Het concept Herenboerderij is een idee van visionaire vergroener en boer Geert van der Veer. De eerste Herenboerderij startte in 2016 in Boxtel. Herenboeren is inmiddels een landelijke organisatie met een staf en veertig boeren in loondienst. Alle Herenboerderijen zijn kleinschalige gemengde bedrijven, opgericht door een groep mensen uit dezelfde omgeving.
Ze pachten grond en hebben één of meerdere boeren in (parttime) loondienst als agrarisch bedrijfsleider. De gemiddelde Herenboerderij is 15 tot 20 hectare groot en voedt zo’n 200 tot 270 huishoudens, oftewel 500 ‘monden’. De leden zijn als ‘Herenboer’ eigenaar, producent, ondernemer en consument. Hoewel dat niet verplicht is, zijn veel Herenboeren actief op de boerderij.
Herenboerderijen hebben grip op wat de leden eten, ze verkorten de voedselketen door consument en producent dichter bij elkaar te brengen, ze vergroten het dierenwelzijn en verbouwen voedsel met aandacht voor het landschap en respect voor de natuur. Een Herenboerderij wordt bestuurd door de leden, maar alleen de boer krijgt betaald.
Wolter van der Vlist is voorzitter van Herenboerderij Rorik vlakbij Beverwijk. Hij vertelt: “De uitgangspunten van Van der Veer staan na tien jaar nog steeds als een huis. Zijn holistische aanpak werkt. Onze boeren lopen niet het risico uitgebuit te worden door supermarkten. Zij krijgen een fatsoenlijk loon. Samen met de leden bepaalt de boer wat er verbouwd wordt. We verdelen de oogst eerlijk.”
Je kunt hier 40 weken per jaar groente en fruit eten van je eigen land
“Het is inspirerend te zien hoe groot de macht van een collectief kan zijn. Herenboerderijen vormen als mini-samenlevinkjes dé remedie tegen polarisatie. Rorik is een relatief kleine boerderij met 140 huishoudens, maar we hebben wel een boer in dienst, een boomgaard, een kruidentuin en een klein fruittuin. We hebben een tractor gekocht en tunnelkassen neergezet. Je kunt hier 40 weken per jaar groente en fruit eten van je eigen land.”
Herenboeren investeren eenmalig 2000 à 2500 euro en betalen per ‘mond’ tussen de 45 en 80 euro per maand als ze kippen-, runder- of varkensvlees afnemen. Wie alleen groente en fruit wil, betaalt minder. “Je enige verplichting is dat je op de afgesproken tijd je oogst ophaalt. En als je een keer niet kan, is er altijd wel iemand die jouw voedsel voor je wil meenemen.”
De Herenboerderijen trekken mensen aan die hun ecologische voetafdruk willen verkleinen. “Zelfs bij het biologische Ekoplaza komt de boerenkool al in januari uit Italië. Wij halen de onze dan nog gewoon op met het fietsje. Dat kan omdat onze boer maximaal kan ondernemen. Als we besluiten zes verschillende soorten pompoenen te verbouwen, dan kan dat gewoon.”
Met de seizoenen mee-eten is wel omschakelen. “Ik vroeg een keer in de zomer in een supermarkt of ze goudrenetten hadden en was een beetje gepikeerd toen dat niet het geval bleek te zijn. Ik krijg nu steeds meer aversie tegen het bestaande landbouwsysteem. Als ik bij de AH het hele jaar door kratten vol courgettes zie, dan denk ik: dat kan gewoon niet. Courgettes zijn er van vanaf de zomer tot eind oktober.”
“Wij hebben drie tunnelkassen staan waarmee we het seizoen verlengen. We kunnen zo beter tomaten telen in het Nederlandse klimaat. Maar we kunnen niet het hele jaar door alles leveren. Aardbeien kun je in de winter bij ons niet krijgen. Je moet accepteren dat je afhankelijk bent van de jaargetijden. De aardbeien van de supermarkt zijn in de winter trouwens niet te eten. In het seizoen zijn de onze juist extra lekker.”
Kleinschalig
De Herenboerderijen zijn geen hobby van geitenwollensokkentypes. De Herenboeren schuwen moderniteit niet, beklemtoont Van der Vlist. ‘We gebruiken natuurlijk een koeling en vrieskisten. We zijn niet wars van innovatie. En wat handmatig kan, doen we op een handige manier, soms met oude landbouwmachines. Denk bijvoorbeeld aan zo’n zaaikarretje met één wiel.”
“Een reguliere boer met 80 hectare bonenplanten moet natuurlijk een tractor inzetten. Wij kunnen die paar bedden bonen bij ons makkelijk met de hand inzaaien. We kiezen met overtuiging voor kleinschaligheid. Met de schaalvergroting in de landbouw hebben we monoculturen gekregen, die gevoelig zijn voor kwalen en ziektes. Boeren moesten bestrijdingsmiddelen gaan gebruiken. Ze zijn in een val gelopen waar ze niet meer uit komen.”
“De gemiddelde consument is het gevoel voor de waarde van producten kwijtgeraakt. Als de oogst heel groot is, ontstaat er bij ons een levendige discussie over soep maken en over hoe je groente en fruit het beste kunt bewaren. Een belangrijk onderdeel van ons concept is dat je je voedsel op waarde schat. Het is de leden verboden producten door te verkopen. Ze mogen hun deel van de oogst wel delen met familie, buren, vrienden of bekenden.”
“Herenboerderijen zijn een aanklacht tegen de totaal doorgeschoten gemaksindustrie. We zijn strijdbare anarchisten. In ons systeem moet je moeite doen voor je eten, maar je beloning is iets magisch.” De meeste leden steken graag de handen uit de mouwen. “Je hebt mensen die op hun knietjes onkruid zitten te wieden en dat is voor hen een meditatieve ervaring. Anderen bouwen een ecotoilet of een tunnelkas.”
Bij ons geen kiloknallers
De Herenboerderijen hebben vlees in hun pakket, afkomstig van dieren die op eigen grond een goed leven leiden. “Bij ons geen kiloknallers! De grootte van een kudde hangt af van de omvang van je perceel. Koeien en kalveren lopen in één wei en hebben veel meer ruimte dan in de reguliere veeteelt. Wij hebben ook maar een klein weitje met een paar varkens erin.”
Nul verspilling
Van der Vlist: “Sommige traditionele boeren vinden wat wij doen maar gerotzooi. Die houden van enorme machines en strakke percelen met één soort kool erop. Ze vinden ons vraaggestuurde ondernemerschap maar ingewikkeld. Niemand gaat er bij ons met de winst vandoor, want er wordt geen winst gemaakt. Bij boeren is het toch: hoe kan ik veel verdienen?“
“Je zou heel Nederland kunnen voeden met 750.000 Herenboerderijen. Dat is natuurlijk erg veel. Maar je zou nog maar een derde van de landbouwgrond nodig hebben omdat nu tweederde daarvan nodig is voor het produceren van veevoer. En zijn veel initiatiefgroepen die een Herenboerderij willen opstarten, maar het is heel moeilijk om aan betaalbare grond te komen in dichtbevolkte gebieden. Herenboerderijen liggen bij voorkeur op minder dan vijf kilometer afstand van steden.”
Van der Vlist hoopt dat Den Haag de helpende hand gaat bieden, maar realiseert zich dat in een dichtbevolkt land ook veel grond nodig is voor woningbouw en bedrijven. “Toch zou elke Nederlander Herenboer moeten kunnen worden. Je kunt op de bank blijven zitten en je eten laten bezorgen. Maar met zes man radijs oogsten in de stromende regen geeft een dieper gevoel van geluk. Dat gun ik ieder mens.“
“Het is ook fijn om bij een gemeenschap horen. Het is heel leuk met elkaar te oogsten en daarna koffie te drinken of te picknicken. We krijgen weleens het verwijt dat we elitair zijn. Dat verbaast me. We zijn eerlijk over de kosten, delen die – net als de oogst – met elkaar en maken geen winst. We produceren uitstekend voedsel en kennen nul verspilling, want wat er overblijft gaat naar de voedselbank.”