Overslaan en naar de inhoud gaan
verwerkt
Uit

Luisteren en leiden, dat is in geopolitiek gevaarlijke tijden meer dan ooit het devies van sociaal-democraten. We moeten niet alleen de verzuchtingen horen van mensen in de samenleving, maar ook bereid zijn moeilijke compromissen te maken, zolang we wéten en kunnen uitleggen waarom we dat doen.

Leestijd:
11 minuten
Afbeelding
Frank Vandenbroucke bij 80 jaar WBS

Terugkijken naar de indrukwekkende geschiedenis van de Wiardi Beckman Stichting maakt me wat nostalgisch, dat geef ik graag toe.[1] Ik herinner me levendig mijn eerste kennismaking met de stichting in het begin van de jaren tachtig, met een delegatie van de Vlaamse Socialisten; de boeiende discussies die we toen nog hadden met Joop den Uyl. 

We keken vanuit Vlaanderen met bewondering naar dit wetenschappelijke instituut van een grote sociaal-democratische partij. Mij is verzocht vandaag vooral vooruit te kijken, eerder dan stil te staan bij een mooi verleden. Dat kan: belangrijke projecten van de WBS, zoals Van Waarde, zijn vandaag nog steeds relevant.

De belangrijkste boodschap van het project Van Waarde was dat een sociaal-democratische partij door die mensen die de partij wil verdedigen, moet gezien worden en gewaardeerd worden als een betrouwbare bondgenoot, een betrouwbare verdediger van wat zij van waarde vinden, en dus moet aansluiten bij wat hun zorgen baart, wat hun boos maakt, wat hun gelukkig maakt, wat hun hoop geeft. Die boodschap is vandaag, dertien jaar na de publicatie van Van Waarde, nog steeds bijzonder relevant.[2]

Je zou kunnen zeggen dat ze vanzelfsprekend is, maar Van Waarde is ontstaan net omdat ze niet vanzelfsprekend is voor partijen die besturen en beleid maken. Dit vereist een methode: dialoog en luisterbereidheid. Dit vereist een taal waarmee je die aansluiting kan vinden. In Van Waarde werd, misschien een beetje gechargeerd, gezegd ‘dat is niet de taal van de bestuurslogica’. Maar dit vereist ook inhoudelijke keuzes. Het gaat niet alleen over taal en methode, maar ook over de inhoudelijke speerpunten van je programma, en wat je daar uiteindelijk van bakt in beleid wanneer je bestuurt.

Twee kanttekeningen

Terugkijkend kan je hier twee kritische kanttekeningen bij maken. De eerste heeft te maken met ‘afwegen en verdelen’. Het is één zaak goed te kunnen ‘capteren’, te kunnen ‘opmeten’ wat we ‘van waarde’ vinden, aansluitend bij zorgen en verwachtingen van onze achterban. Maar de volgende vraag is hoe je vooruitgang in één dimensie van wat we van waarde vinden, afweegt tegen minder vooruitgang (of zelfs achteruitgang) in een andere dimensie van wat we van waarde vinden. Of, en misschien nog belangrijker, hoe we wat we van waarde vinden verdeeld willen zien onder mensen. 

Over afwegingen en verdeling heb je principiële eigen opvattingen als sociaal-democraat: herverdelende rechtvaardigheid en de solidariteit die daarbij nodig is, dat is wat mij betreft de essentie van sociaal-democratie. Maar je bestuurt nooit alleen, als je bestuurt, en dus maak je daarrond compromissen. Hoe je met die spanning omgaat is core business van sociaal-democraten.[3] Daarvoor bood Van Waarde geen handvatten.

De tweede kritische kanttekening is dat je politieke strijd voert in een wereld waar voortdurend nieuwe, onverwachte en soms onoverzichtelijk grote problemen op je afkomen. Politieke actie kan zich niet louter baseren op ‘de zorgen van de mensen’, die je bottom-up verzamelt. Soms moet je uitleggen waarom mensen zich zorgen moeten maken en ontstaat het relevante antwoord ook maar stapsgewijze omdat je al doende leert. 

Klimaat is een bekend voorbeeld. Maar ook de geopolitieke bedreigingen die wegen op onze Europese welvaartstaten – ik kom daar dadelijk op terug. Wie alléén oog heeft voor ‘de zorgen van de mensen’ en geen oog voor wat op ons afkomt, verzandt in machteloosheid, in een bijrol op het politieke toneel, of erger, in het populisme van diegenen die achter elk ongenoegen aanlopen maar nooit met een oplossing komen die ertoe doet. 

Als je dergelijke kritische kanttekeningen ter harte neemt, en ik weet dat de auteurs van Van Waarde zelf ook gezegd en geschreven hebben dat je dat moet doen,[4] dan impliceert dat dat je als sociaal-democraat moet luisteren maar ook leiden. Monika Sie Dhian Ho, de WBS-directeur die Van Waarde geleid heeft, en ik zijn het daarover eens. Dat hebben we vastgesteld in een gesprek ter voorbereiding van deze conferentie: het is luisteren en leiden.

Dat brengt me bij het pleidooi dat we hier vandaag hoorden van Monika: de linkse beweging moet ook luisteren naar de sociaal-culturele zorgen van mensen en leiderschap tonen in het overbruggen van de breuklijn tussen de ‘somewheres’ (degenen die grenzen en culturele eigenheid belangrijk vinden, de mensen van hier) en de ‘anywheres’ (degenen die grenzen en een collectieve identiteit niet belangrijk vinden, de mensen van overal). 

Ik ben het ermee eens dat de breuklijn tussen ‘somewheres’ en ‘anywheres’ zeer belangrijk is, dat je die goed in het oog moet houden omdat sociaal-democraten en progressieven aansluiting moeten blijven houden met de ‘somewheres’. Maar, dat mag er niet toe leiden dat we terugplooien op de natiestaat als dé geprivilegieerde politieke arena voor sociaal-democraten en progressieven. Dat geluid hoorde je ook wel om en rond het project Van Waarde, met name wanneer het in latere publicaties ging over Europa, en daar ben ik het absoluut niet mee eens. Europese samenwerking en solidariteit zijn in de wereld van vandaag, essentieel voor het overeind houden van democratische welvaartsstaten. 

Het juiste midden vinden tussen de ‘somewheres’ en de ‘anywheres’ is, met name omwille van het belang van Europese politiek, een cruciale randvoorwaarde voor het succes van sociaal-democraten en progressieven van de toekomst, maar het is naar mijn mening niet een centraal punt in ons programma. Of beter, het is niet hét programmapunt waarmee we ons zullen onderscheiden van andere niet-extreme partijen. Ik werk eerst het laatste even uit en keer dan terug naar het eerste, Europa.

Vooruit

Jullie weten dat mijn partij nu luistert naar de naam Vooruit. Dat was ook de titel van het rapport van Van Waarde waarin de interviews met burgers gebundeld werden. Onze inspiratie voor Vooruit lag in onze eigen geschiedenis, maar die overeenkomst met Van Waarde is toch niet toevallig. Het gaat over het bieden van hoop op vooruitgang, als opdracht van sociaal-democraten.

Mijn partij Vooruit participeert als enige linkse partij in een eerder rechtse coalitie, aangevoerd door democratische Vlaams nationalisten onder leiding van Bart De Wever. Dat is onder meer mogelijk omdat wij, als het gaat over asiel en migratie, wel meningsverschillen hebben met De Wever, maar geen onoverbrugbare kloof. Wij begrijpen wat hem motiveert in dit domein. Hij wil een alternatief zijn voor het uiterst rechtse Vlaams Belang, en we maken dat heel bewust niet onmogelijk voor hem. 

Regelmatig sturen we hem bij inzake asiel en migratie, we vragen respect voor onze rode lijnen, dat geeft soms scherpe debatten in de regering, soms is het wel een beetje slikken, maar we vinden het evenwicht. Maar dit is geen belangrijk issue in onze communicatie: we focussen op relatief klassieke sociaaleconomische thema’s, waar de meningsverschillen met de partij van De Wever en de Franstalige liberalen in de coalitie erg groot zijn en door ons op tijd en stond ook publiek aangekaart en uitgevochten worden – anders dan bij het thema migratie.

Voor alle duidelijkheid, dit is een moeilijke coalitie voor ons, met de Franstalige socialisten in de oppositie tégen deze regering, de Nederlandstalige en Franstalige groenen in oppositie, de vakbonden bijgevolg des te meer kritisch. Maar om allerlei redenen zagen we niet hoe we zomaar ‘neen’ konden zeggen op de uitnodiging van De Wever. De inspanning om ‘luisteren en leiden’ te combineren – moeilijke compromissen te verdedigen en tegelijkertijd duidelijk te blijven maken dat we vechten voor wat onze achterban van waarde vindt – die inspanning is daardoor des te belangrijker.

Triple squeeze

Wat mij bijzonder motiveert in dit moeilijke politieke traject, zijn noodzakelijke Europese ontwikkelingen waarin we niet afwezig mogen blijven. Over de Europese agenda verschillen we overigens nogal van mening met de partij van De Wever, maar dat is een reden te meer om nu niet zomaar aan de zijlijn te gaan staan. De ruimte ontbreekt om dit uit te werken, maar Europese welvaartsstaten worden bedreigd door een ‘triple squeeze’ die geopolitiek is. 

Onze democratische welvaartsstaten worden bedreigd door Poetin, rechtstreeks en onrechtstreeks omwille van de gevolgen van de oorlog in Oekraïne. We zijn op een gevaarlijke manier afhankelijk van China, onder meer wanneer het gaat over levensnoodzakelijke medicijnen zoals antibiotica. En Trump vormt een enorme bedreiging, die onderschat wordt. 

Ik beperk me hier tot het derde luik van deze ‘triple squeeze’, en zoom daarbij in op geneesmiddelen en zorg. Onderschat dit niet: de Amerikaanse regering heeft een regelrechte aanval gelanceerd op de manier waarop we in Europa omgaan met de beoordeling, de prijszetting en de terugbetaling van geneesmiddelen. Zij viseren onze op wetenschap gebaseerde benadering waarbij verzekeraars geneesmiddelen slechts duur betalen wanneer die ook grote gezondheidswinsten opleveren. 

Europese verzekeraars streven niet noodzakelijk naar de allernieuwste medicijnen, als die niet aantoonbaar beter zijn dan wat we al hadden. Door die kritische benadering, waarbij we selectief zijn in wat we terugbetalen aan welke prijs, slagen we erin om effectief werkzame geneesmiddelen terug te betalen voor iedereen, en niet enkel voor de happy few. Het is belangrijk dat we dat goed uitleggen aan onze achterban. 

De toestand van de gezondheidszorg is dramatisch in de VS. Amerikanen liggen niet voor niets wakker van hun uitgaven en de staat van hun gezondheid: per inwoner geeft men in de VS twee keer zoveel uit aan gezondheidszorg als in Europa, maar een Amerikaan leeft gemiddeld zowat drie jaar minder lang. Veel huishoudens moeten een significant deel van hun gezinsinkomen uitgeven aan gezondheidszorg, en dan nog hebben ze het gevoel dat noodzakelijke behandelingen geweigerd worden door verzekeraars of in bureaucratische rompslomp verzeilen. Goede zorg is alleen nog gegarandeerd voor wie het kan betalen.

Een deel van het probleem is een machtige lobby van farmabedrijven en verzekeraars in Washington, die verhinderen dat er maatregelen genomen worden. In Europa handelen vrijwel alle overheden in naam van hun burgers over de terugbetaling van geneesmiddelen, en dus over de prijzen van terugbetaalde geneesmiddelen. Onderhandel je daarover niet als bedrijf met de overheid, dan wordt je product in de regel dus niet terugbetaald (‘in de regel’, want in Duitsland geldt een vrije prijs wel de eerste zes maanden; daarna beslist een onderhandeling of een arbitrage over de prijs). Geen terugbetaling betekent vaak dat er gewoon geen markt voor het medicijn is. 

In de VS was dit tot president Biden net omgekeerd: onderhandelen met overheidsinstanties was eerder uitzondering dan regel, en voor een belangrijk deel van de markt mocht de overheid zelfs niet tussenkomen. Biden is de eerste president die er met de Inflation Reduction Act (IRA) in slaagde om een reeks van bedrijven de facto te dwingen te onderhandelen over prijzen met de overheid, met name voor wat het overheidsprogramma Medicare (deel B en D) betreft.

Trump zit als Republikein maar ook als populist in moeilijk vaarwater. Hij wil iets doen om zijn kiezers tegemoet te komen, maar wil niet de weg van Biden en Obama van méér overheid en méér publieke dienstverlening verder inslaan, integendeel. Wat doet hij dus? De schuld voor een groot stuk leggen bij Europa. Het verhaal in de markt zetten dat het de modale Amerikaan uit de Mid-West is die de Europese socialistische welvaartstaten subsidieert. Om de Amerikaanse prijzen te laten zakken moeten de Europese stijgen…

En dus legt hij tarieven op en dreigt hij met verdere verhogingen en met zogenaamde ‘handelsonderzoeken’. Deze aanval escaleert: zo wordt de Duitse regering nu in het vizier genomen, met een formeel handelsonderzoek met tariefdreiging, omwille van de inspanningen die zij, als overheid, vragen aan de farmaceutische sector om de begroting voor de gezondheidszorg in evenwicht te brengen. 

Europese solidariteit

De Europese landen zullen niet op hun eentje, ieder voor zich, het kader kunnen creëren waarmee je de dreiging van Trump (en de afhankelijkheid van China) beantwoordt. Hier is Europees beleid en Europese solidariteit nodig. Toegegeven, Europees beleid is vaak een ver-van-mijn-bed show, met vaak complexe compromissen. We zullen onze achterban daarin moeten meenemen. Tegelijkertijd zullen wij aan onze achterban goed moeten uitleggen wat het verschil is tussen het liberale beleid van een uiterst-rechtse nationalist zoals Trump en sociaal-democratisch beleid, en wat de gevolgen zijn van onze keuzes. 

Obama en Biden kozen de weg van solidariteit, hoe onvolkomen ook: publieke stelsels uitbreiden, private verzekeringen toegankelijker maken; regels aan verzekeraars opleggen, en de industrie op ruimere schaal dwingen om te onderhandelen met de overheid. Trump dereguleert, kleedt publieke stelsels uit: met zijn One Big Beautiful Bill Act riskeren 10 miljoen Amerikanen tegen 2034 hun ziekteverzekering te verliezen. Volgens sommige berekeningen kan dit zelfs tot 14 miljoen mensen oplopen.[5] En voor het overige wijst hij naar Europa. 

Met als voorlopig resultaat dat het Verenigd Koninkrijk – geen EU-lidstaat – al belangrijke beleidstoegevingen heeft gedaan door bij de beoordeling van geneesmiddelen minder strenge eisen te stellen inzake kosteneffectiviteit, en door budgettaire inspanningen die aan de industrie gevraagd werden te milderen. Maar ook buiten het VK ondervinden we dat bedrijven moeilijker beginnen te doen in prijs- en terugbetalingsonderhandelingen met Europese overheden. Als we niet samen optreden, worden we één voor één tegen elkaar uitgespeeld en betaalt elke lidstaat afzonderlijk met hogere geneesmiddelenprijzen. Dat leert de Britse case.

Omdat bij ons de overheid onderhandelt en beslist en het om één publiek stelsel gaat, moet ik voortdurend in de media uitleggen waarom wij bepaalde medicijnen niét terugbetalen, vaak omdat hun werkzaamheid en nut niet opwegen tegen de prijs die bedrijven vragen. En ja, wij hebben recent ook beslist om de eigen bijdrage op bepaalde medicijnen te verhogen, om voldoende budgettaire ruimte te houden voor nieuwe, innovatieve geneesmiddelen. Zo garanderen we dat werkzame en kosteneffectieve medicijnen voor iederéén terugbetaald en toegankelijk zullen blijven. 

We organiseren echte solidariteit, maar solidariteit moet je ook goed afbakenen. Gemakkelijke boodschappen zijn dat niet altijd in een publiek stelsel: we strijken hier soms tegen de haren van onze eigen achterban in. Maar het is wel die solidariteit die wij, Europese sociaal-democraten, moeten hooghouden en verdedigen tegen Trump. Omdat toegankelijke, hoogstaande gezondheidszorg ‘van waarde’ is, voor iedereen. 

Luisteren en leiden, dat is in geopolitiek gevaarlijke tijden meer dan ooit het devies van sociaal-democraten. We moeten daarom ook bereid zijn moeilijke compromissen te maken, zolang we wéten en kunnen uitleggen waarom we dat doen.


[1] Met dank aan Monika Sie Dhian Ho voor een voorbereidend gesprek en Gloria Ghéquière voor insteken over het Amerikaanse geneesmiddelenbeleid.

[2] Monika Sie Dhian Ho (2013). Van waarde. Sociaal-democratie voor de eenentwintigste eeuw. Van Gennep, Amsterdam.

[3] Frank Vandenbroucke (juni 2026). Dit is mijn houvast als socialist. SamPol, pp. 20-27. 

[4] Zie voor de eerste kanttekening bijvoorbeeld: Annemarieke Nierop (2018). Vijf jaar Van Waarde. S&D 2018/1, pp. 5-15.

[5] Je komt aan 14 miljoen mensen als je het laten vervallen van de door Biden verlengde versterking van Obama’s subsidiesysteem voor private polissen meerekent. 

Oorspronkelijk gepubliceerd door

Wiardi Beckman Stichting
    Luisteren en leiden: Compromissen in de geopolitieke storm|Word vriend

    Gerelateerde thema's en dossiers: