Vrouwen zijn eigenlijk letterlijk de oorsprong van de wereld. Het voortbestaan van de mens is primair afhankelijk van de mate waarin vrouwen zich voortplanten. Vroeger waren vrouwen 60 procent van hun beste jaren kwijt aan kinderen krijgen en borstvoeding geven, terwijl mannen ervoor moesten zorgen dat er ‘brood op de plank’ kwam. Ze onderhielden hun vrouw en kinderen met het geld dat ze verdienden op het land, in de fabriek of als edelman, bedelman, dokter, pastoor. Mannen ‘produceerden’ en verdienden geld, vrouwen ‘reproduceerden’ en werden beloond met liefde. Want alles draait om liefde, zo wil althans het gezegde.
De weg van armoede naar rijkdom – een weg die nog niet ten einde is – is geplaveid met namen van beroemde mannen, van Giovanni de’ Medici, John D. Rockefeller, Henry Ford, Vladimir Lenin en Mahatma Gandhi tot Bill Gates. Maar hoeveel vrouwelijke ondernemers, handelaren, industriëlen en revolutionaire economen kun je opnoemen? Het zij je vergeven als je tot voor kort dacht dat die er helemaal niet waren. Zelfs als we vandaag de dag alle zogenaamde krantenbezorgers die miljardair zijn geworden bijeen zouden roepen, zou de zaal vol mannen staan: minder dan 6 procent van de selfmade miljardairs is vrouw. Het is niet zo verbazingwekkend dat we vrouwen over het algemeen zien als degenen die profiteren van de economische groei die hun vaders, echtgenoten en broers creëren, en niet als degenen die zelf welvaart scheppen. We denken namelijk dat mannen de economische geschiedenis hebben bepaald: we zijn een ‘armoedig, zwaar en kort’ leven ontstegen, doordat zij generaties lang hun ondernemersgeest hebben ontwikkeld, hard hebben gewerkt in de landbouw en industrie en hun revolutionaire ideeën hebben toegepast.
Maar Phryne dan? De rijkste vrouw van het oude Athene, die aanbood de wederopbouw van de muren van Thebe te betalen nadat de stad met de grond gelijk was gemaakt door Alexander de Grote. Of de slimme zakenvrouw Khadija, beter bekend als de eerste vrouw van Mohammed? Ze deed de toekomstige profeet een huwelijksaanzoek nadat ze hem had aangenomen als hoofd van haar handelskaravanen. Of Johanna Ferrour? Een van initiatiefnemers van de Engelse Boerenopstand in Londen in de 14e eeuw. Of Priscilla Wakefield? De schrijfster die de eerste bank voor vrouwen en kinderen oprichtte in Engeland. En Madam Tinubu? De rijkste en invloedrijkste handelaar van Lagos van haar tijd, die door de Britten werd verbannen. Of Ching Shih? Een
sekswerker die piraat werd en met haar vloot de handel op de Zuid-Chinese Zee in haar greep had. Of heb je ooit gehoord van Helen Walton, die haar kruidenierswinkel wist uit te bouwen tot een Amerikaans supermarktimperium? Of Sarojini Naidu, die economische protestacties leidde tegen de Britse overheersing van India? Of Zhang Xin, ‘de vrouw die Beijing heeft gebouwd’? En niet te vergeten de gewone vrouwen die zwoegden voor het gewin van anderen: de vrouwen die hielpen bij de bouw van de Egyptische piramides, de vrouwelijke slaafgemaakten die werkten op plantages of in de huishouding, de mijnwerksters met ontbloot bovenlijf uit de Britse industriële revolutie, de vrouwelijke ‘kruimeldieven’ die aan de basis stonden van het huidige Australië, de marktvrouwen uit Senegal, en de tienermeisjes die overdag werkten in de katoenfabrieken van Boston en ’s avonds hun eigen literaire tijdschrift volschreven? En natuurlijk de vrouwen die tegenwoordig in sweatshops in landen als Bangladesh en Vietnam werken?
Toen ik aan dit boek begon, dacht ik dat ik diep in mijn geheugen zou moeten graven en eindeloos in historische bronnen zou moeten zoeken om voldoende vrouwen te vinden om het boek mee te vullen. Maar toen ik begon te zoeken kwam ik al snel tot de ontdekking dat ik niet één maar meerdere boeken met hen kon vullen. Vrouwen waren nooit ‘afwezig’ in het economische leven: schrijvers van geschiedenisboeken hadden ze gewoon nooit in beeld gebracht. Dat is niet zo gek gezien het feit dat veel universiteiten tot voor kort geen vrouwen toelieten. De meeste geschiedkundigen en economen waren mannen. Nog steeds schrijven er twee keer zo veel mannen als vrouwen over de economie. Gelukkig is er een kentering zichtbaar. Dankzij de huidige geschiedkundigen, archeologen en archivarissen komen de arbeidsters en onderneemsters uit het verleden weer tot leven en krijgen ze de erkenning die ze verdienen.
Zodra we vrouwen in de mix gooien, verandert onze kijk op het verleden volledig
Maar uiteindelijk draait dit boek niet alleen om het in het zonnetje zetten van deze vrouwen. Na twintig jaar geschiedenis en economie doceren aan de universiteiten van Oxford en Cambridge wil ik dolgraag de verschillende verhaallijnen uit de geschiedenis samenweven tot één narratief waarvan zowel vrouwen als mannen deel uitmaken. We kunnen de economische ontwikkelingen niet begrijpen door alleen naar de levens van mannen te kijken, en het is ook niet voldoende om de huidige geschiedschrijving aan te vullen met een paar losse opmerkingen over waar de andere helft van de bevolking haar dagen mee vulde. Het geheel is, zoals gewoonlijk, meer dan de som der delen. Zodra we vrouwen in de mix gooien, verandert onze kijk op het verleden volledig. Er komt niet simpelweg een geschiedenis van vrouwen uit, maar een accuratere economische geschiedenis van ons allemaal.
Wanneer we de geschiedenis in duiken en de wereld verkennen, verplaatsen we ons naar de economische centra uit verschillende periodes van de menselijke geschiedenis, zoals het oude Egypte, Mesopotamië, de Norte Chico-regio in Peru, de Indusvallei, het oude Griekenland, het Romeinse Rijk, het islamitische Abbasidische Rijk, de Song-dynastie in China, Latijns-Amerika, de Nederlandse Gouden Eeuw, de industriële revolutie in Engeland, koloniaal West-Afrika, twintigste-eeuws Amerika en eenentwintigste-eeuws China. Wat voor werk deden vrouwen door de eeuwen heen? Welke obstakels moesten ze overwinnen? En hoe werden ze beloond en behandeld in vergelijking met hun mannelijke collega’s? We zullen ons verdiepen in alle belangrijke economische gebeurtenissen van de afgelopen twaalfduizend jaar: het ontstaan van de landbouw, de ontdekking van het ijzer en brons, de overgang van het feodalisme naar het kapitalisme, de opkomst van de wereldmachten en wereldhandel, de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog, de Franse Revolutie, de opkomst en ondergang van het Europese kolonialisme, de Russische Revolutie, de crisis van de jaren dertig van de twintigste eeuw, de opkomst van de informatica, de kredietcrisis, de opkomst van het moderne China, en de huidige revolutie in schone technologie – allemaal bezien vanuit het mannelijke én vrouwelijke perspectief.
Onze voormoeders ondervonden veel tegenwerking maar leverden binnen het gezin een onmisbare bijdrage aan de economie. Ze speelden echter ook in bijna alle andere aspecten van de economie een rol. We zullen onder andere kennismaken met Peruaanse jaagsters uit de steentijd, vrouwelijke loodgieters uit het oude Rome, brouwsters uit het middeleeuwse Londen, vrouwelijke marktmeesters uit achttiende-eeuws West-Afrika en vrouwelijke computerprogrammeurs uit de twintigste eeuw. We zullen de meest verrassende bronnen tegenkomen tijdens dit proces: eeuwenoude zegelafdrukken (de etiketten en handtekeningen van de oudheid), vingerafdrukken op Grieks aardwerk, bezwaarschriften aan koningen en koninginnen, rechtbankverslagen, belasting- en bankarchieven, graftombes, standbeelden, kunstwerken, huwelijksregisters en zelfs achttiende-eeuwse visitekaartjes uit Londen. Bij elkaar geven deze bronnen een boeiend en accuraat beeld van de rol die vrouwen door de eeuwen heen in de economie hebben gespeeld.
Tijdens onze reis door de wereld en de tijd zullen we onszelf bezighouden met vragen als: in hoeverre waren vrouwen actief in de zakenwereld? Wat voor soort werk deden vrouwen in het verleden? Kunnen vrouwen volstaan met hard werken om erkenning en een eerlijk salaris te krijgen? Is de sociale erkenning van vrouwen afhankelijk van de plek waar ze werken, thuis of buitenshuis? Wat zijn voor vrouwen de grootste belemmeringen om volledig aan de economie deel te nemen? Is betaald werk een zegen of een vloek? Hoe verhoudt de huidige loonkloof zich tot die in het verleden? En zijn de meest succesvolle economieën die waaraan vrouwen volledig konden deelnemen? De antwoorden op die vragen leren ons niet alleen iets over het heden, maar kunnen ons ook op weg helpen naar een meer welvarende – en hopelijk ook meer gelijkwaardige – toekomst.
Terwijl mannen carrière maken, nemen vrouwen nog steeds driekwart van de onbetaalde zorgtaken op zich
Tegenwoordig krijgt wereldwijd maar één op de twee vrouwen in de werkende leeftijd een salaris, terwijl die verhouding bij mannen ruim drie op de vier is. Werkende vrouwen verdienen maar 77 cent van elke dollar die door mannen wordt verdiend. Niet meer dan een vijfde van de bestuursfuncties van grote bedrijven wordt bekleed door een vrouw en maar 10 procent van de bedrijven uit de Fortune 500 wordt geleid door een vrouw. Terwijl mannen carrière maken, nemen vrouwen nog steeds driekwart van de onbetaalde zorgtaken op zich. Gemiddeld besteden vrouwen dagelijks 2,4 uur meer aan zorgtaken dan mannen. En daar hebben ze niet altijd zelf voor gekozen. Veel vrouwen kunnen zelf beslissen over de gezinsgrootte, maar dat geldt lang niet voor alle vrouwen. In ontwikkelingslanden heeft slechts de helft van de vrouwen toegang tot geboortebeperkende middelen of het recht om nee te zeggen tegen seks met hun echtgenoot. Doordat vrouwen minder buitenshuis werken en er bovendien een loonkloof is, verdienen vrouwen per jaar maar 57 procent van wat mannen verdienen. Dat leidt tot grotere financiële afhankelijkheid en meer kans op armoede. Nog groter dan de arbeids- en loonkloof is de vermogenskloof tussen mannen en vrouwen. Vrouwen bezitten veel minder van deze aarde dan mannen: wereldwijd is maar 15 procent van de landeigenaren vrouw, in Noord-Afrika en het Midden-Oosten is dat zelfs minder dan 5 procent. Als er evenveel vrouwelijke als mannelijke miljardairs zouden zijn, zouden er 6 keer zo veel Taylors Swifts, Sheryl Sandbergs en Oprah Winfreys zijn.
Zoals we zullen zien, is economische ongelijkheid niet alleen te verklaren uit het feit dat vrouwen meer in huis doen; de ongelijkheid is ook het gevolg van wetten en sociale gebruiken die vrouwen beperkingen opleggen als het gaat om werk, het hebben van een eigen bankrekening, het aanvragen van een lening en eigendoms- en erfrecht. Helaas is het niet vanzelfsprekend dat vrouwen geld mogen verdienen en het naar eigen inzicht mogen uitgeven, sparen of beleggen. De problemen waarmee vrouwen worden geconfronteerd zijn niet van vandaag of gisteren. Ook in het verleden waren er al verschillen op het gebied van arbeid, carrièremogelijkheden, salaris en vermogen. In de koninklijke weverijen in Soemer deden meestal vrouwen het werk, terwijl mannen toezicht hielden. De paar vrouwen die een hogere functie wisten te bemachtigen, kregen slechts een derde van wat hun mannelijke collega’s verdienden. In het oude Egypte, waar vrouwen en mannen relatief gelijkwaardig werden behandeld in vergelijking met andere culturen, was toch maar 12 procent van de landeigenaren een vrouw. In het oude Athene leefden vrouwen bijna in even grote afzondering als in het huidige Afghanistan. In het Romeinse Rijk hadden vrouwen veel meer vrijheid dan in het oude Griekenland, maar keizer Augustus zette – op een manier die de huidige sociaal-conservatieven niet zou misstaan – de aanval in op werkende vrouwen en droeg hun op kinderen te baren.
De geschiedenis is niet één lange weg naar meer economische vrijheid voor vrouwen, maar eerder een achtbaanrit. De slinger is heen en weer gegaan tussen periodes waarin economische activiteit van vrouwen verwelkomd en beloond werd en periodes waarin vrouwen uit de economie werden geweerd en onzichtbaar gemaakt. Want patriarchen gaven natuurlijk niet toe dat vrouwen de bron van hun rijkdom waren. Men schreef het succes altijd toe aan mannen: de slimme leiders, dappere strijders, handige zakenmannen en creatieve genieën met wie de geschiedenisboeken vol staan. Er ontstonden verhalen waarin werd gewaarschuwd voor onhandelbare vrouwen die keizers afleidden, waardoor hun rijk kon worden binnengevallen, of voor vrouwen die – zoals Pandora – chaos veroorzaakten door zich niet gehoorzaam te gedragen. De oude Grieken, het Islamitische Rijk en meerdere Chinese en Indiase dynastieën hadden dezelfde filosofie: rampen uit het verleden waren veroorzaakt doordat vrouwen te veel vrijheid hadden, en de welvaart nu en in de toekomst kon alleen worden veiliggesteld door vrouwen de zeggenschap over hun lichaam en hun bewegings- en keuzevrijheid te ontnemen. Ironisch genoeg ontstond daardoor een neerwaartse economische spiraal die leidde tot de ondergang van veel beschavingen. Sterker nog, in sommige van de welvarendste economieën uit het verleden (waaronder Egypte, Iran en India) hebben vrouwen tegenwoordig minder vrijheden dan ooit, en ook dat gaat ten koste van de economie. China is een van de weinige beschavingen die zich die fout hebben gerealiseerd, waardoor het land op het moment het grootste economische succesverhaal is. En ook het Westen was, zoals later zal blijken, in staat om zich van een economisch achtergebleven gebied te ontwikkelen tot een economische machtsfactor door vrouwen meer vrijheid te geven.
In de loop van de geschiedenis waren miljoenen vrouwen – van de meest succesvolle vrouwen uit hun tijd tot degenen die de eindjes aan elkaar moesten knopen – in staat om zich financieel te redden. Ze voorzagen hun gezinnen en gemeenschappen van eten waarmee ze hun magen konden vullen, kleren waarmee ze zich warm konden houden, en toneelstukken, boeken en liedjes waarmee ze zich konden vermaken. Het zijn vrouwen die de wereld hebben verrijkt.
Victoria Bateman, Economica - Een wereldgeschiedenis van vrouwen, rijkdom en macht, Meulenhoff, 2026