Op woensdagmiddag 31 maart 2021 deed Caner uit havo-5 zijn mondeling examen literatuur. Waar de meeste leerlingen enigszins bedremmeld de klas inlopen, in de veronderstelde wetenschap dat ze een zweterig halfuurtje tegemoet gaan, vol moeilijke vragen over al dan niet gelezen literaire werken, kwam Caner breed lachend het lokaal binnen – twee big shoppers met zich meezeulend. Caner had niet alleen de acht boeken meegenomen die hij voor zijn literatuurlijst gelezen had, maar ook een flink deel van het oeuvre van Simon Vestdijk – wiens werk hij had besloten te gaan verzamelen na het lezen van Ivoren wachters.
Deze roman uit 1951 handelt over Philip, een eindexamenleerling met een slecht gebit. Hij verwaarloost zijn ivoren wachters en maakt de toestand in zijn mond nog veel erger door walnoten te kraken met zijn tanden. Wanneer hij een kies moet laten trekken, iets wat zijn oom, bij wie hij in huis woont, niet wil financieren, besluit hij om voor de tandarts bij wijze van alternatieve betaling een gedicht te schrijven. ‘Dus dit is voor mij?’ vroeg de tandarts, en schoof het papier onder een lage bak met instrumenten en verschillend gekleurde tanden en kiezen.
Over deze scène en de verdere plot van het – overigens nog altijd erg leesbare – verhaal was Caner enorm enthousiast, hetgeen ongetwijfeld zal hebben bijgedragen aan zijn mooie cijfer voor het mondeling. Caner heeft echter niet kunnen voorkomen dat Vestdijk zo langzamerhand wat in de vergetelheid begint te geraken – zijn 52 romans, 23 essaybundels en duizenden gedichten ten spijt. Uit het archief met nominaties voor de Nobelprijs voor Literatuur bij de Zweedse Academie blijkt dat Vestdijk van 1950 tot en met 1967 twaalf keer genomineerd is geweest voor deze prijs. Jammer dat Vestdijk ‘m nooit gewonnen heeft – dan zou hij ‘die sneller schrijft dan God kan lezen’ (Adriaan Roland Holst) wellicht nog wat vaker langskomen bij een mondeling examen literatuur.
Ivoren wachters
[Opgedragen aan den heer L.P. Brandt, tandarts te dezer stede, ter gelegenheid van het trekken van een kies.]
Ivoren wachters van 't maagdarmkanaal,
Uw teugelloos verdwijnen in galop
Maakt mijn kop tot minder dan een doodskop,
Die blikkerlacht, van huid en spieren kaal.
Ik offerde u aan kluif en notenschaal,
Aan zuurtjes, noga, chocola en drop.
Mijn oom zei: ‘Jou verdomde galgenstrop,
Dacht jij, dat ik de tandarts nog betaal?’
Ivoren wachters, 'k draag mijn tegenspoed.
Aan vroege ouderdom of diabetes
Is uw betreurd verscheiden niet te wijten.
't Komt enkel door dat tomeloze bijten
En door 't gesabbel op wat suikergoed
Dat gij ontbreekt zo breed als mijn bek breed is.
Philip Corvage
Simon Vestdijk (1898-1971)
Uit: Ivoren wachters (1951)