Overslaan en naar de inhoud gaan
verwerkt
Aan

De Europese Centrale bank is juridisch en politiek onafhankelijk. Op die manier is zij beschermd tegen opportunistische kortetermijnpolitiek. Maar nu het monetaire beleid steeds dieper ingrijpt in economische en sociale verhoudingen, klinkt steeds luider de vraag of deze mate van onafhankelijkheid nog wel in balans is met de democratische legitimiteit van het monetaire beleid.

Leestijd:
14 minuten
Afbeelding
Norbert Nagel via Wikimedia Commons

Wie de economie wil democratiseren, kan niet om het monetaire beleid heen. Monetair beleid gaat over de prijs en beschikbaarheid van geld en krediet in de samenleving. Het bepaalt mede welke individuele en collectieve plannen worden gerealiseerd en welke niet. Het vermogen van huishoudens en bedrijven om te lenen en te investeren hangt af van de rente die centrale banken vaststellen en de voorwaarden waaronder private banken krediet verlenen. Hierdoor raakt monetaire beleid direct aan centrale maatschappelijke vraagstukken zoals economische verdeling, werkgelegenheid en verduurzaming. 

Het huidige bancaire stelsel is ontstaan in de late Middeleeuwen, toen de monetaire macht geleidelijk verschoof van vorsten naar private bankiers. Omdat privaat geld regelmatig leidde tot financiële systeemcrises en stilvallende economische activiteit, vervulden centrale banken – destijds vaak grote private of semi-private instellingen – de rol van kredietverlener in laatste instantie (lender of last resort). In het geval van een systeemcrisis leenden centrale banken geld aan illiquide private banken die elders geen krediet meer konden krijgen, om het ineenstorten van het bancaire stelsel te voorkomen.

In de twintigste eeuw zijn veel centrale banken, zoals De Nederlandsche Bank in 1948, genationaliseerd en dus onderdeel van de publieke sector geworden. Tegenwoordig bestaat het overgrote deel van de geldhoeveelheid uit banktegoeden, gecreëerd door private banken. Het private bancaire systeem heeft gezorgd voor elasticiteit in de geldhoeveelheid en bijgedragen aan de industriële ontwikkeling. Toch rijst de vraag of, gezien het blijvende risico van financiële systeemcrises en de gevolgen daarvan, niet een hervorming van het monetaire stelsel wenselijk is. Met de recente opkomst van digitale technologieën zoals gedeelde grootboeken (distributed ledger technology)[1] en digitale munteenheden valt misschien zelfs een stabieler, efficiënter en democratischer monetair stelsel te realiseren.

De laatste grote hervorming van het Europese monetaire stelsel werd ingegeven door de invoering van de euro, waarmee de monetaire autoriteit grotendeels verschoof van nationale centrale banken naar de Europese Centrale Bank. Sinds de oprichting van de ECB staat haar politieke onafhankelijkheid centraal. Dit principe is verankerd in de Europese verdragen en stelt de ECB in staat haar primaire mandaat van prijsstabiliteit, oftewel het beperken van inflatie tot ongeveer 2% per jaar, uit te voeren zonder inmenging van gekozen politici. 

Toch is dit model van onafhankelijkheid niet zonder spanningen. Door de groeiende invloed van monetair beleid op economische en sociale verhoudingen, rijst de vraag of het wenselijk is om het monetaire domein buiten democratische controle te houden. De eurocrisis in jaren 2010, de coronapandemie en de energietransitie maken bovendien duidelijk dat monetair beleid steeds nauwer verweven raakt met brede maatschappelijke keuzes. In dit stuk analyseren wij de bestaande spanningen tussen technocratische onafhankelijkheid en democratische legitimiteit, verkennen wij mogelijke hervormingsrichtingen – binnen en buiten de bestaande verdragen – en reflecteren wij op de implicaties daarvan voor sociaal-democratisch beleid.

Hoe (on)democratisch is het monetaire beleid nu?

De inrichting van het monetaire beleid in de eurozone is doelbewust gedepolitiseerd. Nationale centrale banken droegen hun bevoegdheden over aan de ECB, een instelling met een mandaat dat primair gericht is op prijsstabiliteit. De ECB is juridisch onafhankelijk, operationeel autonoom en hoeft nauwelijks politieke verantwoording af te leggen. De Europese verdragen voorzien slechts beperkt in controlemechanismen, en het Europees Parlement beschikt over weinig middelen om de koers van de ECB bij te sturen richting democratisch bepaalde doelen. Wel is de ECB verplicht om in het kader van de zogeheten ‘Monetary Dialogue’ uitleg te geven aan de commissie van het Europees Parlement die over economische en monetaire zaken gaat, maar dit overleg is niet bindend.

Hoewel de keuze voor deze onafhankelijkheid voortkwam uit legitieme democratische besluitvorming – namelijk het streven om de ECB te beschermen tegen (opportunistische) kortetermijnpolitiek – heeft deze inrichting geleid tot een democratisch tekort. De toenemende rol van de ECB in crisisbestrijding, bijvoorbeeld via nieuw ingestelde opkoopprogramma’s voor obligaties van staten en bedrijven tijdens de eurocrisis, heeft laten zien dat monetair beleid allerminst neutraal is. Bepaalde economische actoren hebben veel meer geprofiteerd van de opkoopprogramma’s dan andere. Bovendien is het beleid van de ECB sterk afhankelijk van financiële markten voor de werking van monetair beleid, wat heeft geleid tot wat de politiek econoom Benjamin Braun ‘infrastructurele macht’ noemt.[2] De ECB is dus misschien formeel onafhankelijk van gekozen politici, maar is zeker niet onafhankelijk van financiële markten.

Waarom monetair beleid democratiseren?

Het democratiseren van monetair beleid past om vier redenen binnen een sociaal-democratische visie op economisch bestuur. Ten eerste zijn de uitkomsten van monetair beleid niet neutraal: het verdeelt kosten en baten in de samenleving op een ongelijke manier. Niet alleen de opkoopprogramma’s, maar ook de lage rente hebben sinds 2008 bijgedragen aan stijgende prijzen van vermogenstitels, met toenemende vermogensongelijkheid tot gevolg. Bovendien heeft de ECB voornamelijk staats- en bedrijfsobligaties opgekocht van grote partijen die daardoor marktmacht verkrijgen, terwijl ze weinig duurzaam zijn – iets wat botst met het democratisch vastgestelde doel om te verduurzamen.

Ten tweede is het monetaire beleid steeds nauwer verweven geraakt met maatschappelijke doelstellingen zoals werkgelegenheid en de energietransitie. Door deze doelstellingen expliciet democratisch te legitimeren, zouden keuzes rond het geambieerde inflatieniveau en de verdeling van krediet tussen verschillende maatschappelijke en economische actoren beter kunnen worden afgestemd op collectieve voorkeuren. Daarvoor zou de ECB op haar secundaire mandaat kunnen voortbouwen: het ondersteunen van het algemene economische beleid van de Europese Unie.

Ten derde wordt het monetaire stelsel in goede tijden grotendeels gedreven door private banken die naar winst streven, maar daarbij afhankelijk zijn van de garanties van publieke instellingen. Banken creëren nieuwe deposito’s in het proces van kredietverstrekking voor activiteiten die zij winstgevend achten. Andere financiële instellingen, soms schaduwbanken genoemd, brengen nieuwe vormen van geld op de markt, vandaag de dag bijvoorbeeld stablecoins. Stablecoins zijn cryptomunten die zijn ontworpen om een stabiele waarde te behouden, vaak door hun waarde te koppelen aan relatief veilige bezittingen zoals staatsobligaties. 

In het geval van een crisis, acteert de (publieke) centrale bank als vangnet voor de private banken en - met name de Amerikaanse Federal Reserve - in toenemende mate ook voor deze vaak mondiaal opererende schaduwbanken. Als de hulp van de centrale bank onvoldoende blijkt te zijn, stapt ook de overheid in. Dit omdat anders het hele monetaire stelsel implodeert. De afgelopen decennia zijn zo winsten geprivatiseerd en verliezen gesocialiseerd, bijvoorbeeld tijdens de financiële systeemcrisis van 2008. Daarnaast zijn er structurele publieke vangnetten voor banken zoals het depositogarantiestelsel. Omdat het private bancaire stelsel uiteindelijk leunt op publieke instellingen lijkt een mate van democratische sturing wenselijk en gerechtvaardigd. 

Ten vierde zou een democratischere inrichting van het monetaire stelsel kunnen helpen voorkomen dat de democratie wordt uitgehold doordat de beheermethodes uit de wereld van cryptomunten worden toegepast op grote delen van de maatschappij. In zo’n scenario is je stemrecht afhankelijk van de inleg in plaats van je burgerschap. Op enkele plekken, bijvoorbeeld de zogenaamde netwerkstaat Prosperá in Honduras, zijn er al experimenten met dergelijke vormen van crypto-democratie, die nu ook de Verenigde Staten bereiken[3]. Een democratisering van het monetaire beleid en het monetaire stelsel zou ten minste het verschil tussen publiek geld en private geldvormen zoals cryptomunten helderder inzichtelijk maken, en zo de fundamenten van de democratie als een publieke zaak kunnen versterken.

Democratiseren binnen de huidige verdragen

Binnen het huidige institutionele kader bestaan verschillende mogelijkheden om het monetaire beleid te democratiseren. Wij bespreken er drie. De drie mogelijkheden zijn 1) het versterken van de monetair-fiscale coördinatie, 2) het beteugelen van de macht van banken en financiële markten en 3) het actiever betrekken van burgers en het verhogen van de financiële geletterdheid.

Monetair-fiscale coördinatie versterken

Het secundaire mandaat van de ECB verplicht haar het algemene economische beleid van de Europese Unie te ondersteunen. Deze verplichting serieus nemen zou voor de ECB kunnen betekenen dat zij haar monetaire beleid beter coördineert met democratisch gelegitimeerde doelstellingen van de Europese Commissie en nationale parlementen. Dit betekent concreet dat de ECB bij het uitvoeren van haar monetaire beleid heldere richtlijnen krijgt die voortkomen uit het Europese politieke proces. Zo kan de ECB binnen het kader van de opkoopprogramma’s specifiek obligaties opkopen van bedrijven die bijdragen aan duurzaamheidsdoelen of maatschappelijke prioriteiten, zoals de energietransitie.[4]

Daarnaast zou de ECB kunnen gaan werken met zogenoemde ‘credit guidance’, waarmee zij financiële instellingen expliciete, democratisch bepaalde richtlijnen geeft over het verstrekken en verdelen van krediet, bijvoorbeeld ten behoeve van productieve investeringen, groene projecten of defensie. Institutioneel kan dit worden gerealiseerd als, vanuit het Europees Parlement of de Europese Raad, regelmatig aanbevelingen richting de ECB worden geformuleerd waarin beleidsprioriteiten en de gewenste krediettoewijzing worden gespecificeerd. Zo ontstaat een duidelijke koppeling tussen democratische legitimatie en monetair beleid, zonder dat de operationele onafhankelijkheid van de ECB wordt aangetast.

De macht van banken en financiële markten beteugelen

De ECB is bij de uitvoering van haar monetaire beleid zoals gezegd sterk afhankelijk van banken en financiële markten, wat leidt tot machtsconcentratie.[5] Doordat banken en financiële markten essentieel zijn voor het doorgeven van monetair beleid (zoals renteverlagingen of obligatie-aankopen), hebben zij aanzienlijke invloed, ofwel ‘infrastructurele macht’. Deze structurele afhankelijkheid is niet alleen een technisch probleem, maar weerspiegelt ook de fundamentele inrichting van ons bancaire stelsel, waarin geldschepping en krediettoewijzing grotendeels worden gestuurd door de belangen van op winst gerichte private banken.

Een symptoom van deze afhankelijkheid is het ‘groepsdenken’ binnen centrale banken en financiële instituties. Toezichthouders, bankiers en financiers delen vaak dezelfde aannames en doen voorstellen tot fundamentelere hervormingen vaak meteen af als te politiek of technisch onmogelijk. Om deze cirkel te doorbreken en de macht van banken en financiële markten kritisch bespreekbaar te maken, is een structurele heroriëntatie vereist op publieke waarden, waarin monetair beleid explicieter dient te worden ingericht vanuit het algemeen maatschappelijk belang. Daarnaast is het belangrijk om via educatie en publieke communicatie een bredere bewustwording van de publieke aard van geld te stimuleren.[6] 

Burgers actiever betrekken en financiële geletterdheid verhogen

Sinds de financiële crisis van 2008 is de legitimatie van het monetaire beleid urgenter omdat de politieke gevolgen ervan zichtbaarder zijn geworden. De ECB heeft hierop gereageerd met intensievere communicatie richting het brede publiek. De stap van alleen informeren, naar daadwerkelijke participatie van burgers in het debat over de toekomstige inrichting van het stelsel, moet echter nog genomen worden.

Voor zulke participatie is financiële geletterdheid onder burgers een noodzakelijke voorwaarde. Het zou een politieke prioriteit moeten zijn om burgers in staat te stellen het huidige stelsel en mogelijke alternatieven beter te begrijpen en te beoordelen[7]. Momenteel is de financiële geletterdheid laag. Zoals de Amerikaanse journalist Matt Taibbi treffend stelt: ‘In the age of the Credit Default Swaps and Collateralized Debt Obligations, most of us are financial illiterates.’[8] Zelfs in Oostenrijk – een land dat bekendstaat om zijn aandacht voor monetair beleid – heeft 60 tot 80% van de bevolking onjuiste opvattingen over geldschepping en monetair beleid.[9]

Het vergroten van de financiële geletterdheid van burgers betekent niet dat iedereen monetaire of financiële economie moet studeren. Wat nodig is, zijn toegankelijke en verbeeldende manieren om het huidige stelsel en mogelijke hervormingen inzichtelijk en bespreekbaar te maken. Een voorbeeld hiervan is Het Waterwerk van Ons Geld van Carlijn Kingma[10], dat abstracte processen zoals geldschepping en centrale bankbeleid begrijpelijk maakt voor een breed publiek. Pas als meer burgers alternatieven voor het huidige systeem begrijpen en kunnen bespreken, ontstaat ruimte voor politici om fundamentelere hervormingen door te voeren.

Fundamentele hervorming van het monetaire stelsel

De vraag is of veranderingen binnen de huidige Europese verdragen voldoende zijn om het monetaire beleid werkelijk te democratiseren. De introductie van een digitale euro als tweede publieke optie naast fysiek contant geld zou verdergaande hervormingen mogelijk kunnen maken. Zo’n digitale euro biedt burgers niet alleen een veilig, digitaal alternatief voor bankdeposito’s en geldmarktinstrumenten, maar kan ook een nieuw instrument voor monetair beleid creëren, zoals een burgerdividend. Hierbij wordt nieuw gecreëerd geld rechtstreeks onder burgers verdeeld, die dit vervolgens besteden.[11] 

Hierdoor zouden centrale bankiers aanzienlijk minder afhankelijk worden van banken en financiële markten als transmissiemechanismen en raken burgers rechtstreeks betrokken bij het monetaire beleid. Digitale technologieën bieden, mits burgers voldoende financieel geletterd zijn om de implicaties te begrijpen, de kans om via democratische besluitvorming databescherming en de veiligheid van het monetaire stelsel te versterken. Sterker nog: als financieel geletterde burgers geen actieve rol spelen in de vormgeving van digitaal geld, zal het speelveld volledig worden overgelaten aan private partijen, met vermoedelijk negatieve gevolgen voor rechtvaardigheid en toegankelijkheid.

Als gevolg van verminderde afhankelijkheid van banken kunnen publieke vangnetten en het reguleringskader voor financiële instellingen mogelijk worden vereenvoudigd.[12] Dit zou leiden tot meer concurrentie en innovatie, waarbij burgers en bedrijven profiteren van betere voorwaarden en diensten. In een (ver) toekomstscenario zou de ECB dan kunnen optreden als uitgever van publiek digitaal geld, terwijl private partijen zich richten op betalingsverkeer en kredietverlening zonder speciale privileges of impliciete staatssteun. Zo verandert de ECB van een ‘bank der banken’ naar een ‘bank van burgers’, ingebed in democratische instituties en ondersteund door internationale afspraken. Deze transitie kan bijdragen aan een stabieler, socialer en democratischer monetair stelsel.

Valkuilen en politieke haalbaarheid

Een centrale uitdaging bij het democratiseren van monetair beleid is het voorkomen van overmatige politisering. De onafhankelijkheid van de ECB is zoals gezegd oorspronkelijk ingesteld om het monetaire beleid te beschermen tegen de politieke waan van de dag. Deze bescherming heeft gezorgd voor geloofwaardigheid, maar roept in toenemende mate dus ook vragen op over legitimiteit en publieke verantwoording.

De oplossing ligt niet in volledige politisering, maar in het vinden van een nieuw evenwicht. Democratisering van monetair beleid betekent niet dat politici of burgers de rentestand gaan bepalen. Wel kunnen gekozen politici via kaders en prioriteiten richting geven aan het beleid. Denk aan het formuleren van middel- tot langetermijndoelen die voortvloeien uit democratische besluitvorming – zoals de energietransitie of digitale toegang tot publiek geld – waaraan de ECB in haar secundaire mandaat invulling geeft. De technische uitvoering blijft bij de centrale bank, maar het doel van het beleid krijgt bredere maatschappelijke inbedding.

Dat dit geen eenvoudige opgave is, blijkt uit de politieke verdeeldheid binnen de Europese Unie en het verzet van gevestigde banken tegen dit idee. Toch is er een groeiend bewustzijn dat een puur technocratische aanpak onvoldoende recht doet aan de maatschappelijke impact van monetair beleid. Burgers vragen om meer zeggenschap en transparantie. Nieuwe technologieën maken alternatieven in het monetaire domein inmiddels technisch haalbaar. Een combinatie van kleine stappen binnen het bestaande kader, en een langetermijnvisie op structurele hervorming, biedt daarmee een realistisch pad vooruit in deze geopolitiek woelige tijden.

Naar een democratisch monetair stelsel

De kernvraag is dus niet alleen of monetair beleid onder democratische controle kan worden gebracht, maar welk soort monetair stelsel past binnen een democratische samenleving. En omgekeerd: welke vormen van maatschappelijke betrokkenheid en institutionele inrichting zijn nodig om op legitieme wijze te kunnen oordelen over de inrichting van het monetaire beleid?

In ieder geval is een perspectiefwisseling nodig. Monetair beleid en geldschepping moeten niet langer worden beschouwd als technocratische aangelegenheden, maar als kernelementen van een democratische samenleving. Negatief geformuleerd: een democratie verzwakt ernstig wanneer deze functies structureel buiten democratische controle vallen. Positief bezien opent dit perspectief juist de mogelijkheid om geld en monetair beleid in te zetten als hefboom voor collectieve, democratisch gelegitimeerde doelen.

Als de financiële geletterdheid onder burgers voldoende is gerealiseerd, kan het potentieel van digitale technologieën – zoals de digitale euro, directe afwikkeling van betalingen en vermogenstransacties zonder private banken en vormen van direct monetair beleid – daadwerkelijk worden benut. Daarnaast maken deze technologieën het mogelijk om de grens tussen publiek en privaat geld scherper te trekken. Dit alles kan leiden tot een stabieler, socialer en democratischer monetair stelsel.


Noten

[1] Disctributed ledger technology is een digitaal systeem waarbij een database – een grootboek – wordt gedeeld over een gedecentraliseerd netwerk van computers, in plaats van in één centrale locatie.
[2] Braun, B. (2020). Central banking and the infrastructural power of finance: The case of ECB support for repo and securitization marketsSocio-Economic Review, 18(2), 395–418. 
[3] Kremidas-Courtney, C. & Litobarski, J. (2025). Crypto-democracy and the hollowing of the American state: A warning for EuropeEuropean Policy Centre. 
[4] Van ‘t Klooster, J. & de Boer, N. (2023). What to Do with the ECB's Secondary Mandate. Journal of Common Market Studies, 61 (3), 730–746; De Boer, N. & van ‘t Klooster, J. (2020). The ECB, the courts and the issue of democratic legitimacy after Weiss. Common Market Law Review 57 (6), 1689-1724; Prieg, L, Mang, S., Caddick, D., Jourdan, S. & Harri. T. (2025). How do you solve a problem like inflation? The case for monetary-fiscal coordination. New Economics Foundation. 
[5] Braun, B. (2020). Central banking and the infrastructural power of finance: The case of ECB support for repo and securitization marketsSocio-Economic Review, 18(2), 395–418. 
[6] Dommerholt, B. (2023). Revisiting the origin of money: from precious metals to work: alternative pathways on the origin of currency and its impact on modern economics. International Journal of Pluralism and Economics Education, 14(3-4), 219–233.
[7] Van der Linden, M., Bollen, T., & Kingma, C. (2025). The waterworks of money: making money and finance accessibleFinance and Space, 2(1), 67–76. 
[8] Taibbi, M. (2009). The Great American Bubble MachineRolling Stone
[9] Kraemer, R., Meyer, C., & Schuster, F. (2021). Financial literacy and monetary misconceptions in Austria. Monetary Policy & the Economy, Q4/21, Oesterreichische Nationalbank.
[10] Full disclosure: Martijn van der Linden was inhoudelijk betrokken bij het project Het Waterwerk van Ons Geld/ The Waterworks of Money.
[11] Dyson, B., & Hodgson, G. (2016). Digital cash: Why central banks should start issuing electronic moneyPositive Money Report; Coppola, F. (2019). The case for people’s quantitative easing. Polity Press.
[12] Ricks, M. (2016). The Money Problem: Rethinking Financial Regulation. University of Chicago Press; Van der Linden, M. (2022). Design guidelines for the monetary and financial system in the digital ageDoctoral Thesis, TU Delft; Fernández-Ordóñez, M. (2024). The digital money disruption seen as a liberalization reform. In F. Zatti & R. G. Barresi (Eds.), Digital assets and the law: Fiat money in the era of digital currency (pp. xxii–xxviii). Routledge.

Oorspronkelijk gepubliceerd door

Wiardi Beckman Stichting
    Is het nodig het monetaire beleid te democratiseren? En wat is daarvan het risico?|Word vriend