Overslaan en naar de inhoud gaan
verwerkt
Aan

In een maatschappij waar kwetsbare groepen steeds meer in de knoei komen, en waar gelijkwaardigheid verder weg lijkt dan ooit, zijn er gelukkig nog altijd organisaties die hier vol overgave iets aan proberen te doen. Zoals het Actiefonds, ontstaan in 1968 en nog steeds een stichting die, met beperkte middelen, zoveel mogelijk actiegroepen en sociale bewegingen van over de hele wereld ondersteunt.

Leestijd:
12 minuten
Afbeelding
Beau Boer & Nina Ascoly
Beau Boer & Nina Ascoly. Foto: Marc Deurloo

Vorig jaar verschenen er opeens opvallende posters in het straatbeeld: een vrouwenlichaam, met op het middenrif het woord ‘Solidariteit’ getatoeëerd. Daaronder stond de tekst: ‘Solidariteit. Je kunt het op je buik schrijven. Behalve bij het Actiefonds.’ Het bracht de al decennia oude stichting opeens weer onder de aandacht. De buik in kwestie was die van marketingmedewerker Beau Boer (en ja, de tattoo was echt). Hoog tijd voor een gesprek met haar en bestuurslid Nina Ascoly.

Laten we beginnen bij de basics. Wat doen jullie precies bij het Actiefonds?

Beau Boer: “Ik werk er nu een jaar of vier en doe de marketing en private fundraising, wat in de kern betekent dat ik mensen vertel wie we zijn en ze zover probeer te krijgen om te doneren. Het Actiefonds is compleet onafhankelijk van bedrijven, andere organisaties en regeringen. Dat zorgt ervoor dat we ons eigen plan kunnen volgen, maar ook dat ons voortbestaan betaald moet worden door mensen die doneren. Veel donateurs geven een vast aantal euro’s per maand, bijvoorbeeld vijf euro, dus daar moet je er behoorlijk wat van weten te verzamelen.”

Nina Ascoly: “Ik zit sinds een jaar of twee in het bestuur. We komen elke zes weken samen om de financiën, de personeelskwesties en de strategie te bespreken. Eigenlijk zijn we er in de kern om het team te supporten. Het is een  klein team en we geven ze alle hulp die ze nodig hebben. Veel mensen in het bestuur hebben een achtergrond in sociale rechtvaardigheid, klimaatrecht of vergelijkbare thematiek, ieder op een eigen manier. Zelf kom ik oorspronkelijk uit Amerika, maar ik woon al jaren in Nederland. Na gewerkt te hebben bij de Clean Clothes Campaign, gericht op arbeidsrechten in de wereldwijde kledingindustrie, en Friends of the Earth International, wat een soort moederorganisatie is van Milieudefensie, ben ik nu in between jobs.”

Actiefonds bestaat al sinds 1968. Wat voor organisatie is het in de kern?

Beau: “We zijn een fonds voor activisme, wat inhoudt dat we specifieke acties ondersteunen van mensen over de hele wereld. Dus als zij iets organiseren, als ze zich ergens tegen verzetten, dan kunnen ze een aanvraag doen en geven we ze financiële ondersteuning om dat te kunnen uitvoeren.”

Afbeelding
Nina Ascoly & Beau Boer.
Nina Ascoly & Beau Boer. Foto: Marc Deurloo.

Is dat altijd al het doel geweest?

Beau: “Nee, we zijn gestart als een samenwerkingsverband tussen Novib, de Kerkenraad en D66. In de jaren zestig maakte het onderdeel uit van een beweging die in opstand kwam tegen de ongelijke verdeling van rijkdom. Om iets te doen aan het beperkt belasten van hoge inkomens, besloten ze extra belasting te gaan betalen. Dat geld kon vervolgens in andere regio’s geïnvesteerd worden. Als een soort terugbetaling voor het kolonialisme. XminY was toen onze naam, wat stond voor een formule waarmee je een percentage van het bnp of je eigen salaris uit kon rekenen. In de jaren zeventig werd het een zelfstandige stichting. Toen ging de support van non-profits al meer naar grassroots-bewegingen. Daar zijn we steeds verder in gegroeid. We steunen bewegingen en initiatieven vanuit de regio’s zelf, zodat zij kunnen doen wat zíj denken dat nodig is. Zonder dat het opgelegd wordt vanuit het Westen. De manier waarop we werken is dus veranderd, maar de kern is hetzelfde gebleven: geld vergaren om het te doneren aan mensen die de wereld wat eerlijker en gelijker proberen te maken.”

Dat doen jullie met vier betaalde krachten. Is dat niet erg weinig?

Nina: “Veel is het niet nee. Daarom hebben we het aanvraagproces zo gestroomlijnd mogelijk gemaakt en werken we met een groot netwerk van vrijwilligers in de vorm van regiospecialisten. Het zijn er zo’n vijftig en ze spelen een hele belangrijke rol in het bekijken en goedkeuren of afwijzen van de aanvragen die we binnenkrijgen, voor het organiseren van acties.”

Beau: “We hebben de wereld verdeeld in vijf regio’s en iedere regio heeft tien specialisten. Dat zijn mensen die daar ook vandaan komen, maar in Nederland wonen. Een hele klus om die mensen te vinden, maar het is gelukt. Zij bepalen uiteindelijk hoe ons budget verdeeld wordt. Er is een jaarlijks bedrag en iedere maand bekijken ze de aanvragen die zijn binnengekomen en kiezen wie geld krijgt en hoeveel. Zo zorgen we ervoor dat de mensen waarover het gaat ook degenen zijn die de beslissingen nemen, en dat wij dit niet als min of meer buitenstaanders voor ze gaan beslissen.”

Als er geld kan worden aangevraagd voor acties die overal ter wereld uitgevoerd worden, is dat een gigantisch potentieel van mensen die naar jullie toekomen met aanvragen, toch?

Beau: “Dat klopt, en het blijft groeien. We zijn een relatief klein fonds en nog niet heel bekend, maar als je kijkt naar de historie dan was het Actiefonds bij verschillende grote verschuivingen als een van de eerste geldverstrekkers betrokken. Zoals de vrijheidsbeweging in de Filipijnen in de jaren tachtig, die kreeg toentertijd een miljoen gulden. En er werd 50.000 gulden gegeven aan Zuid-Afrika, om te vechten tegen apartheid. Tegenwoordig zijn de bedragen een stuk kleiner, mensen kunnen maximaal 2500 euro aanvragen.”

Waren die kleinere bedragen een bewuste keus om meer verschillende doelen te kunnen steunen, of een budgetkwestie?

Beau: “Beide, maar ik denk niet dat we die bedragen veel meer omhoog zouden gooien als we veel grotere budgetten tot onze beschikking hadden. Wij richten ons namelijk op het ondersteunen van activisten die heel veel voor elkaar krijgen met een beperkt bedrag. Daarom is de aanvraagprocedure ook bewust laagdrempelig gehouden. Deze groep heeft helemaal geen tijd voor ellenlange procedures. Ook geven we geen geld aan andere ngo’s die mensen in dienst hebben, een hele structuur waar logischerwijs geld naartoe moet. Wij steunen de gewone mensen die ongelijkheid zien en er iets aan willen doen.”

Op de website geven jullie zelfs aan dat je een lastminute aanvraag kan doen, in geval van nood.

Beau: “Onze reguliere aanvragen worden al sneller behandeld dan bij veel andere fondsen, het duurt maximaal een maand voordat je uitsluitsel krijgt. En als we toch langer nodig hebben, laten we dat altijd weten. Maar we schakelen snel, want deze vorm van activisme vraagt om het momentum pakken. Dan kom je er niet met ieder jaar op je gemak naar alle verzamelde aanvragen kijken. We zijn een pot geld waar mensen iets uit kunnen nemen als ze de noodzaak voelen, omdat er bijvoorbeeld een bepaalde nadelige wet ingevoerd dreigt te gaan worden. Bij een urgente aanvraag krijg je binnen 24 tot 48 uur al uitsluitsel, dan gaat het om maximaal 250 euro.”

Wat zijn de grootste uitdagingen voor jullie momenteel?

Beau: “Donateurs vinden is lastig. Mensen hebben minder te besteden en zijn dan toch kritischer over waar ze geld aan geven. Je ziet ook dat mensen sneller neigen naar incidentele crowdfunding dan naar iedere maand hetzelfde goede doel steunen. Dat terwijl die vaste bedragen, waarvan je als organisatie weet dat je er op kunt bouwen, juist zo belangrijk zijn voor de continuïteit. Dus we doen hard ons best om te laten zien waarom de bewegingen die we willen supporten zo belangrijk zijn. Mensen krijgen via ons geld, omdat het bijvoorbeeld illegaal is in hun eigen land om te demonstreren, of omdat het levensgevaarlijk is als hun naam wordt gekoppeld aan een bepaalde visie of doel. Vaak gaat het om gemarginaliseerde groepen. Crowdfunding is dan geen optie. Daarnaast zijn online platforms als GoFundMe nogal eens geneigd om activisme te weren van hun platform.”

Nina: “Ik kan me ook heel goed voorstellen dat het voor mensen ingewikkeld is om, in een maatschappij waarin zoveel ongelijkheid is, te weten waar je moet beginnen met doneren om daar iets aan te doen. Het wereldwijde bereik maakt ons bijzonder, net als onze focus op grassroots- bewegingen die inzetten op systeemverandering.” 

Afbeelding
Beau Boer met tatoeage 'Solidariteit' op haar buik
Beau Boer. Foto: Marc Deurloo.

Om donateurs te vergaren, begonnen jullie vorig jaar met die opvallende postercampagne. Hoe kwam je daarbij, Beau, om ‘Solidariteit’ op je buik te laten tatoeëren?

Beau: “Ik was dat al een tijdje van plan, toen mijn collega’s en ik ons realiseerden dat dit een goed haakje zou kunnen zijn voor onze campagne. Het voordeel van een compact team is dat je snel kunt schakelen en gekke dingen kunt bedenken om gewoon te gaan doén, zonder dat het eerst goedgekeurd moet worden door allerlei mensen.”

Wat voor reacties leverde het op?

Beau: “Het mooist was natuurlijk dat het nieuwe donateurs opleverde. Maar het was sowieso heel goed voor onze naamsbekendheid, dat merkte ik al snel. Omdat we geen enorme marketingbudgetten hebben, moet je origineel zijn om aandacht te krijgen. We proberen in onze acties dan ook net zo creatief te zijn als de activisten die we supporten. Eerlijk gezegd had ik meer negatieve reacties op die poster verwacht, omdat je daarbij ook de onderkant van mijn borsten ziet, en daar kunnen mensen nogal van in een stuip schieten. Er waren maar twee mensen die daar een boos bericht over verstuurden, dus dat viel heel erg mee.” 

Op de website staan een stuk of tien thema’s waarbij jullie ondersteuning bieden, van verzet tegen dictatoriale regimes via dierenrechten tot landrechten van oorspronkelijke bewoners. Moeten aanvragen linken aan een van die thema’s?

Beau: “Dat hoeft niet, maar we hebben ze geëxtraheerd uit de thema’s waarvoor de meeste aanvragen werden gedaan. In de kern supporten we creatieve, directe acties die streven naar een betere wereld en in lijn zijn met onze idealen, vanuit een gelijkwaardige samenleving.”

Wat zijn acties die op jullie persoonlijk veel indruk gemaakt hebben?

Beau: “Ik was groot fan van de actie waarbij mensen lange tijd in bomen hebben gezeten om het bos te beschermen. De Woonbeweging vond ik ook bijzonder, dat we die konden ondersteunen, en een goed voorbeeld van waarom we bestaan. Opeens kwam dat op en daar konden wij echt iets in betekenen.”

Nina: “Soms denk ik ook wel dat we een beetje te bescheiden zijn. Van Pussy Riot die een actie opzet in de kunstwereld tot een groep in Afrika die het land wil beschermen tegen ontbossing. Daar ben ik heel trots op en we delen zoveel mogelijk van die verhalen, maar dat kan niet altijd helaas. Activisten lopen in het huidige politieke klimaat veel risico om opgepakt en gecriminaliseerd te worden. Niet alleen in het buitenland, ook hier.”

Beau: “Dat klopt. Soms kunnen we een bijzondere actie niet delen op onze platformen, omdat het de actievoerders in kwestie in gevaar kan brengen. In Rusland is dat bijvoorbeeld heel erg aan de hand. Maar als je in Nederland ooit bij een protest of een actie bent geweest die connect met progressieve waarden, dan is de kans écht groot dat wij steun hebben gegeven. We kunnen er dus alleen niet altijd mee te koop lopen.”

Zijn jullie zelf opgevoed met een sterk gevoel voor rechtvaardigheid?

Nina: “Ik ben opgegroeid in een gezin waar ik werd aangemoedigd om autoriteit altijd te bevragen. Al vond mijn vader het niet heel leuk toen ik dat ook met zijn autoriteit ging doen. Mijn ouders waren geen activisten, maar wel kritisch op wat er gaande was in de wereld. Zelf ben ik sinds mijn tienertijd een activist. Het voelt vanzelfsprekend om me uit te spreken over ongelijkheid.”

Beau: “Voor mij begon het bij de opkomst van de beweging Kick Out Zwarte Piet. Ik was aan het einde van mijn middelbareschooltijd toen en vond het onvoorstelbaar hoe ze werden behandeld, en besproken in het nieuws. Dat deed me realiseren hoe belangrijk activisme was, zeker toen je zag dat ze echt iets voor elkaar kregen met hun protest: ze hebben een heel land aan het denken gezet over iets wat veel mensen in eerste instantie wegwuifden, maar daar lieten ze zich niet door tegenhouden. Ik vind het belangrijk om me uit te spreken en solidair te zijn met mensen die niet hetzelfde zijn als jij, maar je op een probleem wijzen en laten zien waarom dat niet ok is. Wat mij betreft is dat inherent aan mens zijn. Het is de ultieme vorm van menselijkheid om naar een situatie te kijken en te denken: we kunnen beter dan dit.” 

Omdat, wat je al zegt, links activisme steeds meer onder een vergrootglas komt te liggen: hebben jullie veel te maken met nare reacties of mensen die jullie proberen dwars te zitten?

Beau: “Het valt mee, ook omdat we minder in de spotlights staan dan andere goede doelen, denk ik. Er is een heel creatieve klimaatontkenner die regelmatig gekke kaarten stuurt en volgens mij gewoon te veel vrije tijd heeft, daar kan ik op zich wel om lachen. En iemand heeft ooit een steen naar ons opgestuurd. Dat rechts-extremisten ons minder weten te vinden is een voordeel van niet zo heel bekend zijn. Daarom zijn we ook gestopt met dingen op Facebook zetten, daar zitten zij veel op.”

Wat zijn de ambities van het Actiefonds?

Beau: “Ik probeer me niet te veel te beperken door specifieke doelstellingen te bepalen, omdat de wereld nu zo veranderlijk is: je weet nooit wat over een tijdje de meeste prioriteit heeft. Wat mij betreft blijft het Actiefonds focussen op het steunen van mensen daar waar zij zich bevinden. En of een actie succesvol is, is ook moeilijk te bepalen. Je kunt niet meten hoeveel voorbijgangers je aan het denken hebt gezet.”

Nina: “Het zou mooi zijn als we een stabiel inkomen konden vergaren, zodat we deze acties ook kunnen blijven ondersteunen. Ik durf zelfs te dromen van een beetje groei.”

Afbeelding
Nina Ascoly
Nina Ascoly. Foto: Marc Deurloo.

Nina, jij komt uit Amerika. Hoe kijk je naar de situatie daar nu?

Nina: “Nou, als we daarover beginnen zitten we hier morgen nog. Het korte antwoord: het is erg verontrustend en overweldigend. Tegelijkertijd haal ik inspiratie uit het feit dat het activisme lokaal in de VS enorm groeit. Er gebeuren de mooiste dingen op dat vlak momenteel. Je ziet het niet altijd terug in het nieuws, maar het geeft me hoop dat mensen samenkomen en niet accepteren dat hun rechten worden afgepakt. Maar het is een ingewikkelde positie waarin Amerikaanse activisten zich nu bevinden. Ze lopen veel risico, op allerlei gebieden. Ik probeer hen op een afstand te ondersteunen, want terugverhuizen naar Amerika, dat zie ik mezelf nooit meer doen.”

Beau: “In bijvoorbeeld Texas worden mensen veroordeeld tot dertig tot honderd jaar gevangenschap omdat ze gelieerd zijn aan activisme. Dat gaat dus niet eens om mensen die bij een protest waren, maar om mensen die bijvoorbeeld een doos hebben verplaatst of een tijdschrift in hun huis hadden liggen. Het is een doodenge toekomst, als je je voorstelt dat dit soort zaken verder verspreid wordt, ook met het oog op de praktijken van ICE in de VS. Maar wat ik ook weleens denk: mensen in Nederland maken zich zorgen over Amerika, terwijl hier ook iets engs staat te gebeuren: een potentiële wijziging van de Wet Openbare Manifestaties. Als dat doorgaat, kan de regering nog gemakkelijker activisten oppakken. Net als in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, waar mensen met een I support Palestine Action t-shirt al gearresteerd kunnen worden.”

Geloven jullie in een positievere toekomst?

Nina: “We zijn professionele optimisten, die echt geloven dat er een andere wereld mogelijk is. En ik denk persoonlijk dat als je de mogelijkheid hebt om je uit te spreken, je dat sowieso altijd moet doen. Het lijkt niet zo, maar ik ben er nog altijd van overtuigd dat de goede mensen met meer zijn.”

Beau: “Het is een proces van de lange adem, maar opgeven is geen optie.”

Oorspronkelijk gepubliceerd door

    De kracht van iets doén|Word vriend