Diederik Samsom opent zijn boek Groene supermacht met een slingerende lijn die weergeeft in hoeverre het voeren van klimaatbeleid als urgent gezien wordt. Op dit moment staat klimaatbeleid er internationaal niet rooskleurig voor, zo bleek uit de teleurstellende uitkomst van de klimaattop in Belém afgelopen najaar. Het tandeloze slotakkoord was ‘het hoogst haalbare’ aldus een van de onderhandelaars.
Ook binnen de Europese Unie zijn conservatieve krachten hard bezig de olietanker van de Europese Commissie af te wenden van de groene golf waar Frans Timmermans op is gaan varen in zijn tijd als Eurocommissaris. Er wordt steeds harder en opzichtiger ingebeukt op de Green Deal, het grote overkoepelende pakket aan klimaatmaatregelen waar Timmermans in 2019 de handen voor op elkaar kreeg.
Als kabinetschef van Timmermans zat Samsom toen midden in het vuur. In zijn boek geeft Samsom een verhelderend en soms smeuïg inkijkje in de fascinerende wereld van de klimaatdiplomatie op internationaal niveau.
Helaas leest het boek vooral als een beschrijving van hoe het was. Want sinds het verschijnen van het boek is klimaatbeleid op meerdere manieren afgezwakt. Onder andere het ‘einde van het einde van de verbrandingsmotor’ voor personenauto’s en het verbod op vleesnamen voor vleesvervangers haalden het nieuws. In zijn column in de Volkskrant betreurt Samsom dan ook het verlies van deze groene bondgenoot, de Europese Commissie, en blijft hij hopen dat dit een eenmalig moment van zwakte is.[1]
Klimaatcompensatie gefileerd
Een van de meest markante afzwakkingen van de afgelopen tijd was het moeizame compromis rond het klimaatdoel voor 2040. De EU-landen willen nog altijd een netto CO2-reductie van 90 procent in 2040 behalen, maar 5 procent daarvan mogen ze behalen met het kopen van zogeheten koolstofkredieten. Zo kunnen landen en bedrijven hun eigen uitstoot compenseren met uitstoot die in andere landen bespaard is. Dit gebeurt veelal door het aanplanten van nieuw bos of het beschermen van bestaand bos in het mondiale Zuiden.
Waarom dit een serieuze afzwakking is wordt duidelijk na het lezen van het boek Wie betaalt, mag vervuilen van Ties Gijzel en Mira Sys. Zij nemen de lezer mee in de ondoorgrondelijke wereld van de handel in koolstofkredieten. Het boek leest bij tijd en wijle als een misdaadthriller. De Nederlandse hoofdpersonen die aan de wieg staan van deze wereldwijde miljardenhandel worden tot leven gebracht aan de hand van reisverslagen en getuigenissen.
Op het eerste gezicht lijkt er niks verkeerd aan het aanplanten van bomen. Maar veel te veel bosprojecten zijn van dubieuze aard. Want blijft het bos lang genoeg staan om écht CO2-compensatie te kunnen claimen? En profiteert de lokale bevolking van het behoud van het bos? Of wordt zij uitgeknepen of verjaagd?
Gijzel en Sys laten met hun diepgravende onderzoek klip en klaar zien dat de huidige wereldwijde handel in uitstootrechten niet het pad is om te komen tot minder broeikasgassen. Maar wat voor klimaatbeleid werkt dan wel voor Europa?
Kiezen voor kwaliteit
Econoom Paul Schenderling presenteert in zijn rijkgevulde boek Continent van de kwaliteit niks minder dan een nieuwe economische visie voor Europa. Het continent kan het beste focussen op de productie van kwalitatief hoogstaande en schone goederen, die onder goede arbeidsomstandigheden zijn gemaakt. Doordat deze producten lang meegaan en de gebruikte grondstoffen goed herbruikbaar zijn, kan Europa het eerste continent worden dat afstapt van de verstikkende focus op eeuwige productiegroei. Een belangrijk voordeel van deze keuze is een verminderde afhankelijkheid van de import van fossiele brandstoffen en mineralen uit landen met grimmige regimes.
Wel staat Europa hierbij voor een fundamentele keuze, betoogt Schenderling. Europa kan haar hoge sociale, ecologische en democratisch tot stand gekomen normen alleen behouden als ze afstand neemt van onbegrensde wereldhandel. Hij poneert zelfs de stelling dat als Europa niet zelf kiest voor een schone toekomst, het binnen een aantal jaar voor een voldongen feit komt te staan omdat haar industrie de concurrentie op de wereldmarkt niet volhoudt.[2] En zonder eigen industrie kan je moeilijk klimaatleider zijn.
Het is hierbij verleidelijk om te roepen dat de hoge Europese normen de reden zijn voor de verslechterde concurrentiepositie van de Europese industrie. Journalisten en de bedrijfslobby stappen dan ook graag in dit frame. De hoge energieprijs, en in Nederland in het bijzonder de nationale CO2-belasting, zijn hierbij de favoriete zondebokken. Echter blijkt uit niets dat er een massale uittocht van bedrijven gaande is.[3] Als bedrijven al vertrekken, noemen ze niet de Europese normen als reden, maar juist de concurrentie uit landen als China.
Door de gretige kooplust van Europese consumenten overspoelen elektronica en kleding van slechte kwaliteit de Europese markt
Dat is geen toeval, maar het resultaat van decennialang neoliberaal beleid. We zitten in de bizarre situatie dat Europa aan haar eigen producenten strenge regels oplegt, terwijl importproducten aan de buitengrens nauwelijks worden gecontroleerd. Hierdoor is eerlijke concurrentie onmogelijk, stelt Schenderling. Deze ondermijning van onze Europese normen is bovendien sinds de komst van internetwinkels alleen maar harder gegaan. Door de gretige kooplust van Europese consumenten overspoelen elektronica en kleding van slechte kwaliteit de Europese markt.
Inmiddels heeft China ook in sectoren als elektrische auto’s en zonnepanelen een dominante positie opgebouwd, dankzij grootschalige staatssteun en jarenlange gerichte industriepolitiek.[4] Europa heeft voor deze groene sectoren van de toekomst de afslag vijftien jaar geleden jammerlijk gemist.
Gericht industrie- én handelsbeleid
Maar het is nog niet te laat. Zowel Samsom als Schenderling pleiten in hun boek voor stevige Europese grensmaatregelen om de industrie in Europa te beschermen tegen oneerlijke concurrentie van buitenaf.
Het goede nieuws is dat zulke grensmaatregelen genomen worden, zoals de CO2-grensheffing (CBAM) die sinds 1 januari 2026 in werking is getreden. Met dit mechanisme belast de EU de CO2-uitstoot van geïmporteerde producten zoals staal, cement en kunstmest, zodat buitenlandse producenten gelijk worden behandeld aan Europese. Deze 'groene tariefmuur' veroorzaakt internationaal veel opwinding. Maar de EU wijst erop dat er een simpele manier is om de CO2-heffing niet te betalen: zelf de uitstoot beprijzen en naar beneden brengen. Op zo’n manier geeft een Europese maatregel een boost aan vergroening wereldwijd.[5]
Europa kan tegen een stootje
Wij Europeanen lijken bij het voeren van handelspolitiek soms bang te zijn voor de macht van de VS en China. Maar dan vergeten we dat Europa – nu nog – een sterke uitgangspositie heeft. Het continent heeft relatief lage schulden en een ongeëvenaard niveau van onderwijs en zorg.[6] Europa produceert meer hoogwaardige industriële goederen zoals staal en vliegtuigen dan de VS, het loopt voorop in het aantal nieuwe groene patenten en het huisvest cruciale technologiebedrijven zoals ASML.
China’s strategie van gesubsidieerde overproductie is niet bestendig
Vergeet ook niet dat China’s strategie van gesubsidieerde overproductie geen bestendige strategie is. China kan zijn export immers alleen volhouden dankzij 450 miljoen koopkrachtige Europeanen en is dus afhankelijk van ons, brengt Samsom in. Daarnaast is het idee van ongestoorde wereldwijde vrijhandel überhaupt razendsnel aan het afbrokkelen onder het protectionistische America first-beleid vanuit de Verenigde Staten.
Sinds het verschijnen van Continent van de kwaliteit dit najaar is het gepresenteerde hoopvolle verhaal met de dag relevanter geworden door alle geopolitieke ontwikkelingen. Dit is hét moment voor Europa om te beseffen dat alles wat het lief is – zijn sociale welvaartsstaat, zijn klimaatbeleid, zijn hoogwaardige industrie, zijn goede arbeidsrechten en zijn democratie – op het spel staat. Europa kan alleen een geloofwaardige groene en geopolitieke macht blijven als het bewust kiest voor strategische autonomie en zelfverzekerd zijn eigen normen verdedigt.
Lees ook het interview met Paul Schenderling in deze Helling.
- Diederik Samsom, Groene supermacht – Hoe Europa de wereld kan verduurzamen, De Correspondent, 2025
- Ties Gijzel & Mira Sys, Wie betaalt, mag vervuilen – Kunnen we ons uit de klimaatcrisis kopen?, Follow the Money, 2025
- Paul Schenderling, Continent van de kwaliteit – Hoe Europa een eigen economische koers kan varen, Bot Uitgevers, 2025
Voetnoten
- Diederik Samsom, 'De onderbuik laat zich niet verslaan door de rede, dus blijven we langer doorrijden met viezere en duurdere auto’s', Volkskrant, 17 december 2025
- Hier moet opgemerkt worden dat Europa richting landen in het mondiale Zuiden juist zelf oneerlijke concurrentie in stand houdt. Europa heeft daar herstelwerk te doen om een eerlijke en gelijkwaardige handelspartner te worden.
- Nick de Jager, ‘Keren bedrijven Nederland massaal de rug toe? Dat blijkt reuze mee te vallen’, Follow the Money, 7 januari 2026
- Eva Selderbeek, ‘China vergroot invloed met “groene” export’, Het Financieele Dagblad, 6 januari 2026
- Tjerk Gualthérie van Weezel, ‘Is CO2-belasting EU goed voor de wereld?’, Volkskrant, 8 januari 2026
- Jo Caudron, geciteerd in Paul Groothengel, ‘Europa onder vuur? Niet jammeren maar handelen’, Managementboek Magazine, 3 december 2025