De politieke urgentie om het vluchtelingenstandpunt van links opnieuw te doordenken is groot – dat behoeft bijna geen betoog meer. Zowel in Nederland als in andere landen is het migratie- en met name asielstandpunt een belangrijke oorzaak van de electorale krimp van linkse politieke partijen.[i]
In Nederland komt daar bovenop dat, zolang het vluchtelingenbeleid een zo centrale plek in het politieke debat inneemt, de onmogelijkheid van een asieldoorbraak tussen rechts en links er mede voor zorgt dat centrumrechts, zelfs in een tijd van een Russische oorlogsdreiging en oplopende binnenlandse spanningen, nog altijd liever samenwerkt met de radicaal-rechtse PVV dan met centrumlinks.
Maar er is een andere, inhoudelijke, en daarmee minstens zo belangrijke reden waarom een doorbraak nodig is in het vluchtelingenstandpunt van links: het systeem pakt allang niet meer eerlijk uit. Niet voor vluchtelingen en niet voor Nederland en Europa. Er is, anders gezegd, weinig links aan. Het zou door links dan ook niet meer verdedigd moeten worden.
Een alternatief is mogelijk dat eerlijker en beter is voor vluchtelingen én dat veel meer draagvlak zou hebben in Nederland en Europa. Dat vergt echter niet alleen zalvende woorden of kleine verschuivingen, maar het doorbreken van taboes en een ingreep in het hart van het systeem.
De problemen in het asielstelsel
Eerst naar de kern: het hart van het asielsysteem. Dat is het recht op een asielaanvraag. Iedere asielzoeker die in Nederland of Europa aankomt en vraagt om bescherming heeft recht op een individuele beoordeling van dat verzoek en mag niet worden teruggestuurd naar onveilige landen. Dat recht is verankerd in het VN-Vluchtelingenverdrag, EU-richtlijnen en de Nederlandse wet.
Dit uitgangspunt vloeit voort uit het historische moment waarop het ontstond – de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Een vluchteling voor wie het leven thuis niet veilig is en die zich meldt aan de grens, verdient bescherming en een eerlijke beoordeling van de vraag of hij of zij mag blijven in het land van aankomst. Het is een volstrekt logisch uitgangspunt.
De tragiek is echter dat het in de huidige praktijk desastreuze bijeffecten heeft: het stelsel werkt niet voor de meest kwetsbare vluchtelingen. Om te laten zien waarom dat zo is, is het belangrijk eerst te kijken naar de hele groep waar het uiteindelijk om draait: vluchtelingen wereldwijd.
Wereldwijd zijn volgens de UNHCR momenteel meer dan 117 miljoen mensen op de vlucht vanwege oorlog, geweld of vervolging.[ii] Daarvan verblijft bijna twee derde (68 miljoen mensen) in eigen land. En van de 37,6 miljoen mensen die het land verlaat, blijft 69% in een buurland. Slechts een heel klein deel vertrekt uiteindelijk naar Europa. Daarvan komt weer een klein deel aan in Nederland.
Juist de ontheemden die in hun eigen regio blijven, bevinden zich veelal in een situatie van armoede, marginalisering en uitzichtloosheid. Er zijn vluchtelingen die in de eigen omgeving een bestaan kunnen opbouwen, maar velen leven lang in vluchtelingenkampen en weer anderen leiden hun bestaan in een buurland, zonder toegang tot legaal werk, onderwijs of burgerrechten.
Voor deze overgrote groep is het hart van het asielstelsel – het recht op asiel – weinig waard. Het is een ver-van-hun-bedshow. Sommigen van deze vluchtelingen willen om voorstelbare redenen eenvoudigweg niet uit de eigen omgeving vertrekken. Anderen willen dat wel, maar kunnen zich een reis naar Europa niet veroorloven. Weer anderen kunnen die reis fysiek niet aan.
Het Europese asielstelsel heeft de meest kwetsbare vluchtelingen in de wereld dus heel weinig te bieden. Ook de grootste voorstanders van het huidige asielbeleid besteden weinig aandacht aan deze overgrote groep vluchtelingen. Op de ontwikkelingssamenwerking, inclusief programma’s om deze vluchtelingen perspectief te bieden, wordt zonder veel discussie fors bezuinigd.
Het recht op asiel is dus een gevaarlijke, oneerlijke en slechte manier om vluchtelingen te helpen. Vrijwel alle aandacht gaat uit naar wie wel een beroep kan doen op het recht op asiel: de veel kleinere groep vluchtelingen die Europa of Nederland wel bereikt.
De afschuwelijke taferelen op de gevaarlijke, irreguliere route die veel vluchtelingen afleggen zijn bekend maar blijven schokkend: verdrinkingen, smokkel en exploitatie. Het asielstelsel bevat daarvoor paradoxaal genoeg een aanmoediging, want voor wie asiel wil aanvragen is deze route de enige manier. Die paradox werkt soms gruwelijk uit.
De Volkskrant beschreef onlangs nog treffend hoe enkele goedbedoelde maatregelen om minderjarigen een voorkeursbehandeling in de asielprocedure te geven er vooral toe hebben geleid dat meer kinderen op deze mensonwaardige route zijn gestuurd.[iii] Ook het aantal alleenstaande minderjarige asielzoekers dat in Nederland aankwam is na deze maatregelen aanzienlijk gestegen.[iv] Kinderpsychiaters melden dat deze kinderen soms ernstig getraumatiseerd zijn.
Automatisch leidt die route bovendien onbedoeld tot oneerlijke selectie. Deze is immers toegankelijker voor wie dat kan betalen en fysiek kan doorstaan. Dat blijkt ook uit de statistieken: onder de aanvragers van asiel zijn vrouwen of ouderen ondervertegenwoordigd en zijn jonge mannen juist oververtegenwoordigd.[v]
Voorstanders van het huidige stelsel wijzen er vaak op dat de grootste groepen aanvragers komen uit landen met oorlog of sterke repressie – zoals Syrië, Eritrea en Irak[vi] – en dat een groot deel van de aanvragers uiteindelijk in aanmerking komt voor asiel. Maar binnen deze landen betreft het vaak niet de meest behoeftigen, en binnen de wereldwijde vluchtelingenpopulatie is dat zeker niet het geval.[vii] De instroom van vluchtelingen uit landen die als veilig worden aangemerkt, blijft significant. Beleid om zélf te bepalen wie we als Nederland en Europa zouden willen helpen – bijvoorbeeld op basis van rechtvaardigheid en perspectief in onze samenleving – ontbreekt.
De asielprocedure in Nederland die alle aanvragers moeten doorgaan, is bovendien uiterst moeizaam, zowel voor vluchtelingen zelf als voor de IND. Na het wachten in Ter Apel probeert een beoordelaar met pijn en moeite vast te stellen waar de vluchteling vandaan komt, of diens verhaal klopt en of de vluchteling in aanmerking komt voor asiel. Dat is inherent een moeilijke opgave. Daarnaast duurt de procedure veelal lang en kent zij volop fouten. Ook mogen asielaanvragers tijdens de procedure niet werken en hebben zij weinig toekomstperspectief.
Van degenen die uiteindelijk worden afgewezen, vertrekt vervolgens slechts ongeveer een derde. De rest blijft alsnog. Vrijwillige terugkeer vindt enigszins plaats, gedwongen terugkeer amper. De Irakese vluchteling Rodaan al-Galidi, die negen jaar in een azc zat, beschrijft in Hoe ik talent voor het leven kreeg wat dat in de praktijk betekent: de ongelijke beslissingen, de Hollandse papieren werkelijkheid en de uitzichtloosheid van het wachten.[viii]
Het stelsel biedt ook Nederland en Europa te weinig grip op de asielmigratie. Die grip is wel van belang. In de woorden van Paul Scheffer, in een essay voor de WRR uit 2018 zal ‘wanneer in een zo wezenlijke kwestie langs liberale wegen weinig meer te kiezen valt, de verleiding toenemen om controle op het gebied van migratie- en asielbeleid af te dwingen met andere middelen’.[ix] Omgekeerd wordt, in de woorden van Scheffer een samenleving opener naarmate migratie voortvloeit uit een bewuste keuze.
Er zijn redenen de migratie te matigen, zo bepleitte ook de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 onlangs.[x] De Staatscommissie concludeert dat matiging van de groei van de bevolking essentieel is voor de brede welvaart; om voor iedereen in Nederland wonen, zorg en onderwijs toegankelijk te houden en de leefbaarheid te bevorderen.
Uiteraard spelen arbeids-, gezins- en studiemigratie in de totale migratie een grotere rol, maar ook asielmigratie is niet weg te cijferen. De omvang van asielmigratie fluctueerde tussen 1999 en 2020 tussen de 4% en 32% van de totale immigratie per jaar; gezinshereniging kwam daar bovenop.
Dat het stelsel slecht werkt tart het rechtvaardigheidsgevoel van de Nederlandse bevolking. Het bieden van bescherming aan vluchtelingen voor oorlog en geweld, door opname in de samenleving, is een waardevolle maar ook kostbare vorm van solidariteit. En juist daarom is het van belang zorgvuldig met die solidariteit om te springen. Dat het stelsel niet de meeste behoeftige vluchtelingen helpt en zo slecht werkt, is daarom schadelijk.
De realiteit van het huidige asielstelsel is bovendien dat asielmigratie vaak overlapt met arbeidsmigratie.[xi] Vluchtelingen vertrokken in veel gevallen niet alleen vanwege onveiligheid, ze reisden ook naar Nederland vanwege de mogelijkheden in onze samenleving en economie. Op zich is daar niets mis mee; er zijn juist hele goede redenen om ook arbeids- en welvaartsmigratie goed te reguleren. Maar het huidige stelsel zorgt niet voor een optimale match met de arbeidsmarkt én het recht op bescherming en het asielstelsel is hier helemaal niet voor bedoeld. Het oneigenlijk gebruik daarvan maakt het een stuk moeilijker om er maatschappelijk draagvlak voor te behouden.
Mensen zien dat vluchtelingen in veel ernstiger situaties onder erbarmelijke omstandigheden leven in bijvoorbeeld Libanon, Gaza of Libië of hun leven vanwege hun geaardheid of politieke overtuigingen niet zeker zijn. Ze zien dat het stelsel deze mensen niet helpt. Dat wie toch vertrekt langs een route moet waarin wordt verdronken, afgeperst en gedood. Dat wie aankomt kans maakt, maar lang moet wachten en wordt onderworpen aan een oneerlijk systeem. En dat mensensmokkelaars ondertussen misbruik maken van onze goede bedoelingen.
Juist wie redeneert vanuit sociale, linkse idealen moet onder ogen zien: dit systeem is niet sociaal. Dat zien ook de meeste Nederlanders. Hoewel uit opiniepeilingen tot voor kort bleek dat een meerderheid nog voorstander is van opvang van vluchtelingen, slinkt dat draagvlak.[xii] En al langer is het draagvlak voor het huidige systeem gering. Vluchtelingen helpen ja, maar niet op deze manier.
Er is een alternatief
Het asieldebat lijkt te zijn verworden tot een zwart-wit identiteitspolitieke strijd. Op links wordt het bekritiseren van het asielbeleid neergezet als zondebokpolitiek: als je progressief bent, wil je toch geen aantasting van de huidige rechten van vluchtelingen? Radicaal-rechts daarentegen legt van vrijwel ieder vraagstuk – de woningnood, de zorgcrisis – de schuld bij vluchtelingen en maakt er een punt van om vluchtelingen zo hard en zichtbaar mogelijk aan te pakken.
Maar er is een middenweg mogelijk. Namelijk door, zoals de meeste Nederlanders willen, solidair te zijn met wie vlucht voor oorlog, geweld of vervolging én dat te doen met een systeem dat eerlijker en beter werkt voor Nederland en Europa. Deskundigen maken om te zien hoe het ook kan vaak een uitstap naar de andere kant van de Atlantische Oceaan: Canada. Uiteraard, Canada bevindt zich een totaal andere situatie dan Europa omdat het land alleen grenst aan oceanen en de Verenigde Staten. Maar voor Nederland en Europa is het Canadese model wel degelijk te repliceren – als we stevig durven ingrijpen.
Canada heeft vanwege de ligging vrijwel niet te maken met reizigers die via gevaarlijke irreguliere routes aankomen en asiel aanvragen. Mede daardoor kan het een geheel eigen immigratiebeleid vormgeven. Dat doet het land middels een breder programma waarin jaarlijks een vastgesteld aantal mensen (een percentage van de Canadese bevolking) naar Canada mag migreren. Daarbinnen valt ook een groot aantal vluchtelingen, die worden geselecteerd en veilig worden overgebracht.
De selectie van die vluchtelingen vindt plaats door de Verenigde Naties, op basis van onder meer de ernst van hun situatie én hun perspectief in Canada zelf. De selectie en reis naar Canada verlopen eerlijk, veilig en op basis van de Canadese behoefte.
Dit beleid heeft in Canada breed draagvlak. Gemeenschappen kunnen er zelfs voor kiezen additionele vluchtelingen uit te nodigen, mits ze daar zelf de verantwoordelijkheid voor nemen. Dat gebeurt ook volop. Het Canadese voorbeeld is inspirerend. Het is niet gebaseerd op survival of the fittest maar op help for who needs it the most, helpt vluchtelingen beter en heeft meer draagvlak onder de bevolking.
Een nieuw systeem naar Canadees voorbeeld
Zoals gezegd: Europa heeft een andere geografische situatie dan Canada. Maar Europa kan het Canadese systeem wel degelijk nabootsen. Dit vergt echter wel stevige ingrepen.
Het uitgangspunt van het asielbeleid moet veranderen van aanvraag in Europa naar selectie in de regio. Dit uitgangspunt moet vervolgens worden omgezet in vier grote ingrepen. Ten eerste: het verplaatsen van de asielprocedure naar vluchtelingenkampen. Ten tweede: eerlijke, veilige en goed gereguleerde routes voor geselecteerde vluchtelingen. Ten derde: het ontmoedigen en uiteindelijk beëindigen van irreguliere vluchtroutes. En ten vierde: meer perspectief bieden aan vluchtelingen in de eigen regio.
Een asielbeleid dus ongeveer langs de lijnen zoals Ruud Koopmans voorstelt in zijn boek De Asielloterij (2023) en Alexander Betts en Paul Collier uiteenzetten in hun eerdere boek Refuge (2017) - en nadrukkelijk op een sociale manier vormgegeven. Het hart van het nieuwe stelsel zou moeten zijn dat de asielprocedure zoveel mogelijk wordt verplaatst naar ontheemden- en vluchtelingenkampen buiten Europa, in de crisisgebieden zelf.
Asielzoekers voor wie veilige opvang in de directe nabijheid van het land van herkomst beschikbaar is, maar die toch willen vertrekken naar Nederland of Europa, kunnen daarvoor alleen nog een asielaanvraag indienen in aanvraagpunten op deze locaties. Een Syriër of Irakees vraagt voortaan niet meer in Ter Apel asiel voor Nederland aan, maar bij een VN-punt in Turkije of Jordanië. Een Eritreeër in Ethiopië. Politieke vluchtelingen in het meest nabijgelegen land.
Nederland en andere Europese landen gaan vervolgens beleid maken over hoeveel en welke van deze vluchtelingen in aanmerking komen voor asiel bij ons. Denk voor Nederland aan een jaarlijks, wettelijk vastgelegd, quotum van 30.000 vluchtelingen.[xiii] Dit vullen we in overleg in met de landen in de opvangregio, als onderdeel van bredere afspraken over de verantwoordelijkheid die Europa neemt voor de wereldwijde vluchtelingencrises.
De vluchtelingen worden vanuit deze veilige aanvraagpunten door de VN of andere organisaties geselecteerd, op basis van een aantal vastgestelde criteria. Uiteraard de ernst van hun situatie, maar ook hun perspectief in Nederland en Europa. Denk aan vervolgde LHBTIQ’s, gezinnen op de vlucht voor oorlog of dissidenten die door repressie moeten vrezen voor hun leven. Mensen die tegelijkertijd een goed perspectief hebben in de Nederlandse arbeidsmarkt en samenleving.
Wie buiten het quotum valt, maar wel recht heeft op hulp en bescherming, krijgt ondersteuning om perspectief te vinden in het desbetreffende land. Wie echter binnen het quotum valt wordt op een goed georganiseerde manier overgebracht naar Nederland en Europa. Vluchtelingen hoeven geen lange procedure in Nederland te ondergaan, want al voor vertrek wordt vastgesteld dat ze mogen blijven. Ze kunnen ter plaatse beginnen met het leren van de taal en het voorbereiden op deelname aan de samenleving in Nederland. En ze kunnen na aankomst in Nederland meteen naar school, aan de slag en volwaardig meedoen.
Tegelijk is het cruciaal irreguliere vluchtroutes te ontmoedigen en stevig af te bouwen. Het ontmoedigen of zelfs beëindigen van irreguliere routes is voor links in praktijk vaak een taboe; het klinkt immers als inhumaan. Maar als onderdeel van dit grotere pakket is het helemaal niet inhumaan, de irreguliere routes worden immers vervangen door een eerlijker en veiliger systeem.
Er zijn al allerlei lichtere en voor links minder controversiële manieren om irreguliere migratie te ontmoedigen, van het verschaffen van voorlichting aan potentiële migranten tot en met het ondersteunen van vrijwillige terugkeer en het bevorderen van terugkeer voor wie is uitgeprocedeerd. Maar in de praktijk zijn deze maatregelen evident niet voldoende om de irreguliere migratie te ontmoedigen.
Als onderdeel van dit humanere alternatief is het nodig dat links het taboe doorbreekt op verdergaande maatregelen om irreguliere migratie te ontmoedigen. Bijvoorbeeld door zelfs mee te werken aan het beperken van de mogelijkheid op aanvragen van permanente asielvergunningen en gezinshereniging of door veel stevigere restricties voor wie in de procedure zit. Het zijn stevige stappen om de deur te sluiten die – en dat is echt belangrijk - alleen mogen worden gezet als ze worden gekoppeld aan het tegelijkertijd openen van een andere deur: veilige, eerlijke en goed georganiseerde routes.
De meest passende maatregel zou uiteindelijk zelfs zijn dat de mogelijkheid voor vluchtelingen uit de genoemde landen om asiel in Ter Apel aan te vragen de facto geheel sluit. Wie toch daar, of elders in Nederland of Europa, asiel aanvraagt, wordt in plaats daarvan terugverwezen of overgebracht naar een aanvraagpunt in de regio, om aldaar een aanvraag in te dienen die eerlijk wordt meegewogen in samenhang met alle aanvragen uit deze landen. De aanvraagprocedure, selectie en hervestiging van daaruit is immers eerlijker.
Dit zal, binnen het VN-Vluchtelingenverdrag en EU-recht, wel overeenkomsten vergen met derde landen die mee willen werken aan het terugbrengen van irreguliere migranten naar vluchtelingenkampen. Dat is niet onmogelijk – ook omdat veel landen zelf geen doorvoerland willen worden. Met de juiste investeringen kan het mogelijk zijn om afspraken met de betreffende landen te maken, zeker als we in ruil daarvoor bereid zijn een deel van de vluchtelingen uit die landen volgens het hierboven genoemde systeem over te nemen.
De eerdere EU-Turkije-deal kende elementen vanuit dit uitgangspunt. Er zijn kleinschalige experimenten met asielaanvragen in de regio – zoals tussen Frankrijk en Niger. De VS experimenteert met Safe Mobility Offices die vluchtelingen voorlichten en hun routes beter organiseren. De samenwerking tussen Denemarken en Rwanda wordt te eenzijdig ingevuld - deze is namelijk alleen gericht op het tegengaan van asiel in plaats van het beter reguleren ervan - maar bevat volgens Instituut Clingendael elementen die wel degelijk het bestuderen waard zijn.[xiv]
Door het geschetste samenhangende pakket kunnen we een veilig stelsel creëren dat in de plaats komt van de chaos, de wachttijden, de gevaarlijke routes en de averechtse effecten van het huidige stelsel. In Nederland en Europa zelf ontstaat hierdoor meer grip, meer rechtvaardigheid en daarmee aanzienlijk meer draagvlak.
De enige uitzondering op dit stelsel is een crisis direct aan de grenzen van Europa; denk aan de oorlog in Oekraïne. Uiteraard hoort Europa oorlogsvluchtelingen dan op te vangen en niet eerst te verwijzen naar een aanvraagpunt verder van Europa af.
Hoe dan ook is meer aandacht nodig voor de overgrote groep vluchtelingen die verblijft in landen van herkomst of de directe omgeving daarvan. Nodig zijn investeringen in perspectief voor diegenen in en om de genoemde aanvraagpunten die wel hulp en bescherming verdienen, maar die buiten het quotum voor hervestiging vallen. Niet alleen meer investeringen in opvangkampen, maar ook in werkelijk perspectief om te kunnen werken, naar school te kunnen gaan en burgerrechten te verkrijgen. Vanuit dit oogpunt zou links zich nog steviger moeten uitspreken tegen de bezuinigingen op ontwikkelingshulp. Juist humanitaire hulp, opvang en het versterken van onderwijs en arbeidsmarkt in de regio zijn hoognodig.
Bezwaren tegen het Canadese model in Europa
Onomstreden is dit voorstel niet. Critici hebben doorgaans een aantal bezwaren. In de eerste plaats de juridische haalbaarheid. Is dit stelsel in strijd met het VN-Vluchtelingenverdrag? Dat is niet het geval. Het recht op de individuele beoordeling en het beginsel dat we niemand terugsturen naar onveilige landen blijven overeind staan als de asielprocedure plaatsvindt in veilige landen.
Wel is een aanpassing nodig van het EU-recht, onder meer omdat dit bepaalt dat asielzoekers slechts mogen worden teruggestuurd naar landen waarmee zij een binding hebben. Voor de aanpassing van dat uitgangspunt groeit in de EU het draagvlak.
In de tweede plaats zijn er twijfels of dit stelsel er daadwerkelijk in kan slagen om irreguliere migratie te verminderen. De ervaring van andere landen laat zien dat veel strengere regels voor asielaanvragen na irreguliere migratie hier inderdaad toe zullen leiden. Zie bijvoorbeeld het geringe aantal aanvragen in Denemarken, of in landen zoals Canada, de Golfstaten of Australië die geen significante aanvraagmogelijkheid op het eigen grondgebied kennen.
Uiteindelijk is het eenvoudig. Als asielaanvragers in Nederland of Europa worden doorverwezen naar aanvraagpunten buiten Europa, is het niet zinvol eerst zelf de gevaarlijke reis te ondernemen. Dat betekent uiteraard niet dat irreguliere migratie van andere vormen - bijvoorbeeld arbeidsmigratie - afneemt, maar wel dat niet langer misbruik van het asielstelsel kan worden gemaakt.
Ook wordt vaak betwijfeld of het mogelijk zal zijn om hervestigingsprogramma’s daadwerkelijk overeind te houden. Met andere woorden: of rechtse politici in praktijk niet slechts alleen zullen kiezen voor het sluiten van de deur voor vluchtelingen, zonder daar ruimhartige hervestiging tegenover te zetten. Het Canadese voorbeeld laat echter zien dat indien asielmigratie goed gereguleerd, georganiseerd en rechtvaardig plaatsvindt, er wel degelijk draagvlak is voor ruimhartige hervestiging. Ook in Nederland is er nog steeds een meerderheid voorstander van het opvangen van vluchtelingen. Daarnaast zullen ook herkomst- en doorreislanden alleen meewerken aan afspraken als Europa bereid is een deel van de vluchtelingenpopulatie zelf over te nemen.
In de derde plaats zijn er bezwaren tegen het maken van afspraken met landen die de mensenrechten schenden of vluchtelingen slecht behandelen. Dit is evident een belangrijk aandachtspunt, waar duidelijke en concrete afspraken over moeten worden gemaakt. Met die afspraken is het – als Europa daadwerkelijk geld investeert in een goede behandeling van vluchtelingen – zeker mogelijk de situatie van vluchtelingen in die landen te verbeteren.
Tegelijkertijd moet onderkend worden dat de situatie in deze landen daarmee niet perfect zal worden. De realiteit is dat dit op dit moment ook niet zo is. In diverse landen waar mensenrechten worden geschonden leiden op dit moment miljoenen vluchtelingen een leven in een beroerde situatie. Het maken van afspraken met deze landen én het bieden van perspectief aan deze vluchtelingen, zal hun situatie uiteindelijk verbeteren, niet verslechteren.
Een ander vraagstuk is het draagvlak in de Europese Unie. Aangezien Nederland deelneemt aan Schengen en het gemeenschappelijk asielbeleid zal het realiseren van dit systeem zoveel mogelijk samen met andere Europese landen moeten gebeuren. Maar ook in de EU groeit het draagvlak. Vijftien EU-lidstaten pleitten onlangs in een brief aan de Europese Commissie voor de externalisering van de asielprocedure en aanpassingen in EU-regelgeving om dat mogelijk te maken.[xv] Als gevolg van de verrechtsing in veel EU-lidstaten groeit het draagvlak voor stevige maatregelen steeds verder – dat maakt het extra belangrijk dat links hierover meepraat.
Links moet taboes doorbreken
In praktijk zal als gevolg van deze uitdagingen één grote sprong naar een ander stelsel niet gemakkelijk gaan. Tijd zal nodig zijn. Op weg naar het langetermijnperspectief zijn geleidelijke stappen in de tussentijd wel mogelijk.
Uiteindelijk is politiek echter een kwestie van idealen. Meer perspectief voor vluchtelingen, het afbouwen van of zelfs geheel stoppen met de chaos van de irreguliere vluchtroutes, het verplaatsen van de asielprocedure naar buiten Europa en het opzetten van een goed georganiseerd en door Nederland en Europa zelf vormgegeven hervestigingssysteem: het is geen fictie maar een wenkend perspectief.
Wat bovenal nodig is, is de durf om te kiezen voor een uitgangspunt: niet langer de asielaanvraag in Nederland en Europa centraal, maar hulp en selectie van vluchtelingen in de regio. Onder de streep is dat beter voor vluchtelingen, beter voor Nederland en Europa en zal het op meer draagvlak onder de bevolking kunnen rekenen. Kijk maar naar Canada.
Frans Timmermans betoogde recent meermaals dat links ook open moet staan voor een ander asielbeleid. Hij heeft gelijk – GroenLinks-PvdA is als veranderingsgezinde partij die bredere maatschappelijke en politieke bruggen wil bouwen de meest voor de hand liggende partij om hierin het voortouw te nemen. Het verkiezingsprogramma van GroenLinks-PvdA omarmt al het streven irreguliere routes te ontmoedigen en te vervangen door reguliere, veilige routes. Maar als GroenLinks-PvdA dat echt wil – en dat geldt voor iedereen die werkelijk vluchtelingen wil helpen – is het tijd daadwerkelijk fundamenteel anders te denken en in de uitwerking meer taboes te doorbreken. Niet omdat ‘links’ naar ‘rechts’ wil. Maar omdat juist wie voorstander is van hulp aan vluchtelingen het voortouw zou moeten nemen in het realiseren van een eerlijker systeem dat Nederland en Europa beter aankunnen en dat vluchtelingen beter helpt.
Noten
[i] Zie bijvoorbeeld Jesse Frederik (2024). ‘Waarom link steeds verkiezingen verliest (en nee, niet omdat de kiezer links niet begrijpt)’. De Correspondent. Frederik laat zien dat het asiel- en migratiestandpunt zeker niet de enige bepalende factor was voor de tegenvallende uitslag van bijvoorbeeld GroenLinks-PvdA bij de laatste uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen, maar wel degelijk van groot belang was.
[ii] UNHCR (2023). Refugee Data Finder; data on forcibly displaced and stateless population categories.
[iii] Maartje Bakker (5 november 2024). Op de dodelijkste route naar Europa zijn de migranten steeds vaker minderjarig: ‘Mijn vader verkocht zijn auto om mij hierheen te sturen.’ De Volkskrant.
[iv] Mijuska van Rompu (25 november 2024). Kinderen zitten vast in de asielnoodopvang: ‘Het is hier ’s avonds heel gehorig. Soms heb ik nare dromen’. De Volkskrant.
[v] Zie bijvoorbeeld CBS (2023). Cohortonderzoek asielzoekers en statushouders. Asiel en migratie 2023.
[vi] Zie bijvoorbeeld Migratieradar | Over ons (ind.nl).
[vii] Zie een uitgebreidere analyse en onderbouwing in o.m. Betts & Collier (2017). Refuge: Transforming a Broken Refugee Systeem.
[viii] Zie Rodaan al-Galidi (2016). Hoe ik talent voor het leven kreeg. Ook inzichtelijk is Arnon Grunberg (2022). De vluchteling, de grenswacht en de rijke jood.
[ix] Zie Paul Scheffer (2018). in Regie over Migratie: naar een strategische agenda. Essays ter gelegenheid van het Hollands Spoor-debat over migratiebeleid, p.63
[x] Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen (2024). 2050: Gematigde Groei.
[xi] Zie bijvoorbeeld Hein de Haas (2023). Hoe migratie echt werkt.
[xii] Zie bijvoorbeeld Ipsos I&O (2022). Meeste Nederlanders zien opvang asielzoekers als morele plicht en recenter Beperken migratie door EU: per saldo steun van rechts tot links (VK III).
[xiii] Op dit moment bestaat er al een dergelijk quotum; dat is door achtereenvolgende kabinetten echter afgebouwd naar het huidige erbarmelijk kleine aantal van 500 vluchtelingen per jaar. Dit quotum zou rigoureus kunnen worden uitgebouwd, en idealiter in Europees verband en samen met partnerlanden worden vormgegeven.
[xiv] Zie bijvoorbeeld Clingendael (2023). Versterk migratiesamenwerking met Rwanda.
[xv] Zie Euronews.com (2024). 15 EU countries call for the outsourcing of migration and asylum policy.