1. Solidariteit
We komen voort uit twee tradities: de sociaal-democratische en de groene. We hebben een gedeelde toekomst. In de rechtvaardige samenleving waar wij naar streven, is iedereen gelijkwaardig, leven natuur en mensen in evenwicht en bepalen we in vrijheid hoe we samen leven. De voorwaarde om deze idealen te bereiken is solidariteit. Als we onze handen ineenslaan, staan we sterk genoeg om verandering mogelijk te maken.
De kern van onze politiek is de overtuiging dat mensen onlosmakelijk met elkaar en met de natuur verbonden zijn. Pas als het goed gaat met ieder van ons, gaat het goed met de samenleving als geheel.
Solidariteit bepaalt dus hoe we naar de wereld kijken en de samenleving inrichten. Want we beseffen dat iedereen beter af is als het algemeen belang vooropstaat. Samen kunnen we ervoor zorgen dat iedereen een zo goed mogelijk leven met voldoende zekerheid heeft. Samen verdelen we onze welvaart op een eerlijke manier. Samen stoppen we de ontwrichting van het klimaat en de natuur. Samen maken we een vuist tegen antidemocratische krachten. Zo garanderen we ook onze eigen zekerheid. Want wat jou vandaag overkomt kan mij morgen gebeuren.
Solidariteit is ook een levenshouding. Een manier van samenleven die ons als geheel sterker maakt. Want we zijn een sterkere gemeenschap als we kiezen voor vertrouwen en zorg voor elkaar in plaats van wantrouwen en onderlinge strijd. We staan krachtiger als we kiezen voor een samenleving die menselijker en hechter is. Waarin niet degenen die het beste voor zichzelf zorgen de meeste waardering krijgen, maar degenen die betrokken willen zijn bij anderen en daarvoor verantwoordelijkheid nemen. Zo’n samenleving geeft geborgenheid en rust voor ons allemaal.
Onze solidariteit stopt niet bij landsgrenzen. Daarom gaat het lot van mensen buiten Nederland ons aan. Ieder mens heeft recht op een goed leven. In Europa en daarbuiten laten we zien dat we de wereld kunnen veranderen als we samen sterk staan.
Wij verenigen alle positieve krachten die samen willen bouwen aan een eerlijker land. Want niemand redt het alleen. Grote uitdagingen hebben we altijd samen opgelost.
Dus doe met ons mee:
- Samen overbruggen we de scheidslijnen en ongelijkheden in de samenleving.
- Samen herstellen we de natuur en waardigheid van alle mensen.
- Samen strijden we voor een vrije en democratische samenleving.
2. Een rechtvaardige samenleving
We streven naar een rechtvaardige samenleving waarin onze idealen van solidariteit, gelijkwaardigheid, een gezonde planeet en vrijheid gerealiseerd zijn. Solidariteit is daarbij de leidraad die alles verbindt, de voorwaarde om die andere idealen te bereiken.
Iedereen gelijkwaardig
Ieder mens is van evenveel waarde. We zijn niet allemaal hetzelfde en hoeven dat ook niet te worden. Als we dat van onszelf en van elkaar accepteren, kan iedereen zichzelf zijn. De realiteit is nu anders.
Te vaak ook bepalen je opleiding, de positie van je ouders of zelfs je uiterlijk hoeveel invloed je hebt. Zolang dit soort machtsverschillen bestaan, is gelijkwaardigheid een illusie. Iedereen verdient gelijke rechten en we moeten de welvaart zo verdelen dat ieder van ons een zeker bestaan heeft. Pas dan hebben we allemaal een eerlijke kans om volwaardig mee te doen en gelukkig te leven. Om onze talenten te ontwikkelen en van betekenis te zijn, zonder afhankelijk te zijn van de willekeur van het lot of de genade van anderen.
Een gezonde planeet
De natuur heeft waarde in zichzelf, los van haar betekenis voor de mens. Dieren, bossen en rivieren zijn het waard om beschermd te worden. Wij willen zorg dragen voor al het leven op aarde.
Wij mensen maken deel uit van de natuur - we staan er niet boven. Onze levens zijn onlosmakelijk verbonden met natuurlijke processen in de bodem, het water en het klimaat. Wanneer we die verstoren, raakt niet alleen de natuur uit balans, maar ook onze samenleving. Door de mens veroorzaakte klimaatverandering maakt voedselproductie in delen van de wereld onmogelijk. Luchtvervuiling zorgt jaarlijks voor ziekte en doden. En de vernietiging van ecosystemen door ontbossing, de fossiele industrie en landbouwgif veroorzaakt het massale uitsterven van plant- en diersoorten.
Die verstoorde relatie tussen mens en natuur moet worden hersteld. Dat lukt alleen wanneer mensen zich meer naar natuurlijke processen gaan schikken, in plaats van deze naar hun hand te willen zetten. Dat is een enorme opgave die vraagt om grote veranderingen in onze manier van leven en een fundamentele ombouw van onze economie. Maar als we ervoor zorgen dat iedereen kan meekomen en we geen tijd meer verspillen, dan kunnen mens en natuur weer in evenwicht komen. Dan kunnen onze kinderen en kleinkinderen onbezorgd schone lucht inademen, zwemmen in schoon water en weten we zeker dat ons voedsel gezond en veilig is.
In vrijheid leven
Ieder mens wil vrij zijn. Vrij om zonder angst jezelf te kunnen zijn. Vrij om zelf na te denken en je eigen keuzes te maken, ook als die afwijken van de norm. In een vrij land kan iedereen vrijuit spreken, geloven of daarvan afstappen. Vrijheid is ook begrensd. Want vrijheid die ten koste gaat van anderen of de natuur, is geen vrijheid maar machtsmisbruik. Juist daarom zijn extreme concentraties van macht, kansen en rijkdom ongewenst.
Deze vrijheid bereiken we niet in ons eentje. Daar hebben we anderen voor nodig. Rolmodellen die ons helpen dromen, leraren die ons kritisch leren denken en zorgverleners die ons opvangen als we vallen. Zonder bestaanszekerheid en toegang tot een gezonde leefomgeving is vrijheid een loze belofte. Want met een hoofd vol zorgen is niemand vrij.
In een democratische rechtsstaat kan iedereen in vrijheid leven. Dat is een gezamenlijke opgave die we ook samen moeten verdedigen. Of het nu om onze buurt gaat, de werkvloer of hoe onze economie is ingericht: samen bepalen we hoe we samenleven en hoe onze toekomst eruitziet. Vrijheid brengt niet alleen rechten maar ook verantwoordelijkheid met zich mee. In een veerkrachtige democratie is het belangrijk dat we allemaal van ons kunnen laten horen en dat we ook allemaal gehoord kunnen worden. Dat is zeker nodig in tijden dat de democratische rechtsstaat op de proef wordt gesteld door antidemocratische krachten. De stem van velen weegt zwaarder dan de macht of het geld van een enkeling.
3. Een verschuiving van macht en mentaliteit
We leven in een tijd van ingrijpende veranderingen. Technologische revoluties hebben grote impact op hoe we werken en leven. De ongelijkheid groeit. De klimaatcrisis dwingt ons tot een fundamentele herziening van onze economie. En veranderende machtsverhoudingen op het wereldtoneel maken nieuwe bondgenootschappen noodzakelijk.
Wij geloven dat we de toekomst de goede richting op kunnen bewegen als we de juiste hendels weten om te zetten. De wereld waarin we leven en de uitdagingen waar we voor staan, zijn niet toevallig tot stand gekomen. Ze zijn het resultaat van keuzes. Met andere keuzes kunnen we de koers dus ook verleggen. Maar dan zullen we wel moeten begrijpen hoe we hier zijn gekomen. Dat begint met een gedeelde analyse van de tijd waarin we leven.
De machteloosheid die we nu vaak voelen, is terug te voeren op ingrijpende veranderingen in hoe we zijn gaan denken over de samenleving en hoe deze ingericht moet worden. In de kern komt het neer op een verschuiving in macht en in mentaliteit die zich vanaf de jaren tachtig voltrok. Als we dit doorzien, wordt duidelijk wat ons te doen staat.
Verschuiving in economische macht
Vóór deze verschuiving waren de economie en samenleving op een meer democratische wijze georganiseerd. De naoorlogse jaren van wederopbouw waren zeker geen gloriejaren, maar er was wel een geloof in solidariteit en vooruitgang. De overheid was bij machte om samen met de vakbonden en het bedrijfsleven richting te geven aan onze samenleving en economie. Het bracht ons de verzorgingsstaat met betere rechten voor werkenden, zieken en gepensioneerden. Zij waren niet langer aan de grillen van de markt en het kapitaal overgeleverd. Steeds meer Nederlanders kregen zicht op een zeker bestaan.
Vanaf de jaren tachtig verschoof de macht echter steeds meer naar wereldwijd opererende bedrijven en investeerders en naar technocratische instanties. Om de economische groei aan te jagen, kozen westerse regeringen ervoor de grenzen voor kapitaal te openen en de regels voor financiële markten af te zwakken. Geldstromen werden steeds anoniemer, digitaler en mondialer, en daarmee verschoof de macht naar grote fondsen en snelle handel. Geld en goederen konden vanaf toen vrij de wereld over bewegen.
Het luidde een nieuw tijdperk in, waarin financiële markten en door aandeelhouders gedomineerde multinationals de wereldeconomie gingen beheersen, terwijl ze tegelijkertijd hun band met de lokale omgeving verloren. De gedachte was dat als de rode loper uitgaat voor dit soort bedrijven iedereen hiervan profiteert. Niets is minder waar. We zien dat het leven steeds duurder wordt en veel mensen moeilijk kunnen rondkomen.
De grip van nationaal gekozen regeringen op de economie en samenleving nam steeds verder af. Dit werd versterkt doordat collectieve voorzieningen, zoals onze zorg, energie en openbaar vervoer, werden geprivatiseerd en (semi-)verzelfstandigd. Van de organisaties die nog wel in publieke handen waren, werd verlangd dat ze als commerciële organisaties gingen opereren.
Ten slotte ontstonden er grote concentraties van macht door de toenemende digitalisering en automatisering. De digitale revolutie heeft de economie, de arbeidsmarkt en sociale relaties diepgaand veranderd, maar sturing vanuit overheid en samenleving bleven grotendeels achterwege. Daardoor kan nu een klein aantal techgiganten een grote stempel drukken op de economie en ons dagelijks leven. Zij beschikken over onze data en hebben grote en ongecontroleerde invloed op de publieke opinie, onze veiligheid en onze privacy.
Verschuiving in mentaliteit
Met de verschuiving in macht zien we ook een verandering van mentaliteit. Voor deze verschuiving was er een veel groter vertrouwen in collectieve actie. In de jaren zestig ontstond dit dankzij de progressieve strijd voor meer individuele vrijheid, zelfexpressie en zeggenschap. Dit ging ook nadrukkelijk om immateriële zaken: de rechten van vrouwen, minderheden en lhbti+ personen. En om de inzet voor internationale vrede en het milieu. Het idee was dat als we de handen ineenslaan, we de toekomst groener en rechtvaardiger kunnen maken.
Maar vanaf de jaren tachtig sloeg dit om. Het vertrouwen in solidariteit en vooruitgang voor iedereen nam af. Daarvoor in de plaats kwam onderlinge concurrentie steeds meer centraal te staan en het idee dat we allemaal zelfredzaam moeten zijn. Collectieve problemen werden steeds minder collectief opgelost. Het individu kwam op de voorgrond te staan. Niet als burger die onderdeel is van een gemeenschap, maar als consument, wiens vrijheid vooral een kwestie is van keuzevrijheid in een overvloed aan producten en diensten.
We hebben allemaal last van deze competitieve samenleving die ons met elkaar laat wedijveren. Door de nadruk op zelfredzaamheid is de illusie ontstaan dat succes een eigen keuze is en pech dus ook. Terwijl je achtergrond, hoe je wordt opgevoed en een ziekte of handicap natuurlijk geen keuzes zijn, maar zaken die je overkomen.
Ook technologische innovaties, zoals internet en sociale media, hebben invloed op hoe we over onszelf en elkaar denken en op hoe we in contact staan met elkaar. Technologie bracht veel mogelijkheden voor zelfexpressie en het leggen van nieuwe verbindingen, maar het versterkte ook nog meer de nadruk op het individu. Sociale media stimuleren een continue competitie om aandacht en algoritmes creëren bubbels van gelijkdenkenden. Hierdoor verliezen we onze gedeelde belangen uit het oog en verleren we de kunst van het vinden van overeenkomsten.
De verschuiving in economische macht en de veranderende mentaliteit hebben drie problemen veroorzaakt:
- Verscherpte scheidslijnen en ongelijkheden in de samenleving.
- Uitputting van natuur en mensen.
- Afbraak van onze democratische rechtsstaat.
De keuze waar we voor staan
Als het neoliberalisme blijft domineren dan blijven deze drie problemen in stand. Dan blijven we mooie praatjes horen over zelfredzaamheid en over geluk als eigen keuze. Dan blijven macht, rijkdom en kennis oneerlijk verdeeld. Dat draagt niet bij aan onderling vertrouwen en een geloof in collectieve oplossingen. Als we kiezen voor de status quo dan blijven we steken in een systeem waarbij we nauwelijks zeggenschap hebben over de inrichting van onze samenleving. Dan blijven de belangen van buitenlandse beleggers en grote bedrijven zwaarder wegen dan het welzijn van mens en planeet. In zo’n samenleving staat onze onderlinge solidariteit onder druk.
In zo’n samenleving van ieder-voor-zich ontstaat de voedingsbodem voor populisme en rechtsextremisme. Voor politieke stromingen die zich presenteren als spreekbuis van het volk. Onze solidariteit wordt door hen nog meer op de proef gesteld. Ze misbruiken de onvrede om hun duistere ideologie van eigen-volk-eerst aan de samenleving op te leggen. Ze zijn niet geïnteresseerd in het werkelijk oplossen van onze problemen. Integendeel, ze creëren bewust nog meer chaos om zo hun eigen macht en invloed te vergroten.
Wij kiezen een andere weg. Een weg vooruit naar solidariteit, gelijkwaardigheid, een gezonde planeet en vrijheid. In onze politieke strijd voor een rechtvaardige samenleving zijn deze idealen leidend. Door ons te verenigen organiseren we verandering. We leggen de macht waar die hoort: in handen van ons allemaal.
4. Een weg vooruit
Het geloof in een solidaire samenleving is niet verdwenen. Heel veel mensen zijn betrokken bij elkaar en verlangen naar een andere manier van met elkaar omgaan. Dat kan in een rechtvaardige samenleving waarin solidariteit, gelijkwaardigheid, een gezonde planeet en vrijheid vanzelfsprekend zijn. En dat kan als we ons er gezamenlijk voor inzetten.
Alleen als we samen de schouders eronder zetten, komt een andere inrichting van de samenleving en economie dichterbij. Dat gaat niet van de een op de andere dag. De veranderingen die we hier voorstellen zijn geen optelsom van losse maatregelen, maar vragen om samenhang en een perspectief op de lange termijn.
Van scheidslijnen naar sterke collectieven
De politieke koers van de afgelopen decennia waarin de macht en mentaliteit veranderden, heeft geleid tot minder publieke voorzieningen, toenemende verschillen in welvaart en meer nadruk op zelfredzaamheid. Daardoor is je afkomst steeds bepalender geworden voor wat je kunt bereiken in het leven. De verscherpte scheidslijnen zien we ook terug in het dagelijks leven. We leven steeds meer in bubbels van mensen met dezelfde economische positie, opleiding, achtergrond en lifestyle.
Er was altijd al een bovenlaag van extreem rijken die hun geld verdienen met het beleggen van grote en vaak geërfde vermogens. Een steeds groter deel van de welvaart die we samen creëren komt terecht bij deze bovenlaag dankzij ons scheve belastingstelsel en de belastingparadijzen van deze wereld. Bovendien gebruiken deze extreem rijken hun kapitaal om bedrijven, huizen en voorzieningen op te kopen om daarmee nog rijker te worden. Terwijl hun invloed op ons leven dus alleen maar groter wordt, onttrekken zij zich veelal aan de samenleving.
In de brede middenklasse van voorheen, die lang functioneerde als motor voor sociale mobiliteit, nemen de verschillen toe. De nieuwe internationale kenniseconomie pakt voor een deel van deze klasse gunstig uit. Deze economische bevoorrechten zijn omhoog geschoten en kunnen het wegvallen van publieke voorzieningen zelf opvangen met een hoog inkomen. Bovendien heeft de overheid hun behoeften vaak scherp in het vizier, niet in de laatste plaats omdat het merendeel van de politici en beleidsmakers zelf tot deze groep behoort. Tegelijkertijd voelt deze groep vaak ook de hoge druk die de prestatiesamenleving aan mensen oplegt.
Dan is er de grote groep die hard werkt en zich staande houdt, maar die de stijgende prijzen direct in hun portemonnee voelt. Deze dragers van de samenleving – onder wie veel buschauffeurs, verpleegkundigen, bouwvakkers, boeren, leraren en kleine zelfstandigen – zien dat de verzorgingsstaat hun steeds minder te bieden heeft, terwijl zij er wel steeds meer aan meebetalen.
Een groeiend deel van de mensen zakt door het ijs en voegt zich bij de grote groep overlevers in ons land. Zonder vast werk, met weinig spaargeld, geen of te dure woonruimte en geen beste gezondheid. Ze komen soms nog wel in aanmerking voor steun van de verzorgingsstaat, maar worden tegelijk geconfronteerd met een overheid die weinig van hun leven begrijpt en hen daardoor zelfs verder in de problemen kan brengen.
De groeiende klassenverschillen zijn niet de enige scheidslijn in de samenleving. Kleur, afkomst, een beperking, religie, seksuele oriëntatie en gender zijn hier op allerlei manieren mee verweven. Mensen van kleur, mensen met een beperking en vrouwen bevinden zich bovengemiddeld vaak in de groep overlevers; ze kampen niet alleen met economische onzekerheid, maar ook met institutioneel wantrouwen en discriminatie. De weg omhoog vinden lijkt vaak onmogelijk. Wie minder kansen krijgt, voelt de uitsluiting aan den lijve. Zo lopen scheidslijnen en machtsstructuren in elkaar over en versterken elkaar.
Wij geloven dat de meeste Nederlanders deze scheidslijnen niet willen. In een solidaire samenleving is het mogelijk om de scheidslijnen te overbruggen. Dat kan als we onze gezamenlijke belangen weer vooropstellen. Als we allemaal in staat worden gesteld om een goed leven te leiden, we elkaar in het dagelijks leven tegenkomen en ieder van ons zich gezien en gerespecteerd kan voelen. Zo wordt solidariteit een concrete inrichting van de samenleving, niet alleen een abstract ideaal.
De volgende uitgangspunten brengen een solidaire samenleving dichterbij:
- Essentiële zaken die iedereen nodig heeft in het leven moeten toegankelijk zijn en zo nodig collectief worden geregeld. Iedereen hoort toegang te hebben tot belangrijke publieke voorzieningen, zoals kinderopvang, (jeugd)zorg, onderwijs en openbaar vervoer.
- Publieke voorzieningen staan ten dienste van de samenleving. Winst en publieke voorzieningen gaan niet samen. De overheid moet kunnen ingrijpen als essentiële levensbehoeften die via de markt lopen, zoals energie of medicijnen, niet voor iedereen toegankelijk zijn. Om grip te hebben op de inrichting van de samenleving moet de trend van vermarkting en uitbesteding van publieke taken worden gekeerd. Nationale overheden horen de ruimte te krijgen om hun publieke voorzieningen af te schermen van marktwerking.
- Gezamenlijk zorgen we voor de mensen die ziek zijn en die niet voor zichzelf kunnen zorgen. We dragen de investeringen hiervoor in gezamenlijkheid en naar draagkracht. Iedereen krijgt zo de ondersteuning die nodig is om gelijkwaardig mee te doen. Die steun wordt zonder drempels geleverd, is nabij en gaat uit van vertrouwen.
- Een solidaire samenleving ontstaat als mensen met verschillende inkomens, achtergronden en leefwerelden zich met elkaar verbonden voelen en weer echt samenleven in groene en leefbare buurten. Dat is mogelijk als er op den duur weer brede volkshuisvesting wordt gerealiseerd die voor iedereen toegankelijk is. Goede huisvesting is een recht. Niemand hoeft in ons land op straat te leven. Ons doel is een stevige basis van publieke en gemeenschappelijk beheerde plekken waar mensen elkaar tegenkomen.
- Werk is meer dan alleen geld verdienen, het is ook een manier om onderdeel te zijn van een gemeenschap, je te ontwikkelen en je trots te voelen. Dat iedereen toegang heeft tot goed werk, is een publieke opgave. Goed werk gaat over meer dan een goed loon en arbeidsvoorwaarden, maar ook over zeggenschap over de inhoud van het werk en de manier waarop het uitgevoerd wordt. Werk mag uiteraard niet ten koste gaan van de gezondheid en waardigheid van werkenden. Daarnaast erkennen we dat werk meer is dan alleen wat betaald wordt. Onbetaald werk, zoals ouderschap, mantelzorg en vrijwilligerswerk, is onmisbaar voor de samenleving. Dit moet goed te combineren zijn met betaald werk.
- Iedereen moet eerlijk kunnen delen in de rijkdom, kennis en macht die we samen creëren. Mensen die willen bijdragen aan de samenleving moeten de waardering krijgen die ze verdienen. Die waardering moet ook terug te zien zijn in beloning. Ieder talent telt, of het nu in het hoofd zit of in de handen. Te grote beloningsverschillen zijn oneerlijk. Werken moet meer lonen dan alleen je vermogen laten renderen. Werkenden behoren een eerlijk deel te krijgen van het geld dat in Nederland wordt verdiend. Wie werkt of afhankelijk is van een uitkering moet goed kunnen rondkomen.
- Wanneer migratie eerlijk en menselijk wordt georganiseerd met aandacht voor wat lokaal werkt, leidt dat tot een solidaire samenleving. Zolang er geweld, extreme ongelijkheid en klimaatverandering is, zoeken mensen een beter heenkomen. Mensen die hierheen vluchten voor oorlog en geweld hebben recht op een veilige plek in Europa en in ons eigen land. Mensen die geen recht hebben op asiel krijgen snel duidelijkheid en keren terug. Arbeidsmigratie moet menswaardig zijn, bijdragen aan de behoeftes in de nieuwe economie en rekening houden met wat de samenleving kan dragen. Wie naar ons land komt, brengt zijn eigen verhalen, talenten en hoop mee. Een succesvolle nieuwe start slaagt alleen als nieuwkomers zo snel mogelijk de taal kunnen leren, mogen werken en vrijwilligerswerk kunnen doen. Het is van belang dat nieuwkomers en gevestigde bewoners samen een gemeenschap kunnen vormen, in plaats van dat ze zich tegenover elkaar geplaatst voelen.
Van uitputting naar kwaliteit van leven
Naarmate de overheid en samenleving grip op de inrichting van de economie verloren, kreeg het kapitalisme alle ruimte. De logica van zoveel mogelijk geld verdienen ging boven het welzijn van natuur en mensen. Dat heeft veel economische groei gebracht, zonder dat werd stilgestaan bij wát er precies groeide en ten koste waarvan. Die groei had namelijk ook een schaduwzijde: stijgende ongelijkheid, overconsumptie, een toenemende uitstoot van broeikasgassen, een onverantwoord grondstoffengebruik en ernstige vervuiling van het milieu, zoals in de lucht, de bodem en het water.
In minder rijke en machtige landen en gebieden worden grondstoffen gewonnen en wordt het grootste deel van de arbeid geleverd om onze consumptie te dienen. In Europa en andere rijke landen wordt het geld verdiend. Ons afval eindigt vervolgens weer in meer kwetsbare gebieden. Ook de gevolgen van de klimaatcrisis en het verlies van biodiversiteit zijn juist in deze delen van de wereld het meest voelbaar. Zo werkt het koloniale verleden nog altijd door.
In Nederland stuiten we steeds meer op de grenzen van ongecontroleerde economische groei. Ons land is te klein voor een grote vervuilende (agro)industrie. Vervuilende fabrieken, landbouwgif en intensieve veeteelt bedreigen onze eigen gezondheid en natuur. Ingrijpen is moeilijk omdat regels zijn versoepeld, bedrijven zichzelf mogen reguleren en toezicht en handhaving worden verwaarloosd. Terwijl we horen dat een beter milieu bij onszelf begint, gaan grote vervuilers hun gang.
Een groot deel van onze eigen economie functioneert als een lagelonenland. Veel mensen werken in distributiecentra, de bouw, schoonmaak en slachterijen op flexibele contracten onder zware omstandigheden - voor weinig loon en in afhankelijkheid van hun opdrachtgever. Ze zijn onzichtbaar voor de rest van de samenleving. En wie voor dit ondergewaardeerde werk uit andere landen wordt gehaald, loopt het risico om zonder pardon op straat te worden gezet.
Als consument lijken we spekkoper in deze economie, die perfect is ingericht op onze behoeften. Maar meer en meer mensen voelen ongemak. Grote bedrijven ontwerpen hun producten met verleidende technieken. Zelfs – of juist – onze kinderen zijn met gerichte marktwerking doelwit van bijvoorbeeld sociale media en ultrabewerkt voedsel. De mentale gezondheid van met name jongeren gaat snel achteruit. Een laag zelfbeeld, eenzaamheid en depressie zijn de symptomen van deze tijd.
Als we samen alles op alles zetten, kunnen we gevaarlijke kantelpunten in het klimaat voorkomen en onze natuur herstellen. De omslag naar een duurzame economie die werkt voor natuur en mensen vraagt om solidariteit, waarbij we niet alleen denken aan onszelf maar ook aan anderen en aan toekomstige generaties.
Met de volgende solidaire uitgangspunten versterken we de grip op onze economie en dragen we zorg voor mensen, gemeenschappen en ecosystemen:
- Met selectieve groei komt een groene en sociale economie dichterbij. Sectoren die bijdragen aan de groene welzijnseconomie gaan groeien. Sectoren die de gezondheid van mens en natuur juist in gevaar brengen, zullen moeten krimpen. Het is een collectieve verantwoordelijkheid dat iedereen meekomt in deze transitie en geen enkele regio achterblijft. Een ondernemende overheid is nodig die de regie heeft en een groene industriepolitiek bedrijft. Zo’n overheid durft te sturen, te beschermen en te investeren voor de lange termijn.
- Al het leven op aarde heeft waarde in zichzelf. Het veroorzaken van onnodig lijden van dieren en het vernietigen van ecosystemen is onaanvaardbaar. Dieren hebben het recht om natuurlijk gedrag te vertonen en moeten beschermd worden tegen leed. De kwaliteit van de lucht, het water en de bodem wordt zodanig beschermd dat iedereen gezond kan leven en dat boeren betaalbaar en gezond voedsel kunnen maken. Boeren moeten kunnen ondernemen en zich gewaardeerd voelen, ook zonder afhankelijkheid van schadelijke bestrijdingsmiddelen of intensieve veehouderij. Doorgeschoten marktmacht van grote bedrijven is onwenselijk. Bedrijven moeten aansprakelijk gehouden kunnen worden voor de maatschappelijke en ecologische schade die ze veroorzaken.
- Een goede indeling van de ruimte van ons land kan niet zonder regie van de overheid en zeggenschap van burgers. Alleen dan kan er voldoende ruimte beschikbaar komen voor huizen, natuur en duurzame energie. Ons land is niet van de rijkste persoon of van degene die er toevallig een deel van bezit. Ons land is van ons allemaal. Burgers moeten daar dus over kunnen meebeslissen en publieke organisaties en collectieven horen mogelijkheden te krijgen voor beheer en eigenaarschap.
- De financiële sector hoort dienstbaar te zijn aan de samenleving. Omdat geld wereldwijd beweegt, is het nodig dat landen samenwerken om eerlijke spelregels te maken en te handhaven. Een rechtvaardig financieel systeem richt zich op de echte, reële economie en niet op snelle handel, speculatie en geld verdienen met geld. Stevige eisen aan bestuur, transparantie en verantwoord krediet zorgen ervoor dat de financiële sector het algemeen belang dient. Niet alles wat van waarde is, is een financieel product – denk aan natuur, zorg of persoonlijke data (grondspeculatie, het opkopen van huisartsenpraktijken, het doorverkopen van klantgegevens).
- De creativiteit van bedrijven en technologische innovaties zijn essentieel voor de transitie naar een eerlijke economie. Het midden- en kleinbedrijf en lokaal ondernemerschap dragen veel bij aan maatschappelijke binding, regionale werkgelegenheid en duurzaam ondernemerschap. Bedrijven worden ondersteund om sociaal en duurzaam te ondernemen, zodat ze ook in de toekomst levensvatbaar kunnen blijven. Voor grote bedrijven vereist dat ook een andere inrichting van de zeggenschap, waarbij het bestuur van een bedrijf niet alleen verantwoording aflegt aan aandeelhouders, maar ook aan werknemers en belanghebbenden. Daarnaast stimuleert de overheid andere eigendomsvormen, waarin maatschappelijke waardecreatie centraal staat.
- Coöperatief eigenaarschap draagt bij aan een duurzame en solidaire economie. Het gaat hier onder andere om het gezamenlijk beheren van zaken zoals grond, natuurgebieden en energieopwekking. De overheid heeft een belangrijke rol in de versterking hiervan. Zo krijgen mensen die samen verantwoordelijkheid nemen voor hun leefomgeving meer zeggenschap.
- Internationale partnerschappen horen gebaseerd te zijn op gelijkwaardigheid. Internationale samenwerking kan het doel hebben om bij te dragen aan economieën van andere landen, zonder dat Nederland of Europa daar zelf rijker van wordt. Eerlijke handelsrelaties wil zeggen dat partners in staat horen te zijn hun eigen sectoren op te bouwen zonder afhankelijkheid van multinationals of handelsverdragen die alleen de sterkste partijen dienen. De overconsumptie van rijke landen mag geen onevenredige druk leggen op mensen en ecosystemen elders in de wereld.
Van afbraak naar een sterke democratische rechtsstaat
Het is voor politiek en overheid ingewikkeld geworden om problemen op te lossen, omdat de instrumenten om de samenleving te sturen uit handen zijn gegeven. Staatsbedrijven en publieke grond zijn massaal verkocht. De verzorgingsstaat is voor een groot deel vermarkt. Veel publieke diensten - van zorg tot vervoer - worden uitbesteed en aanbesteed aan derde partijen waardoor de politiek er vaak alleen indirect zeggenschap over heeft. Om grip te houden zijn ironisch genoeg allerlei controlerende procedures bedacht waardoor de overheid veel bureaucratischer is geworden.
Onze democratie slaagt er bovendien onvoldoende in om iedereen in onze samenleving goed te vertegenwoordigen. Politiek en bestuur zijn het domein geworden van academisch geschoolde experts en politici. Veel mensen worden geconfronteerd met beleid dat weinig te maken heeft met hun dagelijkse zorgen.
Ook is het uitoefenen van democratische invloed lastiger geworden. Veel besluitvorming vindt noodzakelijkerwijs plaats binnen internationale instellingen en in Europese samenwerkingsverbanden die soms buiten het bereik van de nationale politiek lijken te liggen. Voor mensen zelf is het eveneens moeilijker geworden invloed te hebben op hun directe omgeving. Waar ze vroeger vaak konden meebeslissen over de organisatie van publieke voorzieningen, zoals bij hun woningcorporatie of zorginstelling, kunnen zij door schaalvergroting en bureaucratisering nu vaak alleen nog feedback geven op de dienstverlening. Het gevolg is dat steeds minder mensen nog geloven dat zij gezamenlijk iets kunnen opbouwen en beheren.
Gefrustreerd door een politiek systeem dat niet levert, niet representatief is en waarin zij weinig zeggenschap ervaren, verliezen mensen het vertrouwen in de democratie en de overheid. Radicaal rechtse en autocratische krachten maken misbruik van de onvrede. Ze wijzen zondebokken aan om de echte oorzaken van onze problemen aan het zicht te onttrekken. Ze zaaien wantrouwen en vergroten de verdeeldheid door feiten weg te zetten als een mening en hun pijlen te richten op rechters, onderzoeksjournalisten, politici, ambtenaren en universiteiten. Dat is een regelrechte aanval op de democratische rechtsstaat die we juist zouden moeten beschermen.
De verdeel-en-heersstrategie is ook een verdienmodel voor rijke influencers en grote techbedrijven. Door extremen uit te vergroten en mensen tegen elkaar op te hitsen maken ze winst. Ze hebben er baat bij om via (sociale) media verdeeldheid in de samenleving groter voor te stellen dan deze is. Een aantal grote techbedrijven verbindt zich openlijk aan autoritaire leiders. Ze overspoelen de samenleving met misleidende informatie en promoten een giftig macho-ideaal dat draait om macht en het onderdrukken van anderen. Door te bepalen welke stemmen op sociale media worden gehoord en welke worden genegeerd, hebben zij veel invloed op het democratische debat.
Het enige antwoord hierop is om samen een tegenbeweging te vormen, over onze verschillen en grenzen heen. Solidariteit is het tegengif voor polarisatie en manipulatie. Zij vormt de basis voor een sterke democratie waarin iedereen zich vertegenwoordigd voelt en voor een rechtsstaat en overheid die er voor iedereen zijn.
Met de volgende uitgangspunten vergroten we onze vrijheid en veiligheid, versterken we onze gezamenlijke zeggenschap en bouwen we aan een democratische rechtsstaat die voor iedereen werkt.
- Grondrechten zijn geen abstracte papieren beloften, maar harde garanties voor gelijke behandeling en zijn noodzakelijk om minderheden te beschermen. Iedereen verdient bescherming van het privéleven en het recht op vrije meningsuiting en levensbeschouwing. Bescherming van onze grondrechten is een verantwoordelijkheid van ons allemaal: de overheid, de politiek en individuele burgers. Voor racisme en andere vormen van discriminatie is geen plaats.
- In een goed functionerende democratie is de macht controleerbaar en legt verantwoording af. Goed bestuur is cruciaal voor het vertrouwen in de politiek. Onafhankelijke instituties, toezichthouders en inspecties moeten in staat worden gesteld overheden en bedrijven aan de wet te houden. Even onmisbaar zijn vrije, onafhankelijke (lokale) media die de macht controleren. En kunstmatige intelligentie vraagt om regie en duidelijke regels die het welzijn van mensen, het milieu en de democratie vooropstellen. Op Europees niveau moeten voorwaarden worden gesteld aan technologie en AI.
- Goed en voor iedereen toegankelijk onderwijs vormt het fundament onder onze democratie. Vaardigheden als lezen, schrijven en rekenen zijn nodig om zelfstandig te kunnen deelnemen aan de samenleving. Via onderwijs leer je ook de ander en de wereld om je heen begrijpen. Goed onderwijs is veel meer dan voorbereiding op werk. Minstens zo belangrijk zijn de andere vaardigheden die nodig zijn voor het leven: zelfexpressie, respect voor het perspectief van een ander, het vermogen om eigenstandig een oordeel te vormen en waarheid van onwaarheid te onderscheiden. Onderwijs bereidt ons, gedurende ons hele leven, voor op onze eigen toekomst en zorgt ook voor de toekomst van de samenleving.
- In een democratie kunnen mensen vrij hun mening vormen en zich uitspreken. De aanwezigheid van kunst en cultuur is daarin essentieel. Want cultuur versterkt de onderlinge samenhang en kan hoop geven of troost. Kunst zet aan tot verbeelding en nodigt uit tot reflectie en kritisch nadenken. Kunst en cultuur moeten voor iedereen toegankelijk zijn. In een vrije samenleving is geen plek voor onzichtbare algoritmes die online gesprekken sturen of de politieke agenda van buitenlandse techmiljardairs promoten. Keuzes over wie zichtbaar is, wie gehoord wordt en onder welke voorwaarden dat gebeurt, moeten transparant en maatschappelijk gedragen zijn. Een vrije democratie vraagt daarnaast dat iedereen zich veilig kan voelen: op straat, in het uitgaansleven, op het werk, tijdens demonstraties en thuis achter de voordeur. Het bestrijden van alle vormen van discriminatie, van racisme tot seksisme, is daarom essentieel.
- Macht vraagt om tegenmacht. Democratische macht mag niet ondermijnd worden door de lobby van het grote geld. Dat vereist dat ondoorzichtige lobby wordt aangepakt en extreme rijkdom begrensd. In een democratische samenleving moeten mensen zich kunnen verenigen en collectief kunnen opkomen voor hun belangen. Of het nu is als vakbond, burgerbeweging of actiegroep. Dit betekent dat fundamentele rechten als staken, demonstreren en procederen actief beschermd worden. De overheid is van en voor ons allemaal. Ze ondersteunt mensen, beschermt rechten en zorgt ervoor dat publieke belangen vooropstaan.
- Democratie werkt pas als mensen zich vertegenwoordigd voelen én ze voldoende mogelijkheden hebben om mee te beslissen. Dat geldt in de lokale, landelijke en Europese politiek, maar ook waar werknemers, omwonenden en consumenten een gezamenlijk belang hebben. Op al deze plekken moeten ze democratische controle en invloed kunnen uitoefenen via vakbonden, coöperaties, burgerberaden en burgercollectieven. Als mensen zich inzetten voor collectieve doelen wordt vaak gemeenschapszin en solidariteit versterkt.
- De internationale rechtsorde wordt versterkt als democratieën hun krachten bundelen tegen autocratieën. Waar nodig moeten internationale instituties gemoderniseerd en versterkt worden. Democratieën, vakbonden, mensenrechtenactivisten en onafhankelijke media, waar ook ter wereld, verdienen steun. Een veilig Europa vraagt om meer autonomie. Het doel is onafhankelijkheid van grondstoffen uit landen met autocratische regimes, onafhankelijkheid van big tech en een onafhankelijke Europese defensie-industrie. De Europese Unie moet een solidaire waardengemeenschap zijn waarin de lidstaten en toetreders democratie, rechtsstaat en mensenrechten borgen. Zowel Europa als Nederland heeft de taak om naar vermogen op te treden tegen schendingen van de internationale rechtsorde, bijvoorbeeld bij genocide.
- De veiligheid van onze samenleving wordt niet alleen vergroot door een sterke defensie, maar ook door te investeren in samenredzaamheid. Europa moet strategisch autonoom zijn en in staat zijn eigen verdediging te organiseren. Daarnaast is een actieve diplomatie gericht op rechtvaardige en duurzame vrede onmisbaar. De veiligheid van burgers wordt vergroot als er structuren zijn om elkaar te helpen in tijden van crises - dat is een beter en veiliger vangnet dan als burgers enkel terug moeten vallen op individuele noodpakketten en het in crisistijd ieder voor zich is.
5. Samen organiseren we verandering
We zijn een brede volkspartij die de organiserende kracht wil zijn van een grote maatschappelijke beweging. We bouwen aan een rechtvaardige samenleving. Een politiek thuis voor mensen met verschillende achtergronden en verhalen. Wij zijn met velen. Of je nu jong of oud bent, arm of rijk, in de Randstad woont of daarbuiten, onze partij is er voor al die mensen die iedere dag hun best doen en die geloven dat we het leven samen beter kunnen maken.
Onze partij staat in een lange internationale traditie van solidariteit en strijd voor gelijkwaardigheid, een gezonde planeet en vrijheid. We komen voort uit twee sterke stromingen – de sociaal-democratische en de groene - die in gelijkwaardigheid willen samengaan om een nieuwe toekomst vorm te geven. Deze twee stromingen hebben wortels in onder meer het socialisme, de arbeidersbeweging, de vredesbeweging, het ecologisme en de emancipatiebewegingen. Bewegingen die worden verenigd door de overtuiging dat we samen een betere toekomst mogelijk kunnen maken. We presenteren ons nadrukkelijk als erfgenaam én vernieuwer van de sociaal-democratische en groene tradities; met respect voor de oude vlaggen, maar met een scherp oog voor de nieuwe strijd van vandaag en morgen.
Voor ons gaat politiek over veel meer dan beleid alleen. Het gaat ook om de manier waarop we naar de wereld kijken, wat we eerlijk vinden en welke toekomst we ons durven voor te stellen. Grote veranderingen beginnen vaak met een idee dat eerst ondenkbaar was. Politiek is daarom ook het vertellen van andere verhalen, het stellen van nieuwe vragen en het veranderen van het beeld van wat rechtvaardig is. Wij zijn een partij die hierin vooroploopt en die het debat en het denken in onze samenleving probeert te kantelen waar dat nodig is.
Onze politiek is gericht op vooruitgang. Bij alles wat we doen, kijken we nuchter of het die vooruitgang dichterbij brengt. Waar veel partijen zich beperken tot hun rol in het parlement of de regering, kiezen wij er bewust voor om ook actief te zijn in de samenleving. Wij zijn een partij die mensen niet alleen vertegenwoordigt, maar die hen ook helpt om zelf macht op te bouwen, zich te verenigen en verandering af te dwingen, van de straat tot de Tweede Kamer. Onze volksvertegenwoordigers en bestuurders nemen verantwoordelijkheid en durven beslissingen te nemen die nodig zijn voor het algemeen belang en de lange termijn. Ze zijn zichtbaar in de samenleving en stellen zich dienstbaar op. Ze luisteren, helpen én handelen als dat nodig is.
We zoeken nadrukkelijk de verbinding met bondgenoten binnen de vakbonden, de klimaatbeweging, emancipatiebewegingen, burgerinitiatieven en internationale en levensbeschouwelijke organisaties. Het zijn van een brede volkspartij betekent voor ons dat we altijd proberen om bruggen te slaan tussen de verschillende gemeenschappen in de samenleving. Wat ons bindt is zoveel sterker dan wat ons verdeelt.
We organiseren ons op basis van solidariteit. In alle functies zie je terug dat we een brede partij zijn met diverse levenservaringen, en culturele en economische achtergronden. We brengen democratisering ook in de praktijk binnen onze partij. We zorgen ervoor dat iedereen zich thuis voelt en kan meedoen. Voor wie dat nodig heeft zorgen we voor extra ondersteuning. Of je nu actief bent in campagnes en acties of alleen af en toe je stem laat horen, jouw bijdrage telt. Onze partij is een plek om te luisteren, mee te doen én mee te beslissen. Samen organiseren we verandering.
Nawoord
Dit beginselprogramma is de ideologische richting en grondslag van Progressief Nederland. Dit stuk is tot stand gekomen na twee jaar van gesprekken met leden, kiezers, politici, wetenschappers, activisten en deskundigen.
In het bijzonder danken wij de leden die hun vrije dagen opofferden en met ons meedachten via het gelote ledenberaad, de ledengesprekken en de ideeënwedstrijd en de zeshonderd leden die wijzigingsvoorstellen hebben ingestuurd op het concept-beginselprogramma. Zonder het enthousiasme van velen was dit inspraak- en participatietraject niet mogelijk geweest.
Daarnaast danken wij de fracties — lokaal, provinciaal, landelijk en Europees — die ons wezen op blinde vlekken en die oplossingen aandroegen.
Namens de Wiardi Beckman Stichting en het Wetenschappelijk Bureau GroenLinks en namens de partijbesturen van PvdA en GroenLinks,
Annemarieke Nierop, Arjan Reurink, Esther-Mirjam Sent, Hans Rodenburg, Katinka Eikelenboom, Noortje Thijssen en Yourik Malet