.
Niet terug naar vroeger
Er is sprake van een tegenstrijdigheid. Van buitenaf gezien is Oekraïne veerkrachtig, een samenleving die tegenslagen opvangt en gewoon doorgaat. Van binnenuit gezien is Oekraïne moedig, een samenleving die vecht en improviseert. Dit zijn fundamenteel verschillende interpretaties van wat er gebeurt. De kloof tussen beide openbaart wat westerse denkkaders over het hoofd zien.
De passieve connotatie van 'veerkracht' kan worden verklaard uit zijn verleden. [2] Het begrip vond zijn weg vanuit de ecologie en de materiaalkunde naar de psychologie [3] en vervolgens naar het ontwikkelingsbeleid. [4] Vanaf de jaren nul golden gemeenschappen in het mondiale Zuiden als ‘veerkrachtig’ tegenover klimaatschokken, steden als ‘veerkrachtig’ tegenover terrorisme en bevolkingsgroepen als ‘veerkrachtig’ tegenover economische crises.
Elke nieuwe toepassing van het begrip berust op dezelfde kernlogica: de schok komt van buitenaf, en het vermogen om ermee om te gaan zit in het getroffen systeem zelf. Die logica is hanteerbaar als je het over een brug of een bos hebt. Maar wanneer je die toepast op mensen en samenlevingen, verandert er iets. We beschrijven dan niet langer een fysieke eigenschap van een bepaald object. We zeggen tegen een levend mens: dit is wat je bent. Je incasseert. Je past je aan. Je keert terug naar hoe het was.
In het veerkrachtdenken schuilt een onuitgesproken ideaal van de goede burger: iemand die ontwrichting doorstaat zonder al te veel ophef te maken. Iemand die weer opbouwt zonder zich af te vragen hoe de omstandigheden zijn ontstaan waardoor die wederopbouw überhaupt nodig is. Iemand die zijn kracht toont door volharding in plaats van door acties die lastig, verstorend of politiek geladen zijn.
Toegegeven, de meest recente versie van de veerkrachttheorie omvat niet alleen aanpassing, maar ook zelforganisatie en institutionele innovatie onder druk. [5] Die versie sluit aan bij de beschrijving van Oekraïne die ik hieronder geef. Maar veerkracht gaat nog steeds over een systeem dat ontwrichting overleeft. Wat ik beschrijf, heeft grotere politieke betekenis: mensen die midden in de oorlog nieuwe instellingen opbouwen, nieuwe verplichtingen aangaan en nieuwe vormen van burgerschap ontwikkelen.
In Regarding the Pain of Others zag Susan Sontag deze dynamiek duidelijk, hoewel ze een ander vocabulaire analyseerde. [6] Het kijken naar leed op afstand stelt de toeschouwer in staat iets te voelen zonder iets verschuldigd te zijn. Je voelt bewondering voor degenen die volharden, en je bent bevrijd van de verplichting om in actie te komen. Het discours over veerkracht werkt op vergelijkbare wijze. Westerse instellingen framen de veerkracht van gemeenschappen in het Zuiden als een toestand die bewondering verdient en waarvan we iets kunnen leren, in plaats van als een product van structuren die dringend moeten worden veranderd. Wanneer ontwikkelingsorganisaties gemeenschappen als veerkrachtig omschrijven, hebben ze het vaak over gemeenschappen die geen andere optie hebben dan overleven.
Toegepast op Oekraïne roept de logica van veerkracht een bepaald beeld op: vermoeide gezichten, anonieme blonde kinderen die zich vastklampen aan speelgoed, vrouwen die in lange rijen staan te wachten aan de grens, een samenleving die bombardementen incasseert en gewoon doorgaat. Dit is precies waar het frame van veerkracht faalt.
Veerkracht, correct begrepen, beschrijft een nuttig vermogen in specifieke omstandigheden: wanneer de ontwrichting tijdelijk is, wanneer er iets is om naar terug te keren, en wanneer het opvangen van schokken op korte termijn nodig is terwijl het systeem zichzelf herstelt. Een aardbeving. Een financiële crisis. Een overstroming. In die gevallen is de vraag ‘Hoe gaat deze gemeenschap hiermee om en hoe herstelt ze zich?’ de juiste vraag.
Oekraïne wijkt in alle opzichten af van dit model.
Ten eerste is de huidige ontwrichting niet van tijdelijke aard. Dit is een oorlog van territoriale verovering en culturele uitwissing, die zich nu in zijn vijfde jaar bevindt terwijl het einde niet in zicht is. Je kunt niet ‘terugveren’ van iets dat nog steeds aan de gang is.
Het Oekraïne van vóór de oorlog bestaat niet meer
Ten tweede is de terugkeer naar een eerder evenwicht onmogelijk. De vooroorlogse cultuur is verdwenen. Het Oekraïne van vóór de oorlog bestaat niet meer. Terug naar vroeger is niet meer mogelijk voor degenen die zijn omgekomen of invalide zijn geraakt. Miljoenen ontheemden komen wellicht nooit meer naar huis. Een collectief trauma van deze omvang is niet iets waarvan een samenleving ooit volledig kan herstellen. Het kan worden verwerkt, maar het kan niet ongedaan worden gemaakt. In zekere zin zou een terugkeer naar het vooroorlogse Oekraïne zelfs onwenselijk zijn, omdat het land problemen had waar geen enkel eerlijk persoon naar terugverlangt.
Ten slotte leidt het begrip veerkracht tot een verkeerde vraagstelling, namelijk hoe de Oekraïners het volhouden. De eerlijkere vraag, die voor een Europees publiek ongemakkelijker is, is waarom de Oekraïners zo lang met zo weinig middelen aan hun lot zijn overgelaten. Waarschuwingen uit Oost-Europa over het Russische imperialisme werden jarenlang genegeerd. Militaire steun kwam, zoals bijna iedereen toegeeft, te laat en was mondjesmaat. De Oekraïners krijgen zoveel voor hun kiezen omdat westerse hoofdsteden traag waren met de steun die deze oorlog had kunnen verkorten.
Wanneer een concept op al deze punten tekortschiet, dient het niet langer een analyse maar een narratief. Het vertelt een verhaal dat prettig is voor de toeschouwer, maar belastend voor degene die wordt geobserveerd. En dat verhaal gaat voorbij aan het allerbelangrijkste aspect van wat de Oekraïners daadwerkelijk doen.
Civiele infrastructuur
Veerkracht beschrijft een samenleving die schokken absorbeert en terugveert. Oekraïne daarentegen bestuurt, bouwt, protesteert en creëert nieuwe structuren. Dit is de opbouwende activiteit van mensen die voortdurend hun omstandigheden ter discussie stellen en zich gezamenlijk inspannen om te overleven. Een peiling uit 2024 wees uit dat 86 procent van de Oekraïners betrokken was bij goede doelen. 73 procent gaf aan geld te hebben gedoneerd. In 2019 was dat nog 53 procent. De World Giving Index 2023 rangschikte Oekraïne als het op een na vrijgevigste land ter wereld. [7]
Neem de stichting Come Back Alive. Die ontstond in 2014, toen een aantal mensen in Kyiv kogelvrije vesten ging versturen naar de verdedigers van de Donbas. Binnen enkele weken na de grootschalige invasie van 2022 leverde de stichting al warmtebeeldcamera’s, drones, communicatieapparatuur en kogelvrije vesten aan vrijwel elke gevechtsbrigade in het land. Zij werd de eerste ngo in de Oekraïense geschiedenis die een vergunning kreeg om wapens rechtstreeks bij fabrikanten aan te schaffen. Zo kocht de stichting een Bayraktar-drone voor 16,5 miljoen dollar. Inmiddels heeft Come Back Alive al ruim 1,2 miljard dollar ontvangen.
Militaire aankopen worden nu deels door een ngo gedaan
Niet alleen de omvang van dit burgerinitiatief is opvallend. Nog opvallender is dat militaire aankopen, iets wat de meeste overheden strikt voor zichzelf houden, nu deels door een ngo worden gedaan. En Come Back Alive is geen uitzondering. De organisatie opereert binnen een ecosysteem van honderden organisaties die steun bieden aan de Oekraïense troepen. Alleen al via Monobank, een online bank, gaven in 2023 5,4 miljoen Oekraïners geld voor de oorlogsinspanning.
Ngo’s richten zich niet alleen op wapens en uitrusting voor de krijgsmacht. Zo coördineert Base UA de evacuatie van burgers uit het frontgebied, een taak die elders bij de overheid ligt. Brave herbouwt scholen en energie-infrastructuur die door Russische bombardementen zijn vernield; de stichting springt in waar de capaciteiten van de staat en internationale donoren tekortschieten. Superhumans voorziet geamputeerden van protheses en revalidatie, een medische last die de publieke gezondheidszorg in oorlogstijd niet kan dragen. Starenki organiseert zorg voor ontheemde ouderen die zijn afgesneden van hun familie.
Taken die normaal gesproken onder de verantwoordelijkheid van een moderne staat vallen, worden voor een aanzienlijk deel uitgevoerd door organisaties die burgers zelf hebben opgezet.
In mijn eigen leven zie ik op Instagram elke dag wel een paar berichten van vrienden die inzamelingsacties organiseren. Ze zamelen geld in voor een vrachtwagen of Starlink-apparatuur ten behoeve van een brigade waar iemand die ze kennen in vecht. Vrienden die fotograaf zijn, bieden fotosessies aan in ruil voor donaties. Grafisch ontwerpers en creatieven doen hetzelfde met workshops.
Het is gebruikelijk geworden om voor je verjaardag een goed doel te kiezen en mensen te vragen om te doneren in plaats van cadeaus te kopen. Dit doneren heeft geen begin en geen einde. Het hoort nu gewoon bij het dagelijks leven.
Al met al is in Oekraïne een parallelle infrastructuur van maatschappelijke voorzieningen ontstaan die naast de staat functioneert, soms tekortkomingen compenseert die de staat niet kan of wil aanpakken, en op sommige terreinen meer vertrouwen geniet bij het publiek dan de officiële instanties waarop zij een aanvulling vormt.
Eigenaarschap
De wetenschap die conflicten onderzoekt heeft een woord voor de eerste golf van burgerbetrokkenheid tijdens een oorlog: het rally ‘round the flag-effect. Maar dat begrip beschrijft een tijdelijke piek, niet wat ik hierboven heb geschetst. De onderzoekers Olga Onuch en Emma Mateo stellen de term ‘plicht tot verdediging’ voor om het aanhoudende karakter van de Oekraïense burgerparticipatie weer te geven. [8] Taras Fedirko noemt het ‘martial citizenship’. [9] De geschriften van Jean-Luc Nancy over democratie dateren van vóór de oorlog, maar komen het dichtst in de buurt van wat er in Oekraïne gebeurt: burgerschap mag geen passieve verbondenheid zijn, maar moet een gezamenlijke inspanning zijn om het collectieve leven draaiende te houden. [10] Geen enkele term of verklaring is perfect, maar ze wijzen allemaal op iets wat het begrip ‘veerkracht’ – met zijn connotatie van passieve aanpassing – miskent: dat de reactie van de Oekraïners op de oorlog actief, politiek en groeiend is, en geen tekenen vertoont van een terugval naar de situatie van vóór de oorlog.
Ik wil geen plat, patriottisch verhaal vertellen over onwankelbare Oekraïense deugdzaamheid. De drijfveren van mensen zijn gemengd en komen vaak voort uit pijnlijke ervaringen die ik met een goed geweten niet kan verheerlijken. Mensen doneren omdat ze zich verplicht voelen, uit schuldgevoel, onder sociale druk, uit oprechte overtuiging, uit solidariteit met een specifieke persoon aan het front, of vanwege een combinatie van al deze factoren. Sommigen doen enthousiast mee. Anderen met tegenzin, omdat weigeren als sociaal onaanvaardbaar voelt.
Ik wil ook de tekortkomingen van de staat niet toejuichen. Niemand in Oekraïne is dankbaar voor de kans om geld in te zamelen voor kogelvrije vesten of evacuaties te organiseren – zaken die de staat eigenlijk zou moeten regelen. Het ideaal is niet dat burgers permanent het werk van overheden uitvoeren. Het gaat erom wat er gebeurt als burgers dat werk wel doen. Deelname aan het besturen van het collectieve leven, zelfs als deze voortkomt uit frustratie en noodzaak, creëert een gevoel van eigenaarschap dat passief gebruik van overheidsdiensten niet teweegbrengt.
Mensen die alert zijn op corruptie, ontwikkelen eigenaarschap over hun democratie
De Oekraïense samenleving is niet aan het ‘terugveren’. Ze keert niet terug naar een evenwichtstoestand. Oekraïners bouwen structuren op die vóór de oorlog niet bestonden, vervullen taken die nooit van hen werden gevraagd en ontwikkelen daardoor politieke belangen. Mensen die dagelijks geld inzamelen, ontwikkelen eigenaarschap over de oorlogsinspanningen. Mensen die evacuaties coördineren, ontwikkelen eigenaarschap over hun gemeenschappen. Mensen die alert zijn op corruptie, ontwikkelen eigenaarschap over hun democratie.
Hoe deze door burgers geleide infrastructuur zich na een staakt-het-vuren zal ontwikkelen, is een vraag die ik nog niet kan beantwoorden. Dit is een systeem dat onder existentiële druk is opgebouwd. Zonder die druk zou het kunnen opgaan in de formele staat, kunnen voortbestaan in een hybride vorm die ik nog geen naam kan geven, of uiteenvallen langs de politieke scheidslijnen die door de oorlog tijdelijk zijn opgeschort. Maar de vraag zelf laat zien wat er mis is met veerkracht als denkkader. Veerkracht suggereert dat het antwoord ‘terugkeer naar de uitgangssituatie’ is, iets wat ik niet voorzie en ook niet wens.
Vergeet veerkracht. Wat hier gebeurt, is de opbouw van een land in alle openheid, met geld dat is ingezameld bij onze vrienden en wapens die we eigenlijk niet zouden mogen kopen, door miljoenen mensen die hebben besloten dat dit nu de betekenis is van hun burgerschap. Noem het parallelle infrastructuur, natievorming van onderop, wat je maar wilt. Of laat het labelen achterwege en draag bij aan de pot.
Noten
- De Holodomor is de door het Stalin-regime veroorzaakte hongersnood in Oekraïne van 1932-1933, waarbij miljoenen Oekraïners omkwamen. Het woord betekent 'dood door honger'.
- Amo-Agyemang, C. (2021). Decolonising the Discourse on Resilience. International Journal of African Renaissance Studies - Multi-, Inter- and Transdisciplinarity, 16(1), 4–30.
- Bourbeau, P. (2018). A genealogy of resilience. International political sociology, 12(1), 19–35.
- Walker, J., & Cooper, M. (2011). Genealogies of resilience: From systems ecology to the political economy of crisis adaptation. Security Dialogue, 42(2), 143–160.
- Reid, R., & Botterill, L. C. (2013). The Multiple Meanings of ‘Resilience’: An Overview of the Literature. Australian Journal of Public Administration, 72(1), 31–40.
- Sontag, S. (2004). Regarding the pain of others. Penguin Books.
- Volgens de World Giving Index had in 2023 78 procent van de respondenten een vreemde geholpen en had 70 procent geld gedoneerd. In 2024 zakte Oekraïne naar de zevende plaats, maar de percentages bleven vrijwel ongewijzigd: 77 procent van de respondenten gaf aan een vreemde te hebben geholpen en 69 procent had geld gedoneerd.
- Onuch, O., & Mateo, E. (2026). A duty to defend: survey analysis of citizen wartime engagement in Ukraine. East European Politics, 42(1), 63–96.
- Fedirko, T. (2026). Martial citizenship: Military voluntarism and the transformation of the Ukrainian nation-state. Humanitarianism From Below: Alter-Politics and Struggles for the Universal.
- Nancy, J.-L. (2010). The truth of democracy (1st ed). Fordham University Press.