Bezien we zorg door een economische bril, dan verschijnen zorguitgaven vooral als probleem. Er wordt gewaarschuwd voor een dreigend ‘zorginfarct’, omdat geld dat naar de zorg gaat als relatief improductief geldt. Dat contrasteert scherp met sectoren als de maakindustrie, waar technologische innovatie en efficiëntere organisatie leiden tot hogere productiviteit: in dezelfde tijd worden meer goederen geproduceerd. Arbeid is daar een middel om iets anders voort te brengen.
Bij zorg, onderwijs en cultuur ligt dat anders. Daar is de arbeid zelf wat wordt geleverd. Wie in dezelfde tijd twee keer zoveel patiënten verzorgt of studenten onderwijst, is niet vanzelf productiever in de gewenste zin. Integendeel: betere dienstverlening vraagt vaak juist meer tijd, aandacht en aanwezigheid. Arbeid is hier geen middel, maar het product.
Naarmate de economie groeit en mensen welvarender worden, geven zij relatief meer uit aan zorg, onderwijs en andere diensten. Die vraag is weinig gevoelig voor prijsstijgingen. Vanuit strikt economisch perspectief lijkt het geld zo weg te lekken naar sectoren die de groei niet bevorderen en haar zelfs afremmen.
Hier schuilt de paradox: juist door economisch succes wordt onze levenskwaliteit steeds afhankelijker van sectoren waarin zorg en kwaliteit van arbeid centraal staan. Hoe groter de productiviteitswinst elders, hoe groter het bbp-aandeel van sectoren in de economie die de groei vertragen.
Dat geld is echter niet verspild. Het verhoogt onze levensstandaard, ook al remt het economisch gezien de groei. Deze ontwikkeling is niet pathologisch, maar precies wat je zou verwachten.
Daarom waarschuwt Jackson tegen een eenzijdige economische blik, waarin innovatie, deregulering, concurrentie en versnelling steeds opnieuw als oplossingen worden gepresenteerd. Die benadering kan soms nodig zijn, zolang zij de kernwaarden die voor mensen essentieel zijn niet aantast: welzijn, kwaliteit van leven, sociale cohesie, gezondheid, natuur, vrijheid en zingeving.
Voor deze waarden gebruikt Jackson de overkoepelende term ‘zorg’, in de breedste betekenis van het woord: alles wat we doen om onze wereld te onderhouden, voort te zetten en te repareren, zodat we er zo goed mogelijk in kunnen leven. Door deze loep wordt zichtbaar hoe structureel ondergewaardeerd zorgarbeid is, hoe vaak zij onbetaald en onzichtbaar blijft, hoezeer zij op vrouwen rust en hoe laag het maatschappelijk aanzien is van beroepen als leraar, verzorger en schoonmaker. De pandemie maakte pijnlijk duidelijk hoe essentieel deze arbeid is en hoezeer zorg een voorwaarde vormt voor welzijn.
In zijn boek ontwart Jackson de kluwen van vooroordelen en machtsverhoudingen die ons zicht op het belang van zorg vertroebelt. Welzijn, schrijft hij, is eeuwenlang een metafoor voor voorspoed geweest, maar is in recente decennia ‘verzilverd’: gemeten en gekapitaliseerd in financiële termen. Dat is, zo betoogt hij, verraad aan de oorspronkelijke betekenis. Als voorspoed werkelijk om welzijn draait, dan moet de economie in het teken staan van zorg. Het is oogverblindend duidelijk – en toch leven we in een werkelijkheid waarin dat niet gebeurt.
Tim Jackson, The Care Economy, Polity Press, 2025