“Persoonlijk contact werd vervangen door online werkmappen, zorgvuldig toezicht door administratieve checks, individuele begeleiding door goedkope groepsgewijze sollicitatietrainingen en zeggenschap over het eigen re-integratieproces door verplichte standaardtrajecten.”
Ik schrok van die eerste zin – dit wist ik niet. In een samenleving waarin we onze identiteit grotendeels ontlenen aan onze betaalde baan, wordt mensen met ‘een vlekje’ de mogelijkheid op het hebben van een dergelijke baan dus ontzegd. En hoe langer dit duurt, hoe groter de kans dat achter hun naam het vakje ‘ongeschikt’ wordt ingekleurd. Zoals Rodenburg schrijft: “Van de ruim 400.000 bijstandsgerechtigden heeft naar schatting de helft geen contact meer met de overheid. Zij lijken definitief opgegeven.” De werklustige mens als hopeloos geval – het zou haast grappig zijn, als het niet zo triest was.
"Je kunt altijd werken, als je maar wilt” is populaire borrelpraat als het over mensen in de bijstand gaat. Het onderzoeksproject Werk aan de winkel. Goede dienstverlening voor iedereen zonder werk van Wetenschappelijk Bureau GroenLinks toont haarscherp de onzin aan van dergelijke uitspraken, en de onrechtvaardigheid van het feit dat we mensen in de bijstand aan hun lot overlaten.
Rodenburg schrijft: “Als we vinden dat iedere burger recht heeft op volwaardige deelname aan de samenleving en als betaald werk daar een beslissende factor voor is, dan is het tijd dat we iedere Nederlander recht geven op betaald werk. Dit recht zou een vast uitgangspunt moeten worden van ons sociale zekerheidsstelsel.”
Een interessante gedachte. Het dossier Werken bevat twee actuele voorstellen van deskundigen om dat recht op werk vorm te geven: de basisbaan en de parallelle arbeidsmarkt. Zoals voor elk nieuw idee geldt, zijn daar kanttekeningen bij te plaatsten, iets dat Menno Fenger doet in een kritische reflectie op deze stukken. Maar het moet op zijn minst serieus overwogen te worden om werk te beschouwen als recht in plaats van alleen als plicht. Het zou een uitkomst kunnen zijn voor die 900.000 mensen die zo graag aan het werk zouden gaan, maar wiens talenten we nu links laten liggen.