Bedrijven kunnen maatschappelijke uitdagingen overwinnen. Zo waren het bedrijven die, binnen de goed vormgegeven voorwaarden van de overheid, grootschalig windmolens op de Noordzee gingen bouwen. Bedrijven die daarmee zorgden voor spectaculaire kostendalingen waardoor windenergie nu het werkpaard van de energietransitie is.
Aangezien bedrijven zo belangrijk zijn in onze samenleving, is het ook logisch dat bedrijven aangestuurd worden door die samenleving. Dat is nu niet het geval. Maar bedrijven zouden eigenlijk een maatschappelijke raad moeten hebben, die de CEO aanstelt. Een raad die tekent voor de jaarrekening, die de jaarplannen goedkeurt en bepaalt wat er met de winst gedaan wordt. En de eigenaren of aandeelhouders dan? Ook die zijn vertegenwoordigd in de maatschappelijke raad. Maar óók de werknemers zijn vertegenwoordigd. En als het bedrijf overlast voor de omgeving veroorzaakt, zijn óók de omwonenden vertegenwoordigd. Als het bedrijf veel CO2-vervuiling veroorzaakt, is óók het klimaat vertegenwoordigd (bijvoorbeeld via milieuorganisaties). Als het bedrijf veel nepnieuws kan verspreiden, hebben óók burgers die de democratie vertegenwoordigen, zitting in de maatschappelijke raad. Gezamenlijk zouden de vertegenwoordigers in deze maatschappelijke raad de afweging moeten maken tussen allerlei belangen die spelen rond een bedrijf om zo de CEO aan te sturen.
Nu wordt de CEO enkel nog aangestuurd door een raad van commissarissen. Deze commissarissen vertegenwoordigen de aandeelhouders van het bedrijf en worden ook door de aandeelhouders aangesteld. Uiteraard afhankelijk van het bedrijf en in welke markt deze opereert, maar dit zorgt er vaak voor dat de CEO wordt aangespoord om op korte termijn zoveel mogelijk winst te maken.
Het kan hierdoor ook flink misgaan bij bedrijven. De PvdA is zo ongeveer ontstaan in de strijd om uitbuiting van mensen - hier en elders - voor de kortetermijnwinst van bedrijven te stoppen. GroenLinks is zo ongeveer ontstaan in de strijd om uitbuiting van de planeet - hier en elders, nu en later - te stoppen. (Daarom is fusie van deze partijen ook zo logisch aangezien zij dezelfde strijd voeren.)
Er bestaan al zogenaamde ‘steward-owned’ bedrijven die met een soort van maatschappelijke raad werken. Uiteraard zijn de eigenaren betrokken bij het richting geven aan ‘hun’ bedrijf en zijn er ook afspraken over dat ze een eerlijk deel van de winst krijgen, maar ook andere belangen sturen het bedrijf aan via ‘hun’ steward. Uit onderzoek naar de prestaties van steward-owned bedrijven blijkt dat ze meer focus hebben op langetermijndoelstellingen en tegelijkertijd niet minder winstgevend zijn. Omdat de winst niet zoveel mogelijk aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd, kan meer worden geïnvesteerd in onderzoek, ontwikkeling en innovatie.[1] Steward-owned bedrijven zijn duurzamer[2] en na veertig jaar is de kans op overleven voor steward-owned bedrijven maar liefst drie tot zes keer groter ten opzichte van niet steward-owned bedrijven.[3]
Het is een welkome aanvulling op de gebruikelijke corporate governance, waarbij kortetermijnwinstbejag al snel ten koste gaat van onze samenleving. Maar het is nog een druppel op de gloeiende plaat.
Noten
[1] S. Thomsen et al (2018). Industrial Foundations as Long-Term Owners, Wiley.
[2] D. Schroeder en S. Thomsen (2025). Foundation ownership and sustainability, Journal of Corporate Finance, volume 91.
[3] S. Thomsen (2018). Foundation Ownership and Firm Performance. In: Corporate Governance in Contention, Oxford University Press, pp. 66-85; C. Børsting et al (2014). The Performance of Danish Foundation-Owned Companies.