Dat alternatief vond ik bij de politiek filosoof Rothstein (2005). Hij stelde de wederkerigheidsmens voor. Dat is iemand die dingen voor anderen doet in de verwachting dat die ook dingen voor hem doet. We zien dat overal gebeuren. We houden gratis deuren voor elkaar open, hebben de neiging om vreemden te helpen als die van hun fiets vallen of gireren geld naar een goed doel. Het gaat verder. Wie lesgeeft, wil niet alleen zijn uren maken maar ook dat zijn leerlingen slagen. Een winkelier wil niet alleen iets verkopen, maar ook dat de klant tevreden de winkel uit loopt - ook bij klanten waarvan hij kan weten dat hij die nooit meer ziet. Het werkt volgens Rothstein zelfs op nationale schaal bij het betalen van belasting en bij het naleven van wetten, zolang we elkaar vertrouwen.
Nadere onderbouwing van het begrip wederkerigheidsmens vond ik bij Tomasello (2019). Hij begint met het fenomeen evolutie, dat met kleine stappen gaat. Het feit dat wij overal ter wereld wonen - en de mensapen alleen wonen in kleine restjes van oerwoud die wij hebben laten staan - laat zien dat wederkeringheidsmensen iets wel kunnen wat mensapen niet kunnen: zij kunnen geen gedeeld doel hebben. Mensen kunnen samen op jacht, een prooi vangen en meenemen naar het dorp en deze daar verdelen. Mensapen jagen ook, maar vechten vervolgens om de vangst. De prooi wordt uit elkaar gescheurd alsof mensapen wilde beesten zijn. Elke chimpansees waakt voor het eigenbelang. Mensen kunnen in het gemeenschappelijk belang denken.
Maar het verschil is klein. We zijn bizar aardig voor elkaar (Wrangham, 2021) maar kunnen ons ook gedragen als egoïstische horken, zie Trump. Voor hem is net als bij chimpansees de kernvraag: wat heb ik eraan? De wederkerigheidmens verdeelt zich soms in groepen en die groepen kunnen, net als bij chimpansees, elkaar naar het leven staan.
Zelfs vredelievende leden van GroenLinks en de PvdA die een einde willen aan alle oorlogen in de wereld, lieten zich uit elkaar spelen. RoodVooruit kreeg alle ruimte op televisie en op het congres. Op het congres werden gevoelens daarover geuit met gejoel en gejuich, waardoor een aantal leden van de oude garde zich op hun eigen congres ontheemd voelde. Er ontstond een schisma tussen twee groepen die meer overeenkomsten hadden dan ze op dat moment dachten. Beide hekelen Netanyahu en zijn regering, beide hebben een sociaal-democratisch hart, beide willen vrede in het Midden-Oosten en beide groepen weten niet hoe dat te bewerkstelligen. Oproepen van Timmermans, Cohen en Piri slaagden er niet in om de emoties tot bedaren te brengen. Het is allemaal begrijpelijk, omdat het allemaal erg menselijk is.
En daarom heeft Jacinda Ardern, ook op het congres, gelijk. Empathisch leiderschap is niet alleen menselijk, maar evolutionair moderner en biedt vreemdelingen de kans om gemeenschappelijke doelen te vinden. Empathisch leiderschap is wat mensen verder bracht en kan brengen dan Trump en andere alfa-apen kunnen, omdat de stijl van ‘wat heb ik eraan’, mensen tegen elkaar opzet en uitbuiting en vijandschap de ruimte geeft. Arderns stijl brengt eerder de kracht van wederkerigheidsmensen bij elkaar.
Literatuur
- Lunsing, J. (2024). Het kleine verschil dat alles verandert. Obdam: Uitgeverij Doornwater.
- Rothstein, B. (2005). Social traps and the problem of trust. Cambridge: Cambridge University Press.
- Tomasello, M. (2019). Becoming human, a theory of ontogeny. Cambrigde: USA.
- Wrangham, R. (2021). De goedheidsparadox. Amsterdam: Hollands Diep.
- Arden, J. (2025). A different kind of power. MacMillan.