Overslaan en naar de inhoud gaan
verwerkt
Uit

Onze energietransitie raakt op stoom. Goed, er moeten nog wat knelpunten opgelost worden, zoals netcongestie en wijken-van-het-gas-af. Maar zon en wind leveren al meer dan de helft van onze stroom en warmtepompen zijn niet genoeg aan te slepen. Het wordt nu tijd om ook wat te doen aan de ‘achterkant’ van onze energietransitie.

Leestijd:
3 minuten
Afbeelding
Zonnepanelen
andreas160578 via Pixabay

Want straks zoeven we misschien allemaal in onze elektrische auto’s, draaien op de Noordzee windparken voor onze stroom en werkt onze industrie op waterstof, maar daarvoor hebben we dan wel kobalt voor batterijen, zeldzame metalen voor de windturbine-magneten en waterstof voor de industrie nodig uit het mondiale zuiden. 

Maar mijnbouw en verwerking gaan vaak gepaard met milieuproblemen, slechte arbeidsomstandigheden, lage lonen en schending van mensenrechten. Dat moet dus anders. En Afrika accepteert geen hulprelatie meer en zeker geen neokoloniale handelsrelatie. De Nederlandse Afrikastrategie zet niet voor niets het concept ‘gelijkwaardig partnerschap’ centraal. En de Europese Unie benadrukt in haar documenten een ‘just and equal partnership’ met de Afrikaanse Unie.

Wat betekent dat concreet als het gaat om energietransitie? Dan gaat het allereerst om wederzijdse belangen. Europa zoekt in Afrika vooral grondstoffen en waterstof voor zijn transitie. Prioriteiten van Afrika zijn om iedereen te voorzien van duurzame energie, gekoppeld aan meer duurzame bedrijvigheid en economische ontwikkeling, oftewel ‘energy access’ en ‘groene industrialisatie’. Dat vormt een mooie gezamenlijke agenda: als Afrika ons grondstoffen levert, werken wij mee aan ‘energy access’ daar.

Dat laatste kunnen we als Nederland bijvoorbeeld doen door bij te dragen dat het Mission300-initiatief. Dit initiatief van de Wereldbank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank beoogt om voor 2030 driehonderd miljoen mensen van duurzame energie te voorzien; zeshonderd miljoen mensen hebben dat nog niet. 

De andere Afrikaanse prioriteit is groene industrialisering. Laten we gezamenlijke groene industriële initiatieven starten en de Afrikaanse zon benutten. Denk aan groene staalproductie: produceer eerst ijzererts in Afrika met behulp van groene waterstof, en verwerk dat in Europa verder tot hoogwaardig groen staal. Of laat de huidige kunstmestproductie in Afrika voortaan gebeuren op basis van groene waterstof; dat is goed voor zowel de Afrikaanse als de Europese landbouw. De Maastrichtse denktank ECDPM heeft hier samen met Afrikaanse partners interessante plannen voor uitgewerkt. 

Omgekeerd hebben wij dus Afrika nodig voor grondstoffen en groene waterstof. We zullen dan wel duidelijke gelijkwaardigheidscriteria aan projecten moeten opleggen. Die moeten naast export ook op lokale ontwikkeling gericht zijn, Handel en duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) moeten hand in hand gaan. Regelgeving, zoals de Europese CSDDD en de nationale IMVO-convenanten (Corporate Sustainability Due Diligence Directive), zal dit moeten afdwingen.

Ten slotte, misschien wel het belangrijkste: wij zullen hier minder energie en grondstoffen moeten gaan gebruiken om ruimte te scheppen voor Afrika’s verdere ontwikkeling. Dus minder gebruiken, meer efficiëntie en naar een circulaire economie. We zullen nu eenmaal niet allemáal in elektrische auto’s kunnen rijden.

Laat Europa en Afrika zo samenwerken aan een mondiaal gelijkwaardige energietransitie.

Oorspronkelijk gepubliceerd door

Wiardi Beckman Stichting
    De achterkant van onze energietransitie|Word vriend