Op de eerste foto een triomfantelijk glimlachend meisje, dat met stralende ogen een sliert beslag van een garde in een grote kom laat glijden. Op de laatste foto een mooie, ronde chocoladecake met een aanlokkelijke, knapperige korst. In de beschrijving één simpel woord: hoop.
De foto’s zijn op 11 april 2025 op Instagram geplaatst door de elfjarige Renad, een charismatische food influencer uit Gaza.[i] Renad begon in maart 2024 met posten op Instagram, een aantal maanden na het uitbreken van het disproportionele oorlogsgeweld dat de Israëlische regering ontketende in reactie op de Hamas-aanval van 7 oktober 2023. Eén van haar eerste posts is een klassieke ‘unboxing’ video waarin ze een noodpakket uitpakt en enthousiast twee pakken suiker en verschillende conservenblikjes voor de kijker omhooghoudt, terwijl het zoemende geluid van drones te horen is op de achtergrond.
Renad werd snel bekend binnen en buiten Gaza met filmpjes waarin ze haar volgers laat zien hoe je inventief kunt koken in een oorlogsgebied. Ze laat zien hoe je lollies kunt maken van gekarameliseerde suiker op een tandenstoker, of hamburgers kunt bakken van vlees uit blik. Renad presenteert alles aan de kijker met een aanstekelijke lach en een opgeruimdheid die pijnlijk contrasteert met haar levensomstandigheden. Ze heeft inmiddels zo’n 1,2 miljoen volgers en werd het symbool van de veerkracht van Palestijnse kinderen, die onder de meest uitzichtloze omstandigheden van niets iets weten te maken.
Sinds het staakt het vuren in maart 2025 werd verbroken, zien we dat zelfs Renad haar energie en optimisme verliest. Er is steeds minder eten te krijgen in Gaza. In een van haar laatste kookvideo’s probeert Renad toffees te maken omdat ze zo verlangt naar iets zoets. Het recept mislukt. Zonder boter en room is het onbegonnen werk. ‘Tsja’, zegt Renad tegen haar kijkers met een flauw lachje, ‘zelfs chefs hebben niet altijd honderd procent kans op succes als ze een nieuw recept uitproberen.’
Op 11 april 2025 zijn de ingrediënten voor een chocoladecake al lang niet meer te krijgen in Gaza. Kinderen verhongeren er massaal. Renad post die dag foto’s van een cake die ze maanden geleden gebakken heeft. Toch schrijft ze dat ene woord bij deze foto’s: hoop. Wat kan hoop nog betekenen terwijl de bevolking van Gaza vermoord wordt en er een gecoördineerde vernietiging van de Palestijnse samenleving plaatsvindt? Een vernietiging die indruist tegen alle beloftes van voortschrijdende beschaving, maar die we pas sinds heel recent, en dan nog steeds aarzelend, genocide mogen noemen? Een vernietiging waartegen de internationale gemeenschap niet ingrijpt?
Tussen hoop en doemdenken
Dit themanummer gaat over de vraag hoe we kinderen en jongeren hoop kunnen geven op een goede toekomst. Een vraag die juist nu vrijwel onmogelijk te beantwoorden is, aangezien we bezig zijn om een wereld te creëren die weinig hoopvol is voor huidige en toekomstige generaties.
Regeringen nemen de internationale mensenrechtenverdragen niet serieus die in het leven zijn geroepen om het ‘nooit meer’ na de Tweede Wereldoorlog te garanderen. Niet alleen het geweld in Gaza gaat door, ook in Sudan, Jemen en Oekraïne woeden uitzichtloze oorlogen. Bovendien hollen rechts-nationalistische en neofascistische politici in verschillende landen de democratische rechtsstaat uit. En dan hebben we het nog niet over de klimaatcrisis gehad, die zonder drastisch politiek ingrijpen ertoe zal leiden dat er voor toekomstige generaties überhaupt geen leefbare wereld meer zal zijn. Zijn wij, volwassenen, nog in staat om kinderen hoop te bieden? Ik betwijfel het.
Bovendien is het de vraag in hoeverre hoop een begrip is dat past bij deze tijd. Hoop is een verlangen naar iets wat nog niet gerealiseerd is en waarvan we niet weten of het ooit gerealiseerd zal worden. We hopen dat de dingen in de toekomst anders en beter zullen zijn. Wat hebben we met die hoop concreet te bieden in het hier en nu? Wanneer we onze aandacht richten op hoop voor de toekomst, zou het zomaar kunnen dat we minder aandacht hebben voor onze verantwoordelijkheid om nú iets te doen aan het onrecht in de wereld. Hoop kan impliceren dat we afwachtend achteroverleunen en gerustgesteld wegdromen, om wel te zien wat er komen gaat.
Filosoof Lisa Doeland stelt daarom in relatie tot de ecologische crisis dat we minder zouden moeten hopen en meer zouden moeten doemdenken.[ii] Het einde van de wereld zoals we die kennen zal zich niet later aandienen. We zitten er al middenin. Er is een langzame, maar gestage, achteruitgang gaande die niet nog voorkomen kan worden. Wie doemdenkt kijkt volgens Doeland met realisme naar de huidige crises en voelt zich aangesproken om er nu wat aan te doen. Haar interpretatie van doemdenken is niet passief of fatalistisch, maar roept juist op om ons de huidige staat van de wereld toe te eigenen, in plaats van haar buiten onszelf te plaatsen.
Moeten we het idee van hoop dan helemaal loslaten? Dat is geen optie, aangezien het vaak kinderen en jongeren zelf zijn die hoop houden, ook onder de meest uitzichtloze omstandigheden. Renad droomt te midden van een hongersnood van chocoladecake en we kunnen en mogen haar de hoop op een toekomst waarin ze een gewoon leven kan leiden niet ontnemen. De relatie die volwassenen en kinderen hebben tot hoop is niet dezelfde. Kinderen kijken vaak van nature voorbij de gegeven situatie naar nieuwe, onverwachte mogelijkheden, en volwassenen kunnen hen steunen door handelingsperspectieven te ontwikkelen die verandering mogelijk maken.
Kinderen dromen, en het is de verantwoordelijkheid van volwassenen om de omstandigheden te realiseren waarin hun dromen uit kunnen komen. Het is dan ook niet zozeer de vraag hoe wij, als volwassenen, kinderen en jongeren hoop kunnen geven op een goede toekomst. Het zijn eerder kinderen en jongeren die óns hoop geven, en het is de vraag hoe wij onze verantwoordelijkheid kunnen nemen om die hoop in leven te houden.
Hoop in het streven naar gedeelde menselijkheid
Renad laat zien hoe hoop en daadkracht hand in hand kunnen gaan. Haar daad van verzet is dat ze haar optimisme weigert los te laten. De vernietiging en verdrijving van de Palestijnse bevolking kent een lange geschiedenis. Door in leven te blijven, en te blijven genieten van alledaagse bezigheden zoals koken en eten met familie, toont Renad hoe de Palestijnen in Gaza zich ook nu niet onzichtbaar laten maken, en hun menselijke waardigheid behouden.
De hoop die Renad ons geeft is hoop op een gedeelde wereld waarin ieders recht op een menswaardig bestaan gewaarborgd wordt. Hoop op daadkracht om in naam van die gedeelde menselijkheid niet nog eens een genocide te laten voortduren die te herleiden is tot een geschiedenis van Europees imperialisme en racisme.
De Braziliaanse kritische pedagoog Paulo Freire schreef in zijn boek Pedagogiek van de Onderdrukten [iii] dat dehumanisering als gevolg van een onrechtvaardige politiek-maatschappelijke orde geen reden tot wanhoop is, maar juist zou moeten leiden tot hoop die ons inspireert om menselijkheid na te blijven streven. De hoop die Freire beschrijft vraagt ons juist niet om stil te blijven afwachten, met onze armen over elkaar. In Freires interpretatie wordt hoop ons niet van buitenaf, of van boven, door een goddelijke macht, aangereikt. Het is geen verlangen dat ons laat afwachten tot ons vanzelf iets goeds overkomt. Het is een besef dat we actief in beweging moeten komen om af te rekenen met oude mechanismen die machtsongelijkheid in stand houden. En dat we vandaag moeten beginnen met het realiseren van nieuwe, meer menselijke verhoudingen.
Zolang mensen blijven strijden tegen onrecht, is er hoop voor iedereen. Hoop schuilt ook in solidariteit tussen mensen die bezig zijn zichzelf van onrecht te bevrijden, en mensen die hier niet de directe gevolgen van ervaren. Niet voor niets is de slogan van veel emancipatiebewegingen ‘no one is free until we are all free’. Zolang mensen samenwerken en solidariteit met elkaar tonen omdat ze elkaars menselijkheid erkennen, is er hoop.
Het streven om politiek en maatschappelijk onrecht te doorbreken en ontmenselijking te beëindigen is een daad van liefde, volgens Freire. Het gaat immers om verzet dat niet alleen de onderdrukten zal bevrijden, maar ook de onderdrukkers. Wanneer een regering, leger of bevolking andere mensen hun rechten en menselijke waardigheid ontneemt, ontmenselijken zij in feite daarmee ook zichzelf. Ook zij zullen hun menselijke waardigheid terugkrijgen wanneer er verzet wordt gepleegd tegen hun dominantie.
De liefde van Freire is geen tandeloze, particuliere liefde, maar radicale liefde die ons wijst op een collectieve verantwoordelijkheid om in te grijpen wanneer mensen overgeleverd zijn aan bruut geweld of wanneer hun bestaansrecht wordt ontkend. Het zijn juist de onderdrukten die verandering in gang kunnen zetten door te weigeren hun bestaansrecht op te geven. De noodzaak om solidair te zijn met hen komt niet voort uit medelijden, maar uit respect voor ieders recht om een goed en betekenisvol leven te leiden in onze gedeelde wereld.
Verzet is nú nodig
Ook feministe en publiciste Rebecca Solnit benadrukt in haar analyse van hoop dat sociale verandering vaak in de marges van de samenleving, ver van het centrum van de macht in gang wordt gezet.[iv] Dat mensen hoop houden op de meest donkere plekken, is een teken van volharding om in leven te blijven en actief te blijven strijden voor betere omstandigheden. Verzet begint vaak klein, en wordt in stand gehouden door de alledaagse zorg die mensen voor elkaar hebben en de moed die ze elkaar inspreken, tegen de storm van geweld en onderdrukking in.
Hoop schuilt in de overtuiging dat die kleine alledaagse handelingen kunnen bijdragen aan grote omwentelingen die zullen leiden tot een meer rechtvaardige en leefbare wereld voor iedereen. Verzet tegen een genocide kan beginnen met zichtbaar maken hoe een kind nieuwe recepten blijft uitproberen ondanks dat haar gemeenschap systematisch wordt uitgehongerd. De motivatie van mensen die verzet plegen tegen onrecht komt voort uit een overtuiging dat verandering mogelijk is, aldus Solnit. Het heeft zin om vandaag te handelen, ook al is de uitkomst in de toekomst onzeker.
We kunnen concluderen dat de hoop die kinderen ons geven door te weigeren zich te laten ontmenselijken, ons volwassenen zou moeten aanzetten tot verzet tegen onrecht. Met dat verzet moeten we nú beginnen. Antropoloog Sinan Cankaya schreef een boek over de illusie van West-Europese, witte beschaving, waar de rest van de wereld zich aan zou moeten aanpassen. In Nederland wordt van mensen met een migratieachtergrond verwacht dat zij zich invoegen in de knellende kaders van witte, dominante instituties. Ondertussen veroordeelt Nederland niet de genocide in Gaza, die onlosmakelijk verbonden is met een geschiedenis van koloniaal en racistisch geweld die uit deze zelfde Westerse, witte ‘beschaving’ is voortgekomen.
‘Hoop’, stelt Cankaya in een interview over zijn boek, ‘schuilt juist in het afbreken van illusies. Zodat je op de ruïnes daarvan iets nieuws kunt bouwen.’[v] We kunnen beginnen met het afbreken van die illusies door ons uit te spreken tegen ontmenselijking. Niet alleen in Gaza, maar ook in onze eigen, directe leefomgeving. We kunnen de Nederlandse regering oproepen om zich aan te sluiten bij de genocidezaak tegen Israël bij het Internationaal Strafhof, en om zich tot het uiterste in te spannen om een staakt het vuren in Gaza af te dwingen. We kunnen ons uitspreken tegen Nederlandse politici die flirten met omvolkingstheorieën[vi], die islamitische jongeren wegzetten als gevaar voor de samenleving[vii] of die kinderen die asiel vragen in Nederland het recht op ontwikkeling, ontspanning en plezier willen ontzeggen[viii].
We kunnen ons inspannen om bij te dragen aan beleid dat een einde maakt aan etnisch profileren door overheidsinstellingen, dat segregatie en kansenongelijkheid in het onderwijs tegengaat en dat bijdraagt aan het herstellen van een sociaal vangnet voor achtergestelde groepen. Binnen onze democratische rechtsstaat hebben we de vrijheid om ons te kunnen uitspreken tegen onrecht. Die moeten we beschermen tegen het hedendaags fascisme dat ook hier terrein wint.
De democratische ruimte die we hebben voor daadkracht moeten we benutten. Door te handelen in solidariteit met mensen die als ongewenste, minderwaardige of gevaarlijke Ander worden weggezet. Zo kunnen we verantwoordelijkheid nemen voor de hoop die Renad ons geeft. Zij heeft het recht om een chocoladecake te bakken wanneer zij daar zin in heeft. Laten we alles doen wat in onze mogelijkheden ligt om haar dat recht terug te geven.
Noten
[i] Renad Attallah (@renadfromgaza). Instagram photos and videos.
[ii] Filosoof Lisa Doeland (2020). Waarom we minder moeten hopen en meer doemdenken. Brainwash. HUMAN.
[iii] Paulo Freire (1993). Pedagogiek van de Onderdrukten, p.64-65.
[iv] Rebecca Solnit (2023). Why climate despair is a luxury. New Statesman.
[v] Interview (2025). Sinan Çankaya verloor zijn geloof in het Westen. ‘De genocide in Gaza opende definitief mijn ogen’. Trouw.
[vi] Jacob Boersema (2024). Ook Omtzigt lijkt te flirten met de racistische omvolkingstheorie. OneWorld.nl.
[vii] Videofragment (2025). Staatssecretaris Jurgen Nobel blijft achter zijn uitspraken staan over normen en waarden van islamitische jongeren. WNL.
[viii] Nos nieuws (2025). Minister Faber wil einde alle uitjes asielzoekers: 'Het is hier geen vakantieoord'.