Overslaan en naar de inhoud gaan
verwerkt
Aan

IVN Natuureducatie heeft de afgelopen tien jaar duizenden schoolkinderen 240 minibosjes laten helpen aanplanten, verspreid over het hele land. Het belangrijkste doel van de zogenoemde Tiny Forests is kinderen in contact brengen met ‘wilde’ natuur. Marc Veekamp van IVN noemt de Tiny Forests “een product dat staat als een huis. Veel kinderen weten amper wat natuur is en ze kunnen er niet heen of in. In de wildernis van een Tiny Forest wanen ze zich even in de jungle.”

Leestijd:
4 minuten
persoon afbeelding
Afbeelding
Marc Veekamp

Marc Veekamp

Marc Veekamp (60) is senior projectleider bij IVN Natuureducatie.

Het eerste minibos werd in 2015 aangeplant in Zaandam. Het is een niet-toegankelijk, dichtgegroeid pilotbos met bomen van 15 meter hoog. IVN wilde kijken of het mogelijk was Tiny Forests in Nederland snel tot wasdom te laten komen. Het oorspronkelijke idee van de kleine bossen komt uit de koker van de Indiase ingenieur Shubhendu Sharma en is gebaseerd op de bosbouwmethode van de Japanse bomenexpert Akira Miyawaki.

Kleine, biodiverse bosjes aanleggen in een stedelijke setting bleek ook in ons land prima te lukken. Met uitzondering van het pilotbos bevatten alle Tiny Forests standaard één of meer paden en een educatieplek of buitenlokaal. Het eerste minibos speelt nog wel een rol als vergelijkingsmateriaal met een ook in 2015 aangelegd standaardplantsoen in Zaandam. Tiny Forests blijken veel sneller te groeien dan ‘gewone’ grotere bossen.

Veekamp: “Onze bosjes hebben de grootte van een tennisveld, maar de begroeiing is veel diverser qua soorten en qua structuur dan in een standaard bosplantsoen. Dat is homogener en de gelaagdheid is minder, waardoor je er doorheen kunt kijken. Dat kan bij veel Tiny Forests al na een paar jaar niet meer. Tiny Forests groeien snel dicht. De Miyawaki-methode werpt zijn vruchten af.”

“Bij Tiny Forests kiezen we bewust voor een combinatie van inheemse soorten, een dichte aanplant en een verrijkte en bewerkte bodem die luchtig is zodat het bos er snel op kan groeien. We willen vlot minibossen realiseren zodat kinderen ervan kunnen profiteren.”

Het gros van de minibossen is 200 vierkante meter groot. Er is geen maximale grootte afgesproken maar veel groter dan 500 à 600 vierkante meter zijn de Tiny Forests in Nederland niet.

Het concept Tiny Forest is gericht op het vergroten van de hoeveelheid groen in de bebouwde omgeving in steden en dorpen, op loopafstand van basisscholen. Veekamp: “De Tiny Forests vind je in grote steden maar ook in het buitengebied. Niet alleen in dichtbebouwde wijken in steden maar ook in groene, ruim opgezette wijken aan de rand van de stad en op het platteland ontbreekt natuur waar kinderen in mogen.”

“Speelplekken op schoolpleinen zijn in kleine dorpen net zo stenig als in grote steden. Ouders of verzorgers zijn in dorpen niet per se natuurminded en bereid om hun kinderen ruimte te bieden voor het vrije spel in de natuur. Overal is het een issue dat de kleding van kinderen vies wordt.” Veekamp vindt het jammer als kinderen niet in een Tiny Forest mogen spelen. “Een belangrijk aspect van de minibosjes is dat kinderen die het bos helpen planten en verzorgen, erin spelen en er les in krijgen, natuur en groen in het algemeen meer gaan waarderen.”

Risicovol spelen

Tiny Forests hebben bovendien een positieve invloed op het welzijn, de gezondheid en leerprestaties van kinderen. Veekamp: “Het educatieve aspect staat bij de Tiny Forests niet voorop, maar het is wel waardevol dat kinderen het nodige leren over biodiversiteit, genoeg water in de grond, klimaatadaptatie en leefbaarheid. Maar dat sommige kinderen later wellicht toch klimaatontkenners worden, dat kan ik helaas niet uitsluiten.”

Afbeelding
Kind in tiny forest.

Het IVN is voorstander van risicovol spelen. Veekamp: “Je kunt een tak die in de weg hangt snoeien, maar je kunt een kind ook zelf een andere route laten zoeken. Als er een boom dreigt om te vallen, is er sprake van een gevaar waar kinderen geen invloed op hebben. Zo’n boom moet je weghalen. Maar het is goed als je als kind ergens tegenop kunt lopen, ergens uit kunt vallen of je aan planten kunt prikken. Daar word je alerter, weerbaarder en zelfverzekerder door.”

Veekamp en zijn collega’s zien het liefst Tiny Forests waarin de natuur ongehinderd haar gang kan gaan. In sommige bosjes is de speeldruk echter zo hoog, dat de onderbegroeiing verdwijnt en de bodem alleen nog uit kaal zand bestaat.

Veekamp: “Je wilt biodiversiteit en dichtgroei, maar als zo’n bos voldoet aan de speelbehoefte van kinderen is dat ook een mooi resultaat. Dat is een duidelijk signaal dat er behoefte bestaat aan natuurlijke, uitdagende speelomgevingen.”

Hoeveel Tiny Forests er nog bij komen, is een geldkwestie. Het IVN is afhankelijk van financiering door de overheid, sponsors en particulieren. Veekamp: “Tot nu toe kwamen er jaarlijks zo’n twintig bossen bij. We krijgen nog steeds veel aanvragen. Die kunnen we waarschijnlijk niet allemaal honoreren. Maar we zijn trots op en blij met de behaalde resultaten. We hebben met en voor duizenden kinderen natuur gecreëerd op plekken waar eerder stoeptegels of asfalt lagen.”

Oorspronkelijk gepubliceerd door

    Kinderen beleven ‘wilde’ natuur in Tiny Forest-jungle|Word vriend