Van Waarde is ontstaan uit een besef: de Partij van de Arbeid was na twee Paarse kabinetten een beleidspartij geworden, een partij van deskundigen, maar dreigde daarbij de voeling met de mensen te verliezen. Met hun hoop en hun vrees, hun streven en hun frustraties. Dat leek een breuk met het verleden. Met de traditie van de sociaal-democratie, links-liberalen en progressieven, die van oudsher precies dat streven en die frustraties hebben weten te vertalen in deskundigheid en in beleid. Het partijkader in de linkse beweging was zich er altijd van bewust dat hun opleiding en leefwereld gemiddeld anders waren dan van het volk dat zij vertegenwoordigen. Dus luisterden zij naar grootschalige arbeiders enquêtes en voerden en documenteerden diepgaande gesprekken met arbeiders.[1]
Luisteren en leiden
De eerste doelstelling van Van Waarde was om die luisterbereidheid opnieuw te tonen. Om de verzuchtingen en de taal van de mensen weer te laten doorklinken in de programma’s van de PvdA. Daarom bracht de Wiardi Beckman Stichting niet alleen een Kompasgroep van wetenschappers samen om na te denken over de toekomst van de sociaal-democratie, en vroegen we niet alleen een dertigtal deskundigen om de uitdagingen voor Nederland en de sociaal-democratie op papier te zetten. We voerden ook diepgaande gesprekken met meer dan vijftig Nederlanders met zeer uiteenlopende achtergronden en publiceerden die verhalen in de bundel Vooruit, de verzwegen politiek van het dagelijks leven.[2]
Die manier van onderzoek doen, die manier van politiek bedrijven, gesteund door de toenmalige voorzitters van de Wiardi Beckman Stichting (Felix Rottenberg) en partij (Hans Spekman) sloeg aan in de hele beweging. Ze vormden de basis voor de daaropvolgende projecten Van Waarde lokaal en Van Waarde internationaal.
In tientallen afdelingen in het land, en van de Syrisch-Jordaanse grens tot Ter Apel, voerden vele tientallen partijgenoten honderden van die open, diepgaande gesprekken en bespraken hun bevindingen met politici. Ik gun de nieuwe beweging PRO een wetenschappelijk instituut dat de vensters op dezelfde manier opengooit naar wetenschappers én volk. Die een motor wordt in de nieuwe beweging voor zo’n manier van politiek bedrijven. Want een brede volkspartij moet luisteren en leiden.
De persoonlijke verhalen die we ophaalden gaven ons een scherp zicht op de verzuchtingen van de mensen. En ze maakten nog iets anders heel duidelijk: mensen vonden dat er veel óver hen werd gesproken, maar te weinig mét hen. Er sprak een gevoel van vervreemding uit, een ervaring van machteloosheid. Velen trokken de conclusie dat je er in je eentje toch niets aan kan doen, en je je energie beter op iets positiefs kunt richten: ‘Ik houd het voor mezelf klein’ in de woorden van ergotherapeut Esther Kortenhoff.[3]Maar de Groningse schoonmaakster Brigitte de Waal, concludeerde juist strijdvaardig: ‘We hebben te lang onze bek gehouden, te lang over ons heen laten lopen. Op een gegeven moment moet je in opstand komen’[4]
Luisteren naar sociaaleconomische zorgen
De tweede doelstelling van Van Waarde was om te leiden door te verbinden. Door de waarden te benoemen die in al die gesprekken terugkeerden en te verbinden met de context van die tijd. Waarden en bijbehorende doelstellingen die tussen het niveau van het beginselprogramma en de verkiezingsprogramma’s in zitten. Waarden en doelstellingen die breuklijnen in de samenleving kunnen overbruggen en pacificeren. Tussen kapitaal en arbeid, tussen theoretisch en praktisch geschoolden. Zoals een volksbeweging betaamt.
Instellingen als de Sociaal Economische Raad, akkoorden zoals dat van Wassenaar, en de Paarse kabinetten die daarop volgden waren op die pacificatie gericht. En de verhalen uit Van Waarde zeiden: pas op dat jullie in die pacificatie bestaanszekerheid, goed werk, binding en verheffing in het vizier houden. Dat jullie het zicht op de gemeenschap niet verliezen, waarin dit centrale en verbindende waarden zijn.
Hoe nodig dat signaal was, bleek precies uit sommige reacties uit het partijkader na het verschijnen van Van Waarde. Zo wierp iemand uit de fractie tegen dat de focus op bestaanszekerheid niet van deze tijd is: ‘Het is hier Afrika niet!’
En anderen herhaalden liberale argumenten dat een keuze voor goed werk en tegen flexibilisering van de arbeidsmarkt in de praktijk als snel neerkomt op een keuze voor de postbode met een voltijdscontract, en tegen de ‘outsider’ met een arbeidsbeperking met een urencontract. Voor die outsider zou het alternatief voor een urencontract immers enkel een uitkering zijn, aldus de kritiek.
Maar ons standpunt was nu juist dat vergaande flexibilisering in eerste instantie wellicht die gehandicapte outsider begunstigt, maar dat in tweede instantie diezelfde gehandicapte outsider er natuurlijk alsnog helemaal uit wordt geconcurreerd als honderdduizenden Midden- en Oost-Europeanen op die flexibele urencontracten in Nederland afkomen. En de sociale werkplaatsen waren inmiddels ook wegbezuinigd. Zo werd Nederland koploper binnen de EU op het gebied van flexibel werk. Met als gevolg: private lusten voor de werkgevers en publieke lasten voor de rest van de samenleving, en een heel snel groeiende bevolking door arbeidsmigratie, grotendeels aan die rafelranden van de arbeidsmarkt.
De debatten in de Van Waarde-Kompasgroep, de bijdragen van deskundigen, en de gesprekken met Nederlanders over hun dagelijkse zorgen en hoop, vormden samen het fundament van het essay Van Waarde. Dat essay besloot met de woorden: ‘sociaaleconomisch naar links, sociaal-cultureel naar binding, en politiek naar versterking van zeggenschap’.[5]
De urgentie van luisteren naar sociaal-culturele zorgen
Wanneer ik terugblik op Van Waarde, meen ik dat de conclusie niets van haar actualiteit en urgentie heeft verloren. Bestaanszekerheid, goed werk, binding en verheffing. De vorige verkiezingen draaiden om bestaanszekerheid en binding, en om zeggenschap. Steeds meer mensen in Westerse democratieën ervaren dat er niet naar hen wordt geluisterd. Ook zeggenschap was een centraal thema in van Van Waarde:
Daarbij is het urgent dat de linkse beweging ook luistert naar de sociaal-culturele zorgen van mensen. De zorgen die de gemeenschap betreffen. En dat de linkse beweging ook leiderschap toont in het overbruggen van de culturele breuklijnen die ontstaan: dé grote pacificatie-opdracht van deze tijd. Tussen aan de ene kant de mensen die grenzen en de Nederlandse cultuur en levenswijze belangrijk vinden - de zogenaamde ‘Somewheres’, de mensen van hier. En aan de andere kant degenen die grenzen en een Nederlandse collectieve identiteit niet belangrijk of wenselijk vinden, de ‘Anywheres’, de mensen van overal.
Op het Instituut Clingendael, waar ik de afgelopen tien jaar directeur van was, ben ik voortgegaan met luisteren naar de mensen. Dat instituut heeft de middelen om grootschalig bevolkingsonderzoek te doen, dat representatief is voor de bevolking. Want de grondigste manier van luisteren en begrijpen is eigenlijk: een combinatie van diepgaande gesprekken, representatief bevolkingsonderzoek, focusgroepen en publieksgesprekken tussen publiek, wetenschappers en politici.
Uit het meerjarige bevolkingsonderzoek van Instituut Clingendael blijkt dat ruim 60% van de kiesgerechtigde Nederlanders ‘Somewhere’ is en een kleine 20% ‘Anywhere’.[6] De rest zit er tussenin en vindt veelal grensbewaking wél belangrijk, maar de Nederlandse cultuur en levenswijze niet. De groep van ‘Somewheres’ groeit elk jaar verder, zo blijkt uit ons onderzoek. Een flinke meerderheid van de mensen wil de gemeenschap afbakenen en beschermen, en verlangt naar een hoopgevend gemeenschappelijk verhaal over waar we vandaan komen, waar we voor staan en waar we heen willen.
Linkse politici kiezen er vaak voor om sociaal-culturele zorgen van de mensen ‘rechts te laten liggen’, omdat dit volgens spindoctors en politicologen ‘niet de issues van links zijn’. Maar ondertussen worden culturele houdingen steeds belangrijker voor mensen in het bepalen van hun stemkeuze. Bovendien komen er steeds meer politici en politieke partijen bij die juist culturele issues politiseren.
Sociale wetenschappers brengen veelvuldig naar voren dat de culturele houdingen van Nederlanders niet sterk veranderd zijn, hoe kan het dan dat ze wel belangrijker worden in de stemkeuze? Daar wil ik even kort op in gaan. Toen ik vice-voorzitter was van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, is er onderzoek gedaan naar de houdingen van Nederlanders ten opzichte van demografische ontwikkelingen. Een van bevindingen was dat 87% van de Nederlanders niet wil dat de bevolking verder in omvang toeneemt.[7]
Ik schrok ervan hoe hoog dat cijfer is, maar onderzoekers van het demografisch instituut NIDI lieten mij weten dat dit al decennialang het geval is.[8] Echter, ondanks deze duidelijke voorkeur van een overgrote meerderheid van de bevolking, is de bevolkingsomvang de afgelopen tien jaar gemiddeld met ruim honderdduizend mensen per jaar gegroeid. En dat is nog steeds het geval.
Sinds 2022 is de bevolkingsgroei volledig toe te schrijven aan immigratie, aangezien er sindsdien meer mensen sterven dan geboren worden in de Nederlandse bevolking. Nederland is het dichtstbevolkte land in Europa – op het eiland Malta na – en kent de snelstgroeiende bevolking in Europa, op Zwitserland na. Van alle Nederlanders wil 87% al decennia geen verdere groei van de bevolking. Als de bevolking dan elk jaar desalniettemin met een flinke stad groeit, alleen door immigratie, is het niet vreemd dat opvattingen over migratie relatief belangrijker worden in het bepalen van de stemkeuze van mensen.
We hebben respondenten ook gevraagd waarom ze die verdere bevolkingsgroei niet willen, en dan bleken de belangrijkste zorgen niet over ras of religie te gaan, maar over het grote woningtekort, grotere maatschappelijke spanningen, minder ruimte voor natuurgebieden, drukker verkeer en lastiger mobiliteit, toename van de ongelijkheid en moeilijker toegang tot publieke voorzieningen voor iedereen. Dat lijken me toch zorgen die een rood-groene partij zou moeten willen vertegenwoordigen, ook in verband met grootschalige immigratie. Voor een tekort van vierhonderdduizend woningen kunnen historisch van allerlei verklaringen bestaan, maar dat er elk jaar ruim honderdduizend woningzoekende immigranten bijkomen helpt natuurlijk niet.
Luisteren naar de mensen betekent overigens niet dat men hen slaafs moet volgen. Respectvol, aandachtig luisteren is de eerste stap in een publiek gesprek. Democratie is luisteren en leiden. De Staatscommissie Demografie heeft het aangedurfd om vast te stellen dat een overgrote meerderheid van de Nederlanders geen bevolkingsgroei meer wil. Ook heeft zij drie scenario’s geschetst voor de bevolkingsgroei door migratie: snelle groei, gematigde groei en krimp.
Zij heeft vervolgens, evidence-informed en evidence-based, geargumenteerd dat zowel een snelle groei naar een kleine 23 miljoen mensen in 2050, als een plotse migratiestop met als gevolg een krimp van de bevolking naar ruim 16 miljoen, zeer negatieve gevolgen zullen hebben voor de toegang tot publieke voorzieningen en voor de sociale cohesie. En zij heeft daarom gepleit voor een matiging van de bevolkingsgroei. Een groei in een bandbreedte tussen 40 en 60 duizend immigranten per jaar, ongeveer de helft van het huidige jaarlijkse migratiesaldo dus.
Daarmee vermijden we dat wij binnen enkele decennia met een onbeheersbaar aantal inwoners zitten, en borgen we dat we voldoende woningen kunnen bouwen, publieke voorzieningen in stand houden en de ongelijkheid beperken, de natuur wat ruimte kunnen geven, en de energietransitie gemakkelijker maken. Volgens mij heeft de Staatscommissie met haar luisterbereidheid en haar focus op de vraag: ‘welke samenleving en welke economie willen wij zijn’, een perspectief en een taal aangereikt, op basis waarvan pacificatie mogelijk is op het migratiedossier.
Verbinding en pacificatie op cultureel vlak
Om te leven met de sociaaleconomische links/rechts-tegenstelling, zijn door de jaren heen mechanismen gegroeid, overlegorganen, opvattingen en taal die de sociaaleconomische tegenstelling probeerden te verzoenen. Het doel daarvan was een strijd om de macht te transformeren in een streven naar compromis, binnen een democratisch kader.
Voor de 21e-eeuwse sociaal-culturele tegenstellingen zijn die instellingen, mechanismen en taal er nog niet en er is geen vanzelfsprekend gezag om kwesties te beslechten. Vandaar het gevoel van polarisatie over culturele kwesties vandaag de dag.
Als linkse partijen niet luisterbereid zijn op sociaal-cultureel vlak, en als er geen pacificatie-instellingen en -taal worden ontwikkeld in dat domein, dreigt het een strijd om de macht te worden. Zoals Marx ooit een machtsstrijd voorzag tussen arbeid en kapitaal, zo ontbrandt in onze tijd een sociaal-culturele strijd. Tussen aan de ene kant exclusief nationalistische politici van AfD, Vlaams Belang, FvD en PVV, die de gemeenschap willen afbakenen op basis van religie en ras.[9] En anderzijds linkse partijen die de brede behoefte aan gemeenschapsafbakening binnen de bevolking onvoldoende of niet vertegenwoordigen.
Zo’n strijd om de macht, waarbij politici in het zadel dreigen te komen die veel extremere programma’s en ideeën hebben dan de kiezers, zo’n alles-of-niets strijd heeft potentieel vergaande gevolgen voor onze rechtsstaat en manier van leven. Omdat de programma’s van de exclusief-nationalistische partijen allang niet meer alleen over migratie gaan. Ze zijn ook een aanval op onze instellingen op het gebied van geopolitiek, groene doelen, gezondheid, onderwijs, wetenschap, cultuur, media en emancipatie. Minister Frank Vandenbroucke, die deel uit maakt van een belangrijk pacificatie-experiment in een coalitie van het linkse Vooruit en de inclusief-nationalisten van premier Bart de Wever, kan huiveringwekkende verhalen vertellen over de aanval die de exclusief-nationalistische regering-Trump nu inzet op de rol van wetenschappelijke kennis in de gezondheidszorg en op onze goedkope medicijnen.
Grote delen van het electoraat zijn het vertrouwen aan het verliezen in de instellingen die de gemeenschap afbakenen en vormen: het migratie-, onderwijs-, cultuur-, media-, wetenschaps- en emancipatiebeleid. Zij ervaren die niet als van hun, maar als bezet door progressieve elites, als vervreemd van hun hoop en zorgen, als betuttelend. Hier moet beter naar geluisterd worden; we moeten die kritiek begrijpen vooraleer die te veroordelen.
En we moeten pacificatie-instellingen ontwikkelen om de culturele kloof te overbruggen. Waar is de SER voor de politisering en pacificatie van het migratiebeleid? Waar zijn de Wassenaar akkoorden om de strijd om het emancipatie- en diversiteitsbeleid, het mediabeleid, het cultuurbeleid, het universiteitsbeleid en onderwijsbeleid te pacificeren?
Luisteren en leiden, verbinden en pacificeren is nodig, de Van Waarde-methode. Richting geven is urgenter dan ooit: sociaaleconomisch naar links, sociaal-cultureel naar binding, en politiek naar meer zeggenschap.
De behoefte aan bescherming
Er zijn ontwikkelingen die in het Van Waarde-essay onvoldoende aanwezig waren. Daar wil ik ten slotte bij stilstaan. En dat betreft de wereld die turbulenter wordt. Hier heb ik hoopvol nieuws als we naar de mensen luisteren. Het Clingendael bevolkingsonderzoek laat zien dat er tussen cultureel verdeelde mensen op één punt grote overeenstemming is. Het gaat dan om de behoefte aan bescherming in die turbulente wereld.
De koopman en dominee hebben in het wereldbeeld van Nederland zo centraal gestaan de afgelopen decennia, dat de rol van beschermer te veel naar de achtergrond is verdwenen. Al jaren blijkt uit ons onderzoek dat de cultureel verdeelde ‘Somewheres’ en ‘Anywheres’, en de tussengroep met kenmerken van beide, één zijn in hun verzuchting naar bescherming in de wereld tegen cyber- en hybride aanvallen.[10]
En dat een grote meerderheid van de Nederlanders inziet dat de landen van de EU meer moeten investeren in de veiligheid van hun regio, zodat ze militair minder afhankelijk worden van de VS. Dat we de moderne maakindustrie in Nederland moeten versterken, dat we zelf verantwoord moeten investeren en innoveren in AI. Een grote meerderheid is ook voorstander van gerichte Europese samenwerking op deze terreinen. Het is een beetje sneu maar historisch niet voor het eerst dat het helpt om gemeenschap te vormen als er een gemeenschappelijke vijand of dreiging is. Het leiderschap van een rood-groene beweging kan op deze brede consensus voortbouwen, met een programma over Europese samenwerking, internationaal partnerschap en solidariteit in tijden van geopolitiek.[11]
Sinds de recente oorlogen en inflatiecrises zijn verdelingskwesties overigens back with a vengeance. Hoe betalen we bestaanszekerheid als de energiekosten stijgen, hoe bekostigen we de hogere defensie-uitgaven die nodig zijn om onafhankelijker te worden van de VS? Politieke partijen moeten zich vandaag de dag dus over sociaaleconomische én sociaal-culturele kwesties uitspreken, willen ze een ware volksbeweging en succesvol in verkiezingen zijn.
Daarbij heb ik tot slot goed nieuws voor Jesse Klaver bij de begrotingsonderhandelingen. Uit ons laatste bevolkingsonderzoek naar houdingen ten opzichte van Defensie blijkt dat een verpletterende meerderheid van de Nederlanders de koers van dit kabinet om de verhoging van de defensie-uitgaven te financieren niet steunt. Van de Nederlanders is 87% tegen bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid om toenemende defensie-uitgaven te financieren. Zelfs onder de aanhang van de coalitiepartijen VVD, CDA en D66 zijn hiervoor geen meerderheden. Een meerderheid van de Nederlandse bevolking kiest voor een verhoging van de vermogensbelasting en voor een hogere bijdrage door het bedrijfsleven.[12]
We nemen heden afscheid van de Wiardi Beckman Stichting. Herman Bernard Wiardi Beckman, Stuuf voor vrienden, was de persoonlijk secretaris van Troelstra, verzetsheld in de Tweede Wereldoorlog, belangrijk SDAP-ideoloog en hoofdredacteur van het dagblad Het Volk. Hij is altijd mijn voorbeeld geweest in het thematiseren van economische én culturele idealen.
Wiardi Beckman heeft als geen ander de Nederlandse eigenheid en ‘historische lotsgemeenschap’ weten te beschrijven als één van vrijheidszin en verdraagzaamheid. Openheid en eigenheid. Luisteren en leiden, verbinden en pacificeren. Door diepgaande gesprekken, bevolkingsonderzoek en reflectie van publiek, wetenschappers en politici daarop. Ik hoop dat het Wetenschappelijk Instituut voor Solidariteit en PRO die manier van onderzoek en politiek bedrijven vasthouden.
[1] Zie Giele, J. (1981). Een kwaad leven – heruitgave van de arbeidersenquête van 1887, Nijmegen: uitgeverij LINK; Ankersmit, J.F. (1917). Arbeiderslevens. Amsterdam: Ontwikkeling; De Swaan, A. (1972). Een boterham met tevredenheid. Gesprekken met arbeiders. Amsterdam: Van Gennep; Schouten, M. (1977). Werk. Amsterdam: De Arbeiderspers; W. Tinnemans (2009). Onzeker bestaan. Leven aan de rafelrand van de arbeidsmarkt. Amsterdam: Uitgeverij Nieuw Amsterdam.
[2] Sie Dhian Ho, M. en M. Hurenkamp (2013). Vooruit. De verzwegen politiek van het dagelijks leven. Nederland in meer dan vijftig persoonlijke verhalen. Amsterdam: Van Gennep.
[3] Ibid, p. 31.
[4] Ibid, p. 24.
[5] Sie Dhian Ho, M. (2013). Van Waarde. Sociaal-democratie voor de 21e eeuw. Amsterdam: Van Gennep, p. 116.
[6] Sie Dhian Ho, M., M. Elchardus, T. van der Laan. C. Houtkamp, N. Wessel en B. van Giersbergen (2024). Europa moet meer soeverein worden. Nederlanders ontevreden over EU, maar willen een sterk en onafhankelijk Europa. Clingendael Barometer, p. 4.
[7] Houtkamp, C., T. van der Laan, M. Elchardus en M. Sie Dhian Ho (2023). Opvattingen van Nederlanders over demografische ontwikkelingen, p. 2.
[8] Zie Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, Gematigde groei, p. 329, figuur 7.1.
[9] Ik gebruik het concept exclusief-nationalistisch voor partijen die de gemeenschap willen afbakenen op basis van religie en/of ras en inclusief-nationalistisch voor partijen die de gemeenschap willen afbakenen op basis van een samenlevingsproject, historische lotsgemeenschap en/of waarden en tradities.
[10] Zie meest recent Houtkamp. C., M. Sie Dhian Ho, N. Wessel, K. Müller, T. van der Laan en M. Elchardus (2026). Tussen hoop en vrees. Het recht van de sterkste geldt en Nederland is er niet klaar voor.
[11] Zie ibid vi en Bruijne, K. de, K. Müller, N. Wessel en M. Sie Dhian Ho (2026). Belangen die verbinden? Opvattingen van Nederlanders over belangengestuurde ontwikkelingssamenwerking.
[12] Müller, K., T. van der Laan, C. Houtkamp, B. van den Berg (2026). Clingendael Barometer: Draagvlak voor Defensie. Meer veiligheid, maar tegen welke prijs?